Prinsjesdag 2026: wat betekenen de plannen voor je portemonnee?

Je zorgverzekering, de belasting over je inkomen en het geld dat je opzijzet: Prinsjesdag raakt je op verschillende manieren. Op 15 september 2026 heeft het kabinet de plannen voor 2027 gepresenteerd. We hebben de officiële stukken voor je uitgeplozen. Wat betekenen ze voor je portemonnee? Hieronder lees je de belangrijkste veranderingen, met voorbeelden voor je eigen huishouden. Ook nemen we eerder besloten wijzigingen mee, zoals het stoppen van salderen voor zonnepanelen. Kies wat voor jou speelt; de extra uitleg klap je eenvoudig open.
Laatst geüpdatet
1 oktober 2026
Leestijd
2 minuten
- Laatst geüpdate: 1 oktober 2026
- Leestijd: 2 minuten

Je zorgverzekering, de belasting over je inkomen en het geld dat je opzijzet: Prinsjesdag raakt je op verschillende manieren. Op 15 september 2026 heeft het kabinet de plannen voor 2027 gepresenteerd. We hebben de officiële stukken voor je uitgeplozen. Wat betekenen ze voor je portemonnee?

Hieronder lees je de belangrijkste veranderingen, met voorbeelden voor je eigen huishouden. Ook nemen we eerder besloten wijzigingen mee, zoals het stoppen van salderen voor zonnepanelen. Kies wat voor jou speelt; de extra uitleg klap je eenvoudig open.

Prinsjesdag

Prinsjesdag 2026: stand van zaken op 1 oktober

Bijgewerkt op 1 oktober 2026, ochtend. De belastingplannen zijn nog in behandeling. Vooral de voorgestelde lagere box 3-vrijstelling voor spaarders staat opnieuw ter discussie. We hebben de Kamerbrief van 29 september, het debat van 30 september en de toelichting van 1 oktober verwerkt. De Algemene Financiële Beschouwingen gaan op 1 oktober verder; er ligt nog geen definitief besluit over deze voorstellen.

In het kort

Volgens de bijgewerkte koopkrachttabel in de Kamerbrief van 29 september gaat een doorsnee huishouden er in 2027 0,1% op achteruit. Voor de 20% laagste inkomens is de raming +0,1% en voor gepensioneerden +0,3%. Deze cijfers houden nog geen rekening met verdere effecten van de maatregelen op de economie. De zorgpremie stijgt naar verwachting en het verplichte eigen risico wordt € 400.

Voor je eigen budget verdienen vooral zorg, energie en eventuele kinderopvang aandacht. Met zonnepanelen krijg je vanaf 2027 te maken met het einde van salderen. De voorgestelde verlaging van de box 3-vrijstelling voor 2027 staat ter discussie. Ook de vormgeving en invoering van het nieuwe stelsel moeten nog worden goedgekeurd. Eén landelijk koopkrachtcijfer vertelt dus niet hoe jouw jaar eruitziet.

1. Koopkracht: wat houd je volgend jaar over?

Officiële raming voor 2027 · Belastingmaatregelen zijn voorstellen

De Kamerbrief van 29 september bevat bijgewerkte koopkrachtcijfers voor 2027. Een doorsnee huishouden gaat er volgens die tabel 0,1% op achteruit. De 20% laagste inkomens en gepensioneerden gaan er in doorsnee iets op vooruit. Koopkracht gaat over wat je van je inkomen kunt betalen, nadat ook prijsveranderingen zijn meegerekend.

Groep Koopkracht in doorsnee, 2027
Alle huishoudens −0,1%
20% laagste inkomens +0,1%
Gepensioneerden +0,3%

Bron: tabel 2 in de Kamerbrief van 29 september 2026, exclusief macro-economische doorwerkingen. Dat betekent dat verdere effecten van de maatregelen op bijvoorbeeld de economie, lonen en prijzen nog niet zijn meegenomen. In doorsnee betekent: de middelste uitkomst binnen een groep. Huishoudens binnen dezelfde groep kunnen verschillend uitkomen.

Ook de bijgewerkte koopkrachtcijfers blijven een raming. Het CPB meldde op 25 september dat de actuele marktverwachtingen voor olie en gas hoger lagen dan waarop de MEV 2027 was gebaseerd. Hogere energieprijzen kunnen je koopkracht onder druk zetten. De nieuwe tabel van 29 september bevat geen volledige herberekening van zulke macro-economische effecten. Lees de CPB-toelichting bij de eerdere raming.

