Prinsjesdag 2026: plannen voor zzp’ers en andere ondernemers

Op 15 september 2026 presenteerde het kabinet de Prinsjesdagplannen voor 2027. Voor jou als ondernemer telt vooral wat ze doen met de ruimte in je bedrijf. Hoeveel houd je over van je winst? Kun je blijven investeren? We hebben de officiële stukken voor je uitgeplozen en zetten de belangrijkste gevolgen voor zzp’ers en andere kleine ondernemers op een rij, van eenmanszaak tot bv. Bij de ene ondernemer zit het effect vooral in de belastingaanslag. Bij de andere spelen ook hogere energiekosten of onzekerheid over opdrachten. Daarom kijken we naar de samenhang: je belasting, je bedrijfskosten en het inkomen dat je thuis nodig hebt. De hoofdlijnen lees je hieronder. Open de uitklappers voor cijfers, voorbeelden en situaties die voor jou spelen.
Laatst geüpdatet
16 september 2026
Leestijd
8 minuten
- Laatst geüpdate: 16 september 2026
- Leestijd: 8 minuten

Op 15 september 2026 presenteerde het kabinet de Prinsjesdagplannen voor 2027. Voor jou als ondernemer telt vooral wat ze doen met de ruimte in je bedrijf. Hoeveel houd je over van je winst? Kun je blijven investeren? We hebben de officiële stukken voor je uitgeplozen en zetten de belangrijkste gevolgen voor zzp’ers en andere kleine ondernemers op een rij, van eenmanszaak tot bv.

Bij de ene ondernemer zit het effect vooral in de belastingaanslag. Bij de andere spelen ook hogere energiekosten of onzekerheid over opdrachten. Daarom kijken we naar de samenhang: je belasting, je bedrijfskosten en het inkomen dat je thuis nodig hebt. De hoofdlijnen lees je hieronder. Open de uitklappers voor cijfers, voorbeelden en situaties die voor jou spelen.

Prinsjesdag

Bijgewerkt met de officiële Prinsjesdagstukken

Bijgewerkt op 16 september 2026, op basis van de officiële Prinsjesdagstukken en de nieuwste toelichtingen. We maken onderscheid tussen eerder aangenomen maatregelen en nieuwe voorstellen. Die voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer; bedragen en ingangsdata kunnen dus veranderen.

In het kort

De zelfstandigenaftrek daalt in 2027 van € 1.200 naar € 900. Daarnaast wil het kabinet de startersaftrek verlagen van € 2.123 naar € 10 en in 2028 afschaffen. De eerste twee tarieven van de inkomstenbelasting stijgen, terwijl de arbeidskorting omhooggaat. Vooral als je nu startersaftrek gebruikt, is het verstandig je belastingreserve opnieuw te berekenen.

Er staan ook plannen tegenover die investeren en reizen ondersteunen: meer energie-investeringsaftrek, een geleidelijker overgang voor youngtimers en langer accijnskorting. Welke kant het voor jou opgaat, hangt af van je bedrijf. Kijk daarom verder dan één belastingpercentage of het algemene koopkrachtcijfer.

Zzp’er? Wat vind jij van de Prinsjesdagplannen?

We horen graag hoe jij naar de plannen kijkt en wat je ervan verwacht voor je bedrijf. Vul onze enquête in en help ons in beeld te brengen wat er leeft onder zzp’ers.

Vul de enquête in (3 min)

1. Eenmanszaak: minder aftrek, vooral voor starters

Zelfstandigenaftrek: eerder aangenomen · Startersaftrek: nieuw voorstel voor 2027 en 2028

Heb je recht op zelfstandigenaftrek, dan mag je in 2027 € 900 van je winst aftrekken. In 2026 is dat € 1.200. Dit geldt ook als je via een vof of maatschap onderneemt en aan de voorwaarden voldoet. Je aftrek wordt dus € 300 lager. Het uiteindelijke belastingverschil is kleiner dan die € 300: je betaalt belasting over een groter deel van je winst.

Voor starters is de voorgestelde verandering veel groter. Het kabinet wil de extra startersaftrek in 2027 terugbrengen van € 2.123 naar € 10. Vanaf 2028 vervalt deze aftrek helemaal als het voorstel wordt aangenomen. Een eerder startjaar geeft volgens het voorstel geen recht om het oude bedrag te blijven gebruiken.

