Prinsjesdag 2026: plannen voor zzp’ers en andere ondernemers
Laatst geüpdatet
1 oktober 2026
Leestijd
8 minuten
- Laatst geüpdate: 1 oktober 2026
- Leestijd: 8 minuten
Op 15 september 2026 presenteerde het kabinet de Prinsjesdagplannen voor 2027. Voor jou als ondernemer telt vooral wat ze doen met de ruimte in je bedrijf. Hoeveel houd je over van je winst? Kun je blijven investeren? We hebben de officiële stukken voor je uitgeplozen en zetten de belangrijkste gevolgen voor zzp’ers en andere kleine ondernemers op een rij, van eenmanszaak tot bv.
Bij de ene ondernemer zit het effect vooral in de belastingaanslag. Bij de andere spelen ook hogere energiekosten of onzekerheid over opdrachten. Daarom kijken we naar de samenhang: je belasting, je bedrijfskosten en het inkomen dat je thuis nodig hebt. De hoofdlijnen lees je hieronder. Open de uitklappers voor cijfers, voorbeelden en situaties die voor jou spelen.

Stand van zaken op 1 oktober 2026
Bijgewerkt op 1 oktober 2026, ochtend. De belastingplannen zijn nog in behandeling. Vooral de voorgestelde lagere box 3-vrijstelling voor spaarders staat opnieuw ter discussie. We hebben de Kamerbrief van 29 september, het debat van 30 september en de toelichting van 1 oktober verwerkt. De Algemene Financiële Beschouwingen gaan op 1 oktober verder; er ligt nog geen definitief besluit over deze voorstellen.
In het kort
De zelfstandigenaftrek daalt in 2027 van € 1.200 naar € 900. Daarnaast wil het kabinet de startersaftrek verlagen van € 2.123 naar € 10 en in 2028 afschaffen. In de Prinsjesdagstukken stijgen de eerste twee tarieven van de inkomstenbelasting, terwijl de arbeidskorting omhooggaat. Vooral als je nu startersaftrek gebruikt, is het verstandig je belastingreserve opnieuw te berekenen.
Er staan ook plannen tegenover die investeren en reizen ondersteunen: meer energie-investeringsaftrek, een geleidelijker overgang voor youngtimers en langer accijnskorting. De Kamerbrief van 29 september voegt voor bv-eigenaren een tijdelijk lager hoog box 2-tarief en een stapsgewijs lagere grens voor excessief lenen toe. Deze box 2-maatregelen horen bij het box 3-pakket, waarover de politieke discussie nog loopt. Welke kant het voor jou opgaat, hangt af van je bedrijf en de definitieve regels.
Snel naar
1. Eenmanszaak: minder aftrek, vooral voor starters
Zelfstandigenaftrek: eerder aangenomen · Startersaftrek: nieuw voorstel voor 2027 en 2028
Heb je recht op zelfstandigenaftrek, dan mag je in 2027 € 900 van je winst aftrekken. In 2026 is dat € 1.200. Dit geldt ook als je via een vof of maatschap onderneemt en aan de voorwaarden voldoet. Je aftrek wordt dus € 300 lager. Het uiteindelijke belastingverschil is kleiner dan die € 300: je betaalt belasting over een groter deel van je winst.
Voor starters is de voorgestelde verandering veel groter. Het kabinet wil de extra startersaftrek in 2027 terugbrengen van € 2.123 naar € 10. Vanaf 2028 vervalt deze aftrek helemaal als het voorstel wordt aangenomen. Een eerder startjaar geeft volgens het voorstel geen recht om het oude bedrag te blijven gebruiken.
Zelfstandigenaftrek en startersaftrek naast elkaar
| Aftrekpost | 2026 | 2027 | Vanaf 2028 |
|---|---|---|---|
| Zelfstandigenaftrek | € 1.200 | € 900 | € 900 |
| Startersaftrek, bovenop zelfstandigenaftrek | € 2.123 | € 10 (voorstel) | Vervalt (voorstel) |
| Samen, als je recht hebt op beide | € 3.323 | € 910 (deels voorstel) | € 900 (deels voorstel) |
De bedragen gelden voor ondernemers die aan de voorwaarden voldoen en aan het begin van het jaar de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Voor de zelfstandigenaftrek geldt onder meer het urencriterium. De startersaftrek kent aanvullende voorwaarden. De mkb-winstvrijstelling blijft volgens de huidige regels 12,7% en wordt berekend ná de ondernemersaftrek.
Krijg je toeslagen? Door minder startersaftrek kan je verzamelinkomen stijgen, ook als je winst gelijk blijft. Je recht op toeslagen kan daardoor lager worden. Controleer bij je voorschotbeschikking voor 2027 en 2028 of het geschatte inkomen klopt en pas het zo nodig aan. Zo verklein je de kans dat je later moet terugbetalen.
Rekenvoorbeeld: het verschil bij € 60.000 winst
Stel: je hebt een eenmanszaak, maakt € 60.000 winst vóór ondernemersaftrek en voldoet aan het urencriterium. Je hebt de AOW-leeftijd nog niet bereikt en gebruikt geen andere ondernemersaftrek. Hieronder veranderen we alleen de aftrekposten. Zo zie je welk deel van je winst daarna belastbaar is.
| Situatie | Belastbare winst 2026 | Belastbare winst 2027 | Verschil |
|---|---|---|---|
| Zonder startersaftrek | € 51.332,40 | € 51.594,30 | + € 261,90 |
| Met startersaftrek in beide jaren | € 49.479,02 | € 51.585,57 | + € 2.106,55 |
Berekening: eerst trek je de zelfstandigenaftrek en eventuele startersaftrek van de winst af. Daarna volgt 12,7% mkb-winstvrijstelling. In het startersvoorbeeld daalt de totale aftrek van € 3.323 naar € 910. Er wordt daardoor ruim € 2.100 meer winst belast. Dat is geen extra belastingbedrag: hoeveel belasting erbij komt, hangt ook af van de tarieven, heffingskortingen en bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw).
Eigen berekening, afgerond op centen. Het startersvoorbeeld veronderstelt dat je in beide jaren aan de startersvoorwaarden voldoet. Andere inkomsten, persoonlijke aftrekposten en toeslagen zijn niet meegenomen.
Andere aftrekposten voor starters en meewerkende partners
Naast de gewone startersaftrek wil het kabinet de aparte startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid vanaf 2029 afschaffen. Ook wil het de willekeurige afschrijving voor starters per 2028 beëindigen. Die regeling geeft starters nu onder voorwaarden ruimte om zelf te kiezen wanneer zij investeringen afschrijven.
In het aparte wetsvoorstel voor start-ups en scale-ups staat bovendien een verlaging van de meewerkaftrek en stakingsaftrek met 75%, gevolgd door afschaffing drie jaar later. Het kabinet streeft naar een start in 2027, maar de ingangsdatum wordt nog apart vastgesteld. Werkt je partner onbetaald of voor een lage vergoeding mee, of denk je aan stoppen met je bedrijf? Laat deze voorstellen dan meenemen bij je afweging.
Meer uitleg vind je bij de voorwaarden voor de zelfstandigenaftrek en startersaftrek in 2026. De voorgestelde bedragen voor 2027 staan hierboven.
2. Belasting en koopkracht: wat houd je over in 2027?
Voorstel Belastingplan 2027 · Bedragen deels afhankelijk van definitieve indexatie
De Kamerbrief van 29 september wijzigt het belastingpakket: de hoogste schijf begint