De Kamerbrief maakt ook de aanpassingen in de inkomstenbelasting concreet. De hoogste schijf begint in 2027 boven € 80.578 en de extra verhoging van de arbeidskorting wordt € 133. Door de hogere schijfgrens wil het kabinet ook de algemene heffingskorting langzamer afbouwen. De wijzigingen zijn verwerkt in de bijgewerkte koopkrachtcijfers hierboven. De belastingtabel hieronder gebruikt de nieuwe schijfgrens.

Lees je berichten over een belastingverlaging? Het kabinet verlaagt de tarieven ten opzichte van eerdere plannen. Vergeleken met 2026 stijgen de tarieven van de eerste twee schijven juist. Tegelijk gaat de arbeidskorting omhoog. Of je meer of minder belasting betaalt, hangt af van de hele berekening.

En thuis gebeurt meer dan in een koopkrachtplaatje past. Een nieuwe baan, minder werken of extra opvangdagen kan voor je budget veel meer betekenen dan die 0,1%. Kijk daarom naar het bedrag dat bij jou binnenkomt én naar je grootste uitgaven.

Welke belastingtarieven stelt het kabinet voor?

Voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, staan hieronder de voorgestelde tarieven voor 2027. De grens voor de derde schijf is aangepast aan de Kamerbrief van 29 september. De percentages zijn inclusief premies volksverzekeringen.

Belastbaar inkomen in box 1, 2027 Voorgesteld tarief
Tot en met € 39.247 36,23%
Meer dan € 39.247 tot en met € 80.578 38,16%
Meer dan € 80.578 49,50%

Je betaalt elk tarief alleen over het deel van je belastbare inkomen in die schijf. In 2026 zijn de eerste twee tarieven 35,75% en 37,56%. Volgens de Kamerbrief van 29 september begint de hoogste schijf in 2027 boven € 80.578, in plaats van boven de eerder voorgestelde € 78.426. Daardoor valt een kleiner deel van een hoger inkomen onder het tarief van 49,50%.

Ook heffingskortingen tellen mee. Boven op de indexatie wil het kabinet de arbeidskorting in 2027 extra verhogen met € 133. Dat was op Prinsjesdag nog € 173: de extra verhoging wordt dus € 40 kleiner. De maximale algemene heffingskorting gaat in de Prinsjesdagcijfers van € 3.115 naar € 3.154. Hoeveel korting je krijgt, hangt af van je inkomen en situatie.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

2. Zorg: hogere premie en een eigen risico van € 400

Officiële zorgplannen voor 2027 · Premie en toeslag zijn ramingen

Het ministerie van VWS verwacht een gemiddelde zorgpremie van € 169 per maand: € 12,50 meer dan in 2026. Je verzekeraar bepaalt je uiteindelijke premie en maakt die uiterlijk 12 november bekend.

Het verplichte eigen risico stijgt door indexering van € 385 naar € 400. De extra verhoging met € 60 schuift naar 2028. Voor alleenstaanden komt de maximale zorgtoeslag naar verwachting op € 140 per maand. Of en hoeveel toeslag je krijgt, hangt af van je situatie.

Rekenvoorbeeld: wat doet dit met je zorgbudget?

Een premiestijging van € 12,50 per maand is € 150 per jaar per volwassene. Voor twee volwassenen is dat € 300. Gebruik je het verplichte eigen risico volledig, dan komt daar per persoon € 15 bij. Een hogere zorgtoeslag kan een deel opvangen.

Maak je eigen berekening zodra je nieuwe polis bekend is. De landelijke raming is geen offerte van je verzekeraar.

Zorgtoeslag: ook je vermogen telt mee

Het kabinet wil in 2027 de vermogensgrens voor zorgtoeslag en kindgebonden budget verlagen. Heb je naast een bescheiden inkomen ook spaargeld of beleggingen, dan verdient dat aandacht. Een hoger maximumbedrag aan toeslag helpt alleen als je ook aan de voorwaarden blijft voldoen.

De begroting rekent voor beide toeslagen met een grens van € 119.122 zonder toeslagpartner en € 158.748 met toeslagpartner. Daarbij telt je vermogen op 1 januari 2027. Kom je boven de toepasselijke grens, dan vervalt volgens het voorstel je recht op deze toeslagen voor dat jaar.