Zelfstandigenaftrek en startersaftrek naast elkaar
Aftrekpost 2026 2027 Vanaf 2028
Zelfstandigenaftrek € 1.200 € 900 € 900
Startersaftrek, bovenop zelfstandigenaftrek € 2.123 € 10 (voorstel) Vervalt (voorstel)
Samen, als je recht hebt op beide € 3.323 € 910 (deels voorstel) € 900 (deels voorstel)

De bedragen gelden voor ondernemers die aan de voorwaarden voldoen en aan het begin van het jaar de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Voor de zelfstandigenaftrek geldt onder meer het urencriterium. De startersaftrek kent aanvullende voorwaarden. De mkb-winstvrijstelling blijft volgens de huidige regels 12,7% en wordt berekend ná de ondernemersaftrek.

Krijg je toeslagen? Door minder startersaftrek kan je verzamelinkomen stijgen, ook als je winst gelijk blijft. Je recht op toeslagen kan daardoor lager worden. Controleer bij je voorschotbeschikking voor 2027 en 2028 of het geschatte inkomen klopt en pas het zo nodig aan. Zo verklein je de kans dat je later moet terugbetalen.

Rekenvoorbeeld: het verschil bij € 60.000 winst

Stel: je hebt een eenmanszaak, maakt € 60.000 winst vóór ondernemersaftrek en voldoet aan het urencriterium. Je hebt de AOW-leeftijd nog niet bereikt en gebruikt geen andere ondernemersaftrek. Hieronder veranderen we alleen de aftrekposten. Zo zie je welk deel van je winst daarna belastbaar is.

Situatie Belastbare winst 2026 Belastbare winst 2027 Verschil
Zonder startersaftrek € 51.332,40 € 51.594,30 + € 261,90
Met startersaftrek in beide jaren € 49.479,02 € 51.585,57 + € 2.106,55

Berekening: eerst trek je de zelfstandigenaftrek en eventuele startersaftrek van de winst af. Daarna volgt 12,7% mkb-winstvrijstelling. In het startersvoorbeeld daalt de totale aftrek van € 3.323 naar € 910. Er wordt daardoor ruim € 2.100 meer winst belast. Dat is geen extra belastingbedrag: hoeveel belasting erbij komt, hangt ook af van de tarieven, heffingskortingen en bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw).

Eigen berekening, afgerond op centen. Het startersvoorbeeld veronderstelt dat je in beide jaren aan de startersvoorwaarden voldoet. Andere inkomsten, persoonlijke aftrekposten en toeslagen zijn niet meegenomen.

Andere aftrekposten voor starters en meewerkende partners

Naast de gewone startersaftrek wil het kabinet de aparte startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid vanaf 2029 afschaffen. Ook wil het de willekeurige afschrijving voor starters per 2028 beëindigen. Die regeling geeft starters nu onder voorwaarden ruimte om zelf te kiezen wanneer zij investeringen afschrijven.

In het aparte wetsvoorstel voor start-ups en scale-ups staat bovendien een verlaging van de meewerkaftrek en stakingsaftrek met 75%, gevolgd door afschaffing drie jaar later. Het kabinet streeft naar een start in 2027, maar de ingangsdatum wordt nog apart vastgesteld. Werkt je partner onbetaald of voor een lage vergoeding mee, of denk je aan stoppen met je bedrijf? Laat deze voorstellen dan meenemen bij je afweging.

Meer uitleg vind je bij de voorwaarden voor de zelfstandigenaftrek en startersaftrek in 2026. De voorgestelde bedragen voor 2027 staan hierboven.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

2. Belasting en koopkracht: wat houd je over in 2027?

Voorstel Belastingplan 2027 · Bedragen deels afhankelijk van definitieve indexatie

De eerste twee tarieven van de inkomstenbelasting stijgen ten opzichte van 2026: naar 36,23% en 38,16%. Tegelijk verhoogt het kabinet de arbeidskorting. Die korting verlaagt de belasting voor mensen met inkomen uit werk, waaronder ondernemers. Lees je over een belastingverlaging? Het kabinet verlaagt de tarieven ten opzichte van eerdere plannen, maar ze blijven hoger dan in 2026.

Voor je belastingreserve telt dus de hele berekening. Een hogere arbeidskorting kan helpen, terwijl minder ondernemersaftrek juist de andere kant op werkt. En een koopkrachtplaatje vertelt je nog niet wat er gebeurt als een klant minder werk heeft of je bedrijfskosten oplopen. Leg de belastingcijfers naast je eigen winstverwachting.

Vergeet ook de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw niet. De zorgbegroting rekent voor zelfstandigen in 2027 met 5,02%, tegenover 4,85% in 2026. Die bijdrage betaal je naast de premie aan je zorgverzekeraar.