De vermogensgrens voor toeslagen is een andere grens dan de vrijstelling voor de belasting in box 3. Houd die twee bij je berekening uit elkaar.

Specifieke zorgkosten: aftrek zou in 2028 stoppen

Het kabinet stelt voor de aftrek van specifieke zorgkosten en de daaraan gekoppelde Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten vanaf 1 januari 2028 af te schaffen. Voor 2027 blijven de bestaande voorwaarden het uitgangspunt.

De Tweede Kamer heeft op 17 september 2026 een motie aangenomen die het kabinet vraagt vóór de behandeling van het Belastingplan 2027 mogelijkheden uit te werken om de aftrek te behouden, doelmatiger te maken en sterker te richten op de zorgkosten van chronisch zieken.

Daarmee is het afschaffingsvoorstel nog niet ingetrokken, maar staat ook nog niet vast dat de aftrek in 2028 verdwijnt. Gebruik je de aftrek nu, volg dan de verdere uitwerking voordat je voor 2028 rekent. Lees de aangenomen motie over specifieke zorgkosten.

Vaccinatie tegen gordelroos voor ouderen

Het kabinet wil in 2027 starten met vaccinatie van 60-jarigen. Van 2028 tot en met 2031 volgt een inhaalprogramma voor 61- tot 69-jarigen. De uitnodigingen gaan in rondes; niet iedereen is tegelijk aan de beurt.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

3. AOW, uitkeringen en minimumjeugdloon

Sociale zekerheid: kabinetsvoorstel · Minimumjeugdloon: besluit gepubliceerd

Op Prinsjesdag schrapte het kabinet al de snellere stijging van de AOW-leeftijd en de verlaging van het maximumdagloon. De Kamerbrief van 29 september wijzigt ook de voorgenomen WW-maatregelen en maatregelen voor arbeidsongeschikten. De besparingsopgave blijft staan terwijl het kabinet werkt aan een sociaal akkoord.

Wat betekent dit voor je AOW en belastingkorting?

De bestaande koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting blijft het uitgangspunt. De AOW-leeftijd wordt dus niet bevroren; alleen de voorgenomen snellere stijging gaat niet door. Voor je pensioenplanning blijft je persoonlijke AOW-datum belangrijk.

In het Belastingplan staat wel een lagere ouderenkorting. Na de voorgestelde verlaging en indexering daalt het maximum van € 2.067 in 2026 naar € 1.993 in 2027. Wat dat voor je betekent, hangt af van je inkomen. De koopkrachtraming voor gepensioneerden neemt ook andere veranderingen mee.

Maximumdagloon, WW en arbeidsongeschiktheid

Het maximumdagloon is de bovengrens waarmee bepaalde werknemersuitkeringen worden berekend. Het kabinet ziet af van de geplande verlaging met 20%. Dat is vooral relevant als je loon rond of boven die grens ligt.

De Kamerbrief van 29 september haalt de voorgenomen WW-maatregelen, de afschaffing van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten en de afschaffing van de IVA-uitkering uit de begroting. Het kabinet wil hierover eerst met werkgevers en werknemers een sociaal akkoord sluiten. De besparingsopgave blijft wel staan; daarvoor moeten andere maatregelen of afspraken komen. De eerder genoemde ingangsdatum in 2029 is dus niet meer het uitgangspunt voor deze ingrepen.

Minimumjeugdloon: meer loon voor jonge werkenden

Voor 16- tot en met 20-jarigen gaat het minimumjeugdloon vanaf 1 januari 2027 omhoog. Het besluit is op 24 september gepubliceerd. Ook vervalt de lagere loonstaffel voor studenten in een beroepsbegeleidende leerweg (bbl): voor hen gaat het reguliere minimumjeugdloon gelden. Werk jij of je kind voor het minimumjeugdloon, controleer dan de eerste loonstrook van 2027.

De stijging verschilt per leeftijd. Verdien je al meer dan het nieuwe minimum, dan krijg je door deze maatregel niet automatisch een loonsverhoging.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

4. Sparen, beleggen en box 3: plannen nog in beweging

Stand 1 oktober 2026, ochtend · Voorstel van 29 september staat ter discussie

Spaar of beleg je voor later? Dan is vooral de voorgestelde lagere vrijstelling iets om te volgen. Tijdens het Kamerdebat van 30 september uitten verschillende partijen bezwaren tegen het zwaarder belasten van kleinere spaarders. Zij zoeken naar andere manieren om de overgang naar een nieuw box 3-stelsel te betalen. Er is nog geen definitief besluit over de vrijstelling voor 2027.

In de Kamerbrief van 29 september stelt het kabinet een heffingsvrij vermogen van € 30.846 per persoon voor, of € 61.692 voor fiscale partners. In de oorspronkelijke Prinsjesdagcijfers was dat € 60.098 per persoon en € 120.196 voor partners. Het lagere bedrag is dus het kabinetsvoorstel waarover nu wordt gesproken. Voor 2026 blijft de vrijstelling € 59.357 per persoon.

Het kabinet wil in 2027 ook het forfaitaire rendement voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt verhogen. Dat is het vaste rendement waarmee de Belastingdienst rekent voor bijvoorbeeld beleggingen. Het voorgestelde belastingtarief blijft 36% over het berekende rendement. Voor spaargeld geldt een eigen rendementspercentage. De tegenbewijsregeling blijft van belang als je werkelijke rendement lager is.

Voor het nieuwe stelsel wil het kabinet de vermogenswinstbelasting vanaf 2028 uitbreiden naar financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties. Hun waardestijging zou dan in beginsel bij verkoop worden belast. Het doel is een volledige vermogenswinstbelasting in 2030. Voor dit nieuwe stelsel is een heffingsvrij resultaat van € 1.000 per persoon per jaar voorgesteld, in plaats van € 1.800. De wetgeving en de haalbaarheid van het tijdpad moeten nog worden beoordeeld.

Een vrijstelling voor vermogen gaat over de omvang van je spaarpot. Een vrijstelling voor resultaat gaat over wat je vermogen oplevert. Dat onderscheid maakt veel uit wanneer je de plannen vergelijkt. Lees meer in ons overzicht van box 3.

Wat staat er nu ter discussie?

De discussie gaat zowel over het toekomstige stelsel als over de maatregelen waarmee het kabinet de overgang wil betalen. Als belasting over koerswinst pas bij verkoop binnenkomt, ontvangt de overheid een deel van die belasting later. Het kabinet wil dat onder meer opvangen met wijzigingen in box 2 en lagere vrijstellingen in box 3.

Verschillende Kamerleden willen kleinere spaarders daarbij ontzien. De Kamerbrief van 1 oktober licht de financiering toe, maar noemt geen nieuwe bedragen voor de vrijstellingen. De voorgestelde verlaging naar € 30.846 is daarmee nog niet vervangen door een ander vastgesteld bedrag. Ook de nieuwe heffingsvrije ruimte van € 1.000 vanaf 2028 is nog een voorstel.

De overstap moet worden geregeld via een wijziging van het wetsvoorstel dat bij de Eerste Kamer ligt. Het kabinet wil die wijziging vóór het einde van 2026 door beide Kamers krijgen. Dat is een ambitieus tijdpad. Reken daarom voor een beslissing over je spaargeld met meerdere mogelijke uitkomsten.

Waar gaat de discussie over aanwas en winst over?

Stijgt een belegging in waarde, dan kan die stijging bij een belasting over vermogensaanwas al meetellen terwijl je de belegging nog bezit. Bij een belasting over vermogenswinst telt de stijging in beginsel mee bij verkoop. Het verschil zit dus onder meer in het moment waarop je belasting betaalt.

Rente en dividend zijn inkomsten die je ontvangt. Wachten op een verkoop speelt vooral bij de waardestijging van een bezit. De precieze regels kunnen per soort vermogen verschillen en moeten nog in de aangepaste wetgeving worden vastgelegd.

Rekenvoorbeeld: wat als de voorgestelde lagere vrijstelling doorgaat?

Stel dat je op 1 januari 2027 alleen € 70.000 spaargeld hebt, zonder fiscale partner en zonder schulden. Als het voorstel van 29 september ongewijzigd doorgaat, blijft in de fictieve berekening € 70.000 − € 30.846 = € 39.154 over als grondslag sparen en beleggen. Met de oorspronkelijke Prinsjesdagvrijstelling van € 60.098 was dat € 9.902.