Bij € 60.000 winst komen inkomstenbelasting en Zvw in ons voorbeeld zonder startersaftrek vrijwel gelijk uit. Wie in beide jaren startersaftrek gebruikt, betaalt volgens de plannen ongeveer € 920 meer per jaar. De berekening en uitgangspunten vind je hieronder.

De voorgestelde belastingschijven voor 2027

Deze tarieven gelden voor box 1 als je de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt. De eerste schijf is inclusief premies volksverzekeringen. Je betaalt elk tarief alleen over het deel van je belastbare inkomen in die schijf.

Belastbaar inkomen in box 1 Tarief 2027
Tot en met € 39.247 36,23%
Boven € 39.247 tot en met € 78.426 38,16%
Boven € 78.426 49,50%

Ter vergelijking: in 2026 zijn de tarieven 35,75%, 37,56% en 49,50%. De grens voor het hoogste tarief blijft in het voorstel € 78.426. Voor wie de AOW-leeftijd heeft bereikt, gelden andere tarieven in de eerste schijf.

Wat verandert er aan de heffingskortingen?

De maximale arbeidskorting stijgt in de gepresenteerde cijfers van € 5.685 naar € 5.929. Een deel daarvan komt door indexatie; daarbovenop bevat het koopkrachtpakket een verhoging van € 173. De maximale algemene heffingskorting stijgt van € 3.115 naar € 3.154.

Je krijgt niet automatisch de maximale bedragen. De hoogte hangt af van je inkomen en de kortingen worden bij hogere inkomens afgebouwd. Bij ondernemers wordt de arbeidskorting berekend over het arbeidsinkomen vóór ondernemersaftrek en mkb-winstvrijstelling. Voor de algemene heffingskorting telt het verzamelinkomen mee. Daarom kun je het effect niet aflezen aan alleen je belastbare winst.

De inkomensgrenzen bij de kortingen zijn in de Prinsjesdagstukken nog voorlopig. Ze hangen mede af van het minimumloon dat later in 2026 voor januari 2027 wordt vastgesteld.

Rekenvoorbeeld: dezelfde winst, een andere uitkomst voor starters

We vergelijken € 60.000 winst in beide jaren. De ondernemer heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt, voldoet aan het urencriterium en heeft geen ander inkomen, andere aftrekposten of extra heffingskortingen. We rekenen zowel de inkomstenbelasting na kortingen als de afzonderlijke bijdrage Zvw mee.

Inkomstenbelasting, volksverzekeringen en Zvw samen 2026 2027 volgens de plannen
Zonder startersaftrek Circa € 14.586 Circa € 14.603
Met startersaftrek in beide jaren Circa € 13.681 Circa € 14.599

Zonder startersaftrek komen belasting en bijdrage samen vrijwel gelijk uit. De inkomstenbelasting daalt in dit voorbeeld iets door de hogere arbeidskorting, maar de hogere bijdrage Zvw doet dat voordeel weer teniet. Bij de starter komt daar de sterk lagere startersaftrek bij. Het verschil loopt dan op tot ongeveer € 920 per jaar, of circa € 77 per maand.

Eigen indicatieve berekening met de Prinsjesdagcijfers en de Zvw-raming in de zorgbegroting, afgerond op hele euro’s. Exclusief toeslagen, nominale zorgpremie en andere privélasten. De arbeidskorting is berekend over de winst vóór ondernemersaftrek en mkb-winstvrijstelling. Voorlopige inkomensgrenzen van de heffingskortingen en afronding in de aangifte kunnen de uitkomst nog veranderen. Dit is geen koopkrachtberekening.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

3. Heb je een bv? Zo hangen winst, salaris en dividend samen

Met een bv heb je te maken met de belasting van je bedrijf én die van jouzelf. De bv betaalt vennootschapsbelasting over haar belastbare winst. Je salaris valt in box 1; een eventuele dividenduitkering valt doorgaans in box 2. De nieuwe box 1-tarieven kunnen dus ook jouw netto salaris als directeur-grootaandeelhouder raken.

De vraag is ook waar je het geld nodig hebt. Wil je investeren, dan kan een deel van de winst in de bv blijven. Voor je uitgaven thuis kijk je naar wat je netto overhoudt van salaris en eventueel dividend. Die keuzes horen bij elkaar.