Dit laat het verschil tussen twee voorstellen zien. Het is nog geen berekening van je belasting voor 2027. Daarvoor zijn ook de definitieve vrijstelling, het rendementspercentage voor spaargeld en het belastingtarief nodig. Het verschil van € 29.252 in grondslag is dus geen extra belastingbedrag.

Is je werkelijke rendement lager dan het forfaitaire rendement, dan kan de belasting lager uitvallen. Bij de berekening met werkelijk rendement gelden andere regels: daarin wordt het heffingsvrije vermogen niet afgetrokken.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

5. Brandstof, drinkwater en andere uitgaven

Voorstellen voor 2027, tenzij anders vermeld

Het kabinet wil de accijnskorting op benzine in 2027 verlengen. Een aangekondigde aanvulling op het Belastingplan verlengt ook de korting op diesel en bouwt beide kortingen vanaf 2028 geleidelijker af. Volgens de nieuwste CPB-toelichting ligt de benzineaccijns in het kabinetsvoorstel desondanks ongeveer 0,7 cent per liter hoger dan in 2026. De uiteindelijke prijs hangt ook af van bijvoorbeeld de olieprijs. Lees de CPB-antwoorden over de MEV 2027.

Op 24 september is daarnaast een amendement ingediend om de benzineaccijns in 2027 met nog eens ongeveer 17,6 cent per liter te verlagen. Het kabinet heeft nog geen oordeel gegeven en er is nog niet over gestemd. Reken daarom voorlopig met het gepresenteerde kabinetsvoorstel. Bekijk het amendement over de benzineaccijns.

De belasting op leidingwater gaat in het voorstel juist met € 0,10 per kubieke meter omhoog, naast de jaarlijkse indexatie. Bij zulke bedragen maakt je eigen verbruik het verschil. Op je jaarrekening zie je hoeveel water je huishouden gebruikt.

Rekenvoorbeeld: van een tarief naar je jaarbudget

Gebruik je 120 m³ water per jaar? Dan betekent € 0,10 extra belasting per m³ een stijging van € 12 per jaar, exclusief btw. Dit is alleen deze extra belastingverhoging, zonder indexatie. Je waterbedrijf bepaalt ook zijn eigen tarieven.

Voor brandstof kun je hetzelfde doen: bij 900 liter per jaar betekent iedere cent verschil in de pompprijs € 9 verschil op jaarbasis.

Reiskostenvergoeding: maximaal € 0,25 per kilometer

Je werkgever mag voor reizen met eigen vervoer maximaal € 0,25 per kilometer onbelast vergoeden. Dat was € 0,23. Deze verhoging is al via een beleidsbesluit toegestaan, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Het Belastingplan legt dit vast in de wet.

De vergoeding die je werkelijk krijgt, hangt af van je cao of afspraken met je werkgever. De fiscale verhoging verplicht je werkgever niet om meer te betalen.

Alcohol, bloemen en planten

Het kabinet wil de alcoholaccijns vanaf 2027 jaarlijks met de inflatie laten meestijgen. Voor bloemen en planten is het voorstel om de btw vanaf 1 januari 2028 te verhogen van 9% naar 21%.

Hoeveel je daarvan in de winkel terugziet, hangt ook af van de prijskeuzes van de verkoper.

Vliegbelasting: lager hoogste tarief dan eerder gepland

Vanaf 2027 hangt de vliegbelasting af van de afstand. Dat is eerder besloten. Het kabinet wil nu het hoogste tarief verlagen van de eerder geplande € 74,81 naar € 59,43 per vertrekkende passagier. Deze categorie geldt bijvoorbeeld voor vluchten naar de Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Indonesië.

Dit is een verlaging ten opzichte van het eerdere plan voor 2027. Je ticket wordt daardoor niet vanzelf goedkoper dan in 2026: luchtvaartmaatschappijen bepalen hun eigen prijzen.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

6. Wonen, energie en kinderen: kijk naar je grootste uitgaven

Voor veel huishoudens zitten hier de grootste maandelijkse bedragen. Met zonnepanelen verandert de afrekening in 2027. Voor ouders gaat de kinderopvangtoeslag minder snel omhoog dan eerder gepland. En los van Prinsjesdag verwachten de netbeheerders hogere netkosten.