Deze drie onderdelen bepalen samen wat je overhoudt
Onderdeel Waar kijk je naar? Waarom relevant?
Winst in de bv Vennootschapsbelasting en aftrekposten Bepaalt wat binnen de bv beschikbaar blijft.
Jouw salaris Box 1 en de regels voor het gebruikelijk loon Bepaalt mede je inkomen privé.
Dividend aan jou Box 2 en de verrekening van dividendbelasting Bepaalt wat je netto van een uitkering overhoudt.

Overweeg je dividend uit te keren of van een eenmanszaak over te stappen naar een bv? Reken deze onderdelen dan samen door. Een dalende zelfstandigenaftrek maakt een bv niet vanzelf voordeliger. Ook je winst, privébehoefte en de extra kosten van een bv tellen mee.

Rekenvoorbeeld: wat blijft er van € 50.000 over in je bv?

Bij € 50.000 belastbare winst en 19% vennootschapsbelasting betaalt de bv € 9.500 belasting. Er blijft dan € 40.500 in de bv over. De belastbare winst is hier al berekend ná aftrek van zakelijke kosten, waaronder een eventueel salaris dat de bv aan jou betaalt.

Wil je die € 40.500 als dividend naar privé overmaken? Dan volgt nog box 2-belasting. Het voorbeeld laat dus zien wat in het bedrijf overblijft na winstbelasting. Het is geen berekening van jouw netto privé-inkomen.

Meer over die afweging lees je in onze vragen over het omzetten van een eenmanszaak naar een bv. Oriënteer je je op een bv, dan horen daar ook je bankzaken bij. Bij Knab kun je een zakelijke rekening voor je bv openen als je structuur aan de voorwaarden voldoet. Op de productpagina lees je welke eisen gelden voor de bestuurder, aandeelhouder en een eventuele holding.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

4. Brandstof en zakelijke kilometers: wat verandert er?

Voor ondernemers die veel rijden, zitten de belangrijkste punten in de kilometervergoeding, accijnzen en youngtimerregeling. Heb je personeel met een auto van de zaak, dan komt daar vanaf 2027 een extra werkgeversheffing bij. Open hieronder wat op jouw situatie van toepassing is.

Accijnskorting: verlenging voor benzine, aanvulling voor diesel aangekondigd

Voorstel voor 2027 · Aanvullende wijziging aangekondigd

Het Belastingplan verlengt de accijnskorting op benzine in 2027. Daarnaast kondigt het kabinet een aanvulling op het wetsvoorstel aan om ook de korting op diesel te verlengen. Voor 2028 wil het de korting op benzine en diesel geleidelijker afbouwen.

Voor je begroting helpt je verbruik over een heel jaar meer dan één tankbeurt. Bij 1.600 liter scheelt iedere cent prijsverschil € 16 per jaar aan de pomp. Vijf cent is dan € 80. Dit is een rekenhulp voor een gekozen prijsverschil; de uiteindelijke pompprijs hangt ook af van onder meer de olieprijs. Btw-aftrek en winstbelasting zijn hierin niet meegenomen.

Zakelijke ritten met je privéauto: € 0,25 per kilometer

Al toegestaan via beleidsbesluit · Vanaf 1 januari 2026, nu ook in het wetsvoorstel

Gebruik je als ondernemer voor de inkomstenbelasting je privéauto voor zakelijke ritten? Dan mag je € 0,25 per zakelijke kilometer van je winst aftrekken. Bij 10.000 kilometer is dat € 2.500 aftrek: € 200 meer dan bij € 0,23. Je belastingvoordeel is een deel van die aftrek.

Controleer of je administratie al met € 0,25 rekent en of je ritten vanaf januari goed zijn vastgelegd. Voor werknemers is € 0,25 ook de maximale onbelaste kilometervergoeding. Wat je als werkgever daadwerkelijk vergoedt, hangt af van jullie afspraken.

Youngtimer: 17 jaar in 2027 en 20 jaar vanaf 2028 voorgesteld

Voorstel · Vervangt de eerder vastgelegde verhoging naar 25 jaar

Het kabinet stelt voor de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling in 2027 op 17 jaar te zetten, en vanaf 2028 op 20 jaar. Dat is een geleidelijker overgang dan de eerder aangenomen verhoging naar 25 jaar in 2027. Bij een auto die onder de youngtimerregeling valt, is de bijtelling 35% van de waarde in het economisch verkeer, in plaats van een percentage van de oorspronkelijke catalogusprijs.

Voor een specifieke groep bestaande gebruikers komt extra overgangsrecht. Het gaat om auto’s die in 2025 15 jaar zijn geworden en die uiterlijk 31 december 2025 al bij dezelfde ondernemer in gebruik waren of aan dezelfde werknemer ter beschikking stonden. Onder de voorwaarden kan deze groep de regeling ook in 2027 blijven gebruiken. Vanaf 2028 geldt de grens van 20 jaar.

Een willekeurige auto van 16 jaar valt dus niet automatisch onder die uitzondering. Controleer vóór aankoop of vervanging de leeftijd van de auto én of je aan het overgangsrecht voldoet.

Daarnaast kondigt het kabinet een greentimerregeling aan: tijdelijk een lagere bijtelling voor oudere elektrische auto’s. De Miljoenennota noemt hiervoor verschillende ingangsjaren. De startdatum en voorwaarden moeten dus eerst duidelijk worden voordat je dit voordeel kunt meenemen in een aankoopbeslissing.

Auto van de zaak voor personeel: extra heffing vanaf 2027

Heffing eerder aangenomen · Aanpassingen en uitzonderingen nu voorgesteld

Stel je als werkgever een benzine-, diesel- of hybride personenauto beschikbaar aan een werknemer die daarmee ook privé rijdt? Dan geldt vanaf 2027 in beginsel een extra werkgeversheffing van 12% per jaar van de catalogusprijs. Woon-werkverkeer telt hierbij ook als privégebruik; de gewone grens van 500 privékilometers geldt voor deze heffing niet.

Bij een catalogusprijs van € 40.000 is dat € 4.800 bij een volledig jaar. Voor auto’s ouder dan 25 jaar wordt uitgegaan van de waarde in het economisch verkeer. De heffing komt voor rekening van de werkgever, naast de eventuele bijtelling voor de werknemer.

Voor auto’s die vóór 2027 al ter beschikking zijn gesteld, wil het kabinet het overgangsrecht verlengen tot en met 31 december 2030. Het eerdere eindpunt was 16 september 2030. Het voorstel bevat daarnaast uitzonderingen voor handgeschakelde lesauto’s en bepaald tijdelijk of vervangend vervoer.

Laat een nieuw leasecontract en de precieze overgangsvoorwaarden controleren. Voor je eigen eenmanszaak geldt deze werkgeversheffing niet voor de auto die je zelf rijdt; een bv die een auto aan haar dga ter beschikking stelt kan er wel mee te maken krijgen.

Bestelauto: tijdelijke korting loopt af na 2026

Voor bestelauto’s die aan de voorwaarden van het ondernemerstarief voldoen, is een halvering van de motorrijtuigenbelasting opgenomen voor 1 juli tot en met 31 december 2026. Deze tijdelijke korting loopt volgens het voorstel niet door in 2027. Gebruik het verlaagde bedrag van de tweede helft van 2026 daarom niet zonder meer voor je jaarbegroting.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

5. Wat speelt er in jouw bedrijf of sector?

Een maatregel kan je rechtstreeks raken, maar ook via je klanten en leveranciers. Meer investeringsruimte bij een opdrachtgever is bijvoorbeeld iets anders dan een belastingvoordeel voor jouw bedrijf. Hieronder staan de onderwerpen die voor kleine ondernemers het meest relevant zijn.

Energie-investeringen: aftrek van 40% naar 45,5%

Voorstel · Vanaf 1 januari 2027

Het kabinet wil de energie-investeringsaftrek (EIA) verhogen van 40% naar 45,5%. Investeer je € 10.000 in een bedrijfsmiddel dat volledig voor EIA in aanmerking komt, dan stijgt de extra aftrek van € 4.000 naar € 4.550. Je mag in dit voorbeeld € 550 extra van de winst aftrekken; je belastingvoordeel is een deel daarvan.

De investering moet aan de EIA-voorwaarden voldoen. Kijk ook naar de energiebesparing, aanschafkosten, aanmeldtermijn en het geld dat je beschikbaar houdt. Alleen een hoger aftrekpercentage maakt een investering nog niet passend.

Heb je financiering nodig voor verduurzaming? De borgstellingsregeling BMKB-Energie is al sinds 1 juli 2026 verruimd. Ook is de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) met vijf jaar verlengd. Vraag je financier of een van deze overheidsgaranties past bij je investering. Het gaat om ondersteuning bij een lening, niet om een subsidie die je vrij kunt besteden.

Zonnepanelen, netkosten en waterbelasting

Salderen stopt in 2027 · Nettarieven nog vast te stellen · Ingangsjaar belastingvoornemen niet eenduidig

De salderingsregeling stopt op 1 januari 2027. Dat raakt ook kleine bedrijven die deze regeling gebruiken. Het effect hangt onder meer af van hoeveel stroom je direct zelf verbruikt en welke vergoeding je krijgt voor teruglevering.