Zonnepanelen: salderen stopt op 1 januari 2027

Eerder besloten · Vanaf 1 januari 2027

Je kunt teruggeleverde stroom vanaf 2027 niet meer wegstrepen tegen stroom die je op een ander moment afneemt. Voor teruggeleverde stroom krijg je wel een vergoeding. Tot 2030 moet die minimaal 50% van het kale leveringstarief bedragen: het tarief zonder belastingen.

Een voorbeeld met fictieve prijzen: je neemt 1.000 kWh af voor € 0,30 per kWh en levert 1.000 kWh terug voor € 0,10. Dan betaal je € 300 en ontvang je € 100: per saldo € 200. Vaste kosten en eventuele terugleverkosten komen daar nog bij.

Direct gebruiken wat je panelen opwekken wordt daardoor belangrijker. Bekijk ook hoe je leverancier vanaf 2027 omgaat met de terugleververgoeding en terugleverkosten.

Energie: hogere netkosten verwacht en steun voor lage inkomens

Verwachting netbeheerders · Definitieve nettarieven volgen in december 2026

Netbeheer Nederland verwacht in 2027 gemiddeld circa 20% hogere nettarieven voor elektriciteit en gas. Voor huishoudens is dat ongeveer € 12 per maand extra, inclusief btw. De stijging verschilt per aansluiting en netbeheerder. De ACM stelt de definitieve tarieven in december vast.

Dit gaat over de kosten van het energienet, niet over een stijging van je hele energierekening met 20%. Je verbruik, contract en energiebelasting bepalen de rest.

De aanvraagdata en voorwaarden van het Noodfonds Energie zijn inmiddels bekend. Vanaf 1 december 2026 kun je vragen stellen en je aanvraag voorbereiden. Aanvragen kan van 4 januari tot en met 7 mei 2027. Zo tellen ook de hogere nettarieven van 2027 mee.

De steun is bedoeld voor huishoudens met een bruto-inkomen tot 200% van het sociaal minimum. Tot 130% van dat minimum moeten je energiekosten minstens 8% van je inkomen zijn; tussen 130% en 200% geldt 10%. Het fonds vergoedt de helft van de energiekosten boven die grens, met in totaal minimaal € 120 en maximaal € 1.800 steun. Ook voor onder meer blokverwarming en warmtenetten is een aanvraag mogelijk. Iedereen die aan de voorwaarden voldoet en op tijd aanvraagt, krijgt steun; het fonds sluit deze keer niet eerder omdat het budget op is.

Kinderopvang: meer toeslag, maar een kleinere stap

Begrotingsplan voor 2027 · Nieuw financieringsstelsel beoogd voor 2029

De kinderopvangtoeslag wordt in 2027 verder verhoogd voor ouders die nog niet de maximale vergoeding krijgen. Die verhoging is kleiner dan eerder gepland. Het kabinet heeft het wetsvoorstel voor directe financiering vanaf 2029 op 21 september naar de Raad van State gestuurd. Het doel is dat werkende ouders dan een hoge vergoeding krijgen, rechtstreeks betaald aan de opvangorganisatie.

In het officiële voorbeeld krijgt een gezin met twee kinderen, een inkomen van twee keer modaal en twee dagen opvang in 2027 ongeveer € 700 meer toeslag dan in 2026. Dat bedrag geldt voor die voorbeeldsituatie.

De voorlopige maximumuurprijzen voor 2027 zijn € 11,60 voor dagopvang, € 10,31 voor buitenschoolse opvang en € 8,77 voor gastouderopvang. Deze bedragen zijn de basis voor de toeslagberekening, niet het bedrag dat iedere ouder vergoed krijgt.

Voor jouw maandbudget tellen het vergoedingspercentage, de maximumuurprijs, opvanguren en je inkomen mee. Rekent jouw opvang meer dan de maximumuurprijs, dan betaal je dat verschil zelf. Meer toeslag betekent daardoor niet automatisch dat je totale opvangrekening evenveel daalt.

Kinderbijslag, kindgebonden budget en belastingkorting

Begrotingsplannen voor 2027 · Wetsvoorstel kindgebonden budget wordt opnieuw bekeken

Ook als je geen kinderopvang gebruikt, veranderen er regelingen voor je gezin. Het kabinet wil de kinderbijslag in 2027 extra verhogen met ongeveer € 90 per kind per jaar. De basisbedragen per kind in het kindgebonden budget stijgen volgens de gepubliceerde begroting per saldo € 73 per jaar ten opzichte van 2026.