Daarnaast verwacht Netbeheer Nederland dat de nettarieven voor gas en elektriciteit in 2027 gemiddeld circa 20% stijgen. Dat percentage gaat over het netbeheerdeel, dus niet over je hele energierekening. De definitieve tarieven volgen later in 2026 en verschillen per netbeheerder en aansluiting.

Het kabinet wil daarnaast de vaste vermindering van de energiebelasting beperken tot huishoudens. Dat kan bedrijven raken die deze vermindering nu ontvangen. De officiële stukken noemen verschillende ingangsjaren; de uitwerking volgt in een apart traject. Kijk voor je begroting dus afzonderlijk naar verbruik, energieprijzen, netkosten en belastingen.

Ook leidingwater wordt volgens het voorstel zwaarder belast: vanaf 2027 komt er € 0,10 per m³ bij, naast de jaarlijkse indexatie. Vooral als je bedrijf veel water gebruikt, loont het om je jaarverbruik naast het nieuwe tarief te leggen.

Personeel: minimumjeugdloon en personeelskorting

Minimumjeugdloon: eerder aangekondigd voor 2027 · Personeelskorting: nieuw voorstel voor 2027

Heb je medewerkers van 16 tot en met 20 jaar? Het minimumjeugdloon gaat voor deze leeftijden vanaf 1 januari 2027 omhoog. Neem dat mee in je loonkostenbegroting en controleer de nieuwe bedragen zodra die vaststaan. Wie al meer verdient dan het nieuwe minimum, krijgt door deze maatregel niet automatisch extra loon.

Geef je personeel korting op je eigen producten of diensten? Het kabinet wil vanaf 2027 de aparte vrijstelling daarvoor afschaffen. Die geldt nu voor maximaal 20% korting, tot € 500 per werknemer per jaar. Personeelskorting kan onder voorwaarden nog wel via de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). Kom je met alle aangewezen vergoedingen en verstrekkingen boven die ruimte uit, dan betaal je als werkgever 80% eindheffing over het meerdere.

Langdurig zieke medewerker: compensatie blijft langer beschikbaar

Voorgenomen afschaffing uitgesteld tot 1 januari 2028

Eindigt een dienstverband na twee jaar ziekte, dan kun je als werkgever onder voorwaarden compensatie krijgen voor de betaalde transitievergoeding. Het kabinet schuift de afschaffing van die compensatie door van 2027 naar 2028. Voor 2027 blijft de regeling daardoor volgens de begrotingsplannen beschikbaar.

Het gaat om de vergoeding aan jou als werkgever; het recht van de werknemer op een transitievergoeding verdwijnt hiermee niet. Heb je een langdurig zieke medewerker, neem de voorwaarden en het moment van aanvragen mee in je personeels- en liquiditeitsplanning.

Zelfstandigenwet: twee toetsen, beoogde start in 2028

Afzonderlijk wetstraject · Richting vastgelegd in Kamerbrief van 10 september 2026

Werk je als zelfstandige of huur je zzp’ers in? Het kabinet werkt aan een zelfstandigentoets, die kijkt naar de ondernemer, en een werkrelatietoets, die kijkt naar de vrijheid en onafhankelijkheid binnen de opdracht. De eerder geplande toetsingscommissie en sectorale rechtsvermoedens zijn uit de voorgenomen opzet gehaald.

De precieze criteria volgen bij een nieuwe consultatie. Het kabinet wil de wet in 2027 door het parlement laten behandelen en mikt op 1 januari 2028 als ingangsdatum. Tot die tijd blijven de huidige regels en rechtspraak over arbeidsrelaties gelden. Lees verder bij onze vragen over de Zelfstandigenwet.

E-facturatie: voorbereiden op 2030

Afzonderlijk aangekondigd plan · Beoogde start 1 juli 2030

Het kabinet wil elektronische facturen verplichten voor zakelijke transacties binnen Nederland en de EU. Voor EU-transacties moet digitale rapportage van de factuurgegevens op 1 juli 2030 beginnen; voor binnenlandse transacties een jaar later. De Nederlandse uitwerking en techniek worden nog voorbereid.

Voor deelnemers aan de kleineondernemersregeling is een uitzondering op de binnenlandse verplichting aangekondigd. Ben je toch al op zoek naar andere boekhoudsoftware? Vraag hoe de leverancier zich voorbereidt. Je hoeft voor deze plannen niet meteen je administratie om te gooien.

Innovatieve bedrijven: meer ruimte voor groei

Het kabinet reserveert € 3,3 miljard voor een Nationale Investeringsinstelling die onder meer de financiering van innovatieve bedrijven moet ondersteunen. Toegang tot financiering hangt straks af van de uitwerking; dit is geen algemene subsidie voor iedere ondernemer.

Voor innovatieve bv’s wil het kabinet vanaf 2027 het plafond binnen de vereenvoudigde innovatiebox verhogen van € 25.000 naar € 100.000 per jaar. Onder die regeling kan 25% van de winst, tot dat maximum, tegen het innovatieboxtarief worden belast. Het moet gaan om een zelf ontwikkelde innovatie die aan de fiscale voorwaarden voldoet.

Een apart voorstel maakt aandelenopties voor werknemers van erkende start-ups en scale-ups fiscaal aantrekkelijker. Onder voorwaarden wordt 65% van het optievoordeel belast en verschuift de heffing naar het moment waarop de aandelen worden verkocht. Het kabinet streeft naar invoering in 2027; de ingangsdatum wordt nog apart vastgesteld.

Werk je in bouw, onderhoud of verduurzaming?

Het kabinet wil woningcorporaties vanaf 2028 meer investeringsruimte geven door ze uit te zonderen van een beperking op renteaftrek. Ook ligt er een nieuwe vrijstelling van overdrachtsbelasting voor corporaties. Werk je voor deze opdrachtgevers, dan kunnen hun investeringsplannen op termijn kansen bieden. Welke opdrachten beschikbaar komen, hangt af van hun eigen keuzes en projecten.

Bloemen, planten en alcohol: plannen voor prijzen en inkoop

Voor sierteeltproducten, zoals bloemen en planten, wil het kabinet het btw-tarief vanaf 1 januari 2028 verhogen van 9% naar 21%. Dat is relevant voor onder meer bloemisten, kwekers en tuincentra. Neem het mee bij prijsafspraken en leveringen die op 2028 zien.

De alcoholaccijns moet vanaf 2027 jaarlijks met de inflatie worden aangepast. Daarnaast wil het kabinet de kleinebrouwersregeling vanaf 2028 afschaffen. Verkoop je alcohol, kijk dan naar het effect op je inkoopprijzen en marges. De uiteindelijke prijs per glas of fles hangt ook van je overige kosten en prijsbeleid af.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

6. En wat betekent Prinsjesdag voor je geldzaken thuis?

Iedere maand gaat er ook geld naar de huur of hypotheek, boodschappen en zorgverzekering. Wat daar verandert, bepaalt mede hoeveel inkomen je uit je bedrijf nodig hebt. Alleen naar je zakelijke belasting kijken geeft daarom een onvolledig beeld.

In ons Prinsjesdagoverzicht voor je portemonnee lees je wat de officiële plannen betekenen voor inkomen, zorg, wonen, energie en vermogen. Ook leggen we uit welke onderdelen nog verder moeten worden uitgewerkt, zoals box 3.

Een apart overzicht van je zakelijke verplichtingen en je privé-uitgaven helpt je om gericht te rekenen. Wil je ook je dagelijkse bankzaken privé bij Knab regelen, dan vind je hier meer over de Knab Privérekening.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

7. Je financiële planning: wat kun je nu oppakken?

Je hoeft je hele begroting niet in één keer af te hebben. Begin bij de drie bedragen waar je op stuurt: je verwachte winst, je belastingreserve en wat je privé nodig hebt. Kijk daarnaast welke opdrachten voor volgend jaar al vaststaan. Zo zie je welke veranderingen echt aandacht vragen.

Laat bij een eenmanszaak de lagere aftrek en nieuwe belastingcijfers samen doorrekenen. Bij een bv kijk je ook naar salaris, dividend en geld dat in het bedrijf blijft. Reken vervolgens eens een maand door waarin een klant later betaalt of er minder werk is. Je buffer bepaalt mede hoeveel ruimte je hebt om te investeren of geld voor later vast te zetten.

Wil je daar concreter mee aan de slag? Lees hoe je je bedrijf financieel weerbaar maakt. Je pensioen hoort daar ook bij. Blijft er naast je buffer en geplande uitgaven geld beschikbaar voor later, kijk dan hoeveel je binnen je fiscale ruimte kunt inleggen. Bij het berekenen van je jaarruimte kijk je onder meer naar je inkomen en pensioenopbouw uit het vorige jaar.