Toch krijgt niet ieder gezin volgens dat voorstel meer kindgebonden budget. Boven een gezamenlijk toetsingsinkomen van ongeveer € 61.900 wordt de toeslag sneller afgebouwd. Ook de lagere vermogensgrens kan je recht op toeslag beïnvloeden. Kijk dus naar je eigen inkomen, vermogen en gezinssamenstelling.

De Tweede Kamer heeft op 17 september twee moties over gezinnen aangenomen. Het kabinet wordt gevraagd in 2027 niet op gezinnen te bezuinigen en € 150 miljoen uit de gezinsenveloppe in te zetten voor hogere kindregelingen, vooral voor middeninkomens. Ook vraagt de Kamer om een herzien voorstel voor het kindgebonden budget dat vanaf 2028 een duidelijke netto verbetering oplevert.

Het kabinet heeft inmiddels bevestigd dat het wetsvoorstel over het kindgebonden budget opnieuw wordt bekeken. Voor € 8,2 miljoen aan dienstverlening die via dat voorstel zou worden betaald, is voor 2027 andere dekking gevonden. Nieuwe bedragen, vermogensgrenzen en afbouwpercentages zijn nog niet gepubliceerd. Gebruik de bestaande begrotingscijfers dus als voorstel en controleer de nieuwe uitwerking zodra die verschijnt. Lees de Kamerbrief over de nieuwe dekking.

Voor werkende ouders die recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) gaat die belastingkorting omlaag. Het maximum daalt in de gepresenteerde cijfers van € 3.032 in 2026 naar € 2.918 in 2027. Deze korting geldt onder voorwaarden voor werkende ouders met een kind jonger dan 12 jaar. Hoeveel je krijgt, hangt onder meer af van je arbeidsinkomen.

Een woning kopen of huren

Het kabinet stelt voor de overdrachtsbelasting vanaf 1 januari 2027 te verlagen van 8% naar 7% voor woningen die de koper niet zelf als hoofdverblijf gebruikt. Denk aan een verhuurwoning. Bij een belastbare woningwaarde van € 300.000 is dat € 3.000 verschil. Voor eigen bewoning blijven het tarief van 2% en de startersvrijstelling onder voorwaarden gelden; deze maatregel verandert die niet.

Ook wil het kabinet woningcorporaties vanaf 2028 meer investeringsruimte geven via een fiscale aanpassing. Het effect daarvan hangt af van wat een corporatie met die ruimte doet. Het is geen directe verlaging van je huur.

Op 24 september verscheen nieuw onderzoek naar het eigenwoningforfait. Daaruit blijkt dat het huidige forfait lager is dan wanneer de oorspronkelijke berekeningswijze met actuele gegevens wordt toegepast.

Het kabinet laat tegelijk weten dat het de fiscale behandeling van de eigen woning, waaronder het eigenwoningforfait, niet wil wijzigen. Het onderzoek leidt dus niet tot een nieuw tarief of een andere ingangsdatum. Voor je berekening over 2027 verandert deze kabinetsreactie niets. Lees de kabinetsreactie en het onderzoek.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

7. Je aanvullende pensioen: hoeveel ruimte heb je?

Bestaande mogelijkheden · Voorgestelde beperking voor hogere inkomens

Naast de plannen voor je inkomen nu, is dit een goed moment om naar later te kijken. Wat bouw je op via je werkgever, wat heb je eerder opgebouwd en wat wil je zelf aanvullen? Ook met een baan in loondienst kun je ruimte hebben voor aanvullend pensioen.

Voor fiscaal aftrekbare lijfrente-inleg gelden grenzen: je jaarruimte en eventuele reserveringsruimte. Lees hoe je jaarruimte werkt of gebruik de rekenhulp van de Belastingdienst met je eigen inkomens- en pensioengegevens.

Wil je bekijken hoe je dit kunt regelen? Bij Knab kun je pensioensparen en pensioenbeleggen. Je zet het geld vast voor later; het is niet vrij opneembaar. Over de uitkeringen betaal je belasting. Bij beleggen kun je een deel van je inleg verliezen.

Pensioen opbouwen bij een inkomen boven € 137.800

Het kabinet wil de inkomensgrens voor fiscaal voordelige pensioen- en lijfrenteopbouw in 2027 tot en met 2032 bevriezen op € 137.800. Dit is de bovengrens van het inkomen waarover je opbouw wordt berekend, niet het bedrag dat je mag inleggen.

Verdien je meer, dan groeit die grens volgens het voorstel zes jaar niet mee met de lonen. Voor lagere inkomens bepaalt vooral je eigen pensioenopbouw hoeveel aanvullende ruimte je hebt.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

Wat kun je nu doen?

Je hoeft niet de hele Miljoenennota te lezen. Dat je tot hier bent gekomen in dit artikel is al een flinke stap. Hier kun je verder met de onderwerpen die bij jouw huishouden spelen en daar eigen bedragen bij pakken: je loonstrook, zorgpolis, energierekening en eventuele opvangkosten. Zo maak je van een landelijk plan iets waar je thuis mee verder kunt.

Tel de losse veranderingen niet nog eens op bij het landelijke koopkrachtpercentage: die zitten deels al in die raming verwerkt. Maak liever je eigen overzicht van inkomsten en uitgaven. Ons artikel over vaste lasten per maand helpt je om geen grote posten te vergeten.

Geef je spaargeld een duidelijk doel

Een buffer voor onverwachte uitgaven wil je makkelijk kunnen gebruiken. Daarvoor kun je flexibel sparen bij Knab bekijken. Heb je daarnaast geld dat je een afgesproken tijd kunt missen, dan kan depositosparen passen. Kies een looptijd die aansluit bij je plannen en bekijk de voorwaarden.

Heb je ook een onderneming? In ons Prinsjesdagoverzicht voor zzp’ers en ondernemers lees je wat de plannen betekenen voor je winst, aftrekposten en zakelijke kosten.

Terug naar de inhoudsopgave ↑

Veelgestelde vragen over Prinsjesdag en je geld

Zijn de plannen nu definitief?

De officiële stukken zijn gepubliceerd. Nieuwe wetsvoorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer en kunnen tijdens die behandeling veranderen. Andere veranderingen, zoals het stoppen van salderen, zijn al eerder aangenomen. De status staat daarom bij het onderwerp.

Na de Algemene Politieke Beschouwingen van 16 en 17 september volgde op 29 september een aanvullend kabinetsvoorstel. Tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen van 30 september en 1 oktober bespreekt de Tweede Kamer onder meer de belasting voor werkenden en de financiering van box 3. Daarna moeten de benodigde wetswijzigingen nog door beide Kamers. Een politieke wens of aangenomen motie verandert de wet en de bedragen dus niet automatisch.

Waarom gaat Prinsjesdag 2026 over 2027?

Op Prinsjesdag presenteert het kabinet de begroting voor het volgende jaar. Sommige maatregelen beginnen later of leggen veranderingen vast die eerder zijn toegestaan. Kijk daarom altijd naar de ingangsdatum.

Wanneer weet ik wat ik zelf ga betalen?

De plannen geven de richting. Voor je eigen bedrag heb je ook de vastgestelde regels en persoonlijke gegevens nodig. Denk aan je nieuwe zorgpolis, energietarieven, inkomen en toeslagen. De koopkrachtraming is een vertrekpunt om te begrijpen wat er verandert.

Bronnen en verantwoording

Bijgewerkt op 1 oktober 2026, ochtend. We hebben het artikel nagelopen aan de hand van de officiële Prinsjesdagstukken en de latere publicaties. De box 3-passages en het spaarvoorbeeld houden rekening met de discussie van 30 september en de Kamerbrief van 1 oktober. Ook de aanvraagperiode van het Noodfonds Energie, het minimumjeugdloonbesluit en de voorlopige maximumuurprijzen voor kinderopvang zijn verwerkt. De koopkrachtcijfers komen uit tabel 2 van de Kamerbrief van 29 september, exclusief macro-economische doorwerkingen. Het debat van 1 oktober loopt bij deze update nog.

Handig artikel? Deel het met iemand die er iets aan heeft

Ken je iemand voor wie dit onderwerp speelt? Stuur dit artikel gerust door.



Geschreven door:

Casper Zwart

Lead Thought Leadership

Gecheckt door:

Oskar Barendse

Financieel Expert



Deel via:

Benieuwd wat je als zzp'er in 2026 kunt verdienen?  Download uurtarievenboekje (pdf)