Nieuw pensioenvoorstel: bovengrens blijft langer gelijk

Voorstel · Vanaf 2027

Het kabinet wil het maximale inkomen waarover je fiscaal gefaciliteerd pensioen kunt opbouwen tot en met 2032 vastzetten op € 137.800. Ook voor lijfrente blijft de maximale inkomensgrens op dat niveau. Dat raakt vooral ondernemers met hogere inkomens; het is geen algemene afschaffing van de aftrek voor pensioeninleg.

Je eigen aftrekruimte kan veel lager zijn. Controleer daarom je jaar- en reserveringsruimte voordat je inlegt. Pensioengeld staat vast voor later en vervangt je zakelijke of privébuffer niet.

Zelf aanvullend pensioen opbouwen

Bij Knab kun je pensioensparen of pensioenbeleggen. Je fiscale ruimte bepaalt hoeveel inleg je kunt aftrekken. Je zet het geld vast voor je pensioen; het is dus niet vrij opneembaar. Over de latere uitkeringen betaal je belasting. Kies je voor beleggen, dan kun je een deel van je inleg verliezen.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

Veelgestelde vragen over Prinsjesdag voor zzp’ers en ondernemers

Zijn de Prinsjesdagplannen nu definitief?

De officiële stukken zijn gepubliceerd, maar nieuwe wetsvoorstellen zijn daarmee nog geen wet. De Tweede en Eerste Kamer moeten ze nog behandelen. Daarom maken we bij de onderwerpen onderscheid tussen eerder aangenomen regels en voorstellen. Sommige ingangsdata worden bovendien pas later vastgesteld.

Op 16 en 17 september 2026 bespreekt de Tweede Kamer de hoofdlijnen tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Daarna volgt de verdere behandeling van de afzonderlijke wetsvoorstellen en begrotingen. Die debatten betekenen dus nog geen definitieve goedkeuring van alle maatregelen.

Geldt de verlaging van de startersaftrek ook als ik al ben gestart?

Ja, het voorstel maakt voor het lagere bedrag in 2027 geen uitzondering voor ondernemers die al eerder zijn gestart. Als je in 2027 recht hebt op startersaftrek, bedraagt die volgens het voorstel € 10. Vanaf 2028 vervalt de gewone startersaftrek. Voor 2026 blijft € 2.123 gelden als je aan de voorwaarden voldoet.

Voor welke ondernemers is dit overzicht bedoeld?

Voor zzp’ers en andere kleine ondernemers, met een eenmanszaak, vof, maatschap of bv. Je kunt per onderwerp bekijken wat op jouw onderneming van toepassing is. De uitleg voor je geldzaken thuis vind je in het particuliere Prinsjesdagoverzicht.

Kan ik mijn belastingreserve nu al aanpassen?

Je kunt de voorgestelde cijfers gebruiken om vooruit te rekenen. Houd daarbij rekening met verdere besluitvorming en de definitieve bedragen die later dit jaar volgen. Laat niet alleen de nieuwe tarieven invullen: ook aftrekposten, heffingskortingen, de bijdrage Zvw en jouw winstverwachting horen in de berekening.

Bronnen en laatste controle

Opnieuw gecontroleerd en bijgewerkt op 16 september 2026 op basis van de officiële Prinsjesdagstukken, aanvullende toelichtingen en relevante eerdere besluiten. Voor het Belastingplan gebruiken we het wetsvoorstel mét memorie van toelichting, de factsheetbundel en de aanbiedingsbrief. Aanvullingen die nog moeten worden ingediend zijn als aangekondigd voorstel beschreven. De voorbeelden zijn eigen berekeningen met de uitgangspunten die erbij staan.

De SZW-begroting 2027 is aanvullend gebruikt voor het minimumjeugdloon en de compensatie voor transitievergoedingen.

Laat weten wat de plannen voor jou betekenen

De plannen liggen in Den Haag; jij weet wat er in je bedrijf speelt. Wat verwacht je van deze maatregelen? En waar heb je als ondernemer behoefte aan? Deel je mening in onze enquête. Als stem van de zzp’er gebruiken we de antwoorden om de ervaringen en verwachtingen van zelfstandigen onder de aandacht te brengen.

Vul de enquête in (3 min)

Handig artikel? Deel het met een andere ondernemer

Stuur het eenvoudig door via WhatsApp, LinkedIn of e-mail.



Geschreven door:

Casper Zwart

Lead Thought Leadership

Gecheckt door:

Oskar Barendse

Financieel Expert



Deel via:

Knab: ook de bank voor bv's  Open je rekening

Profiteer nu bij Knab van hét zakelijk bankpakket voor zzp'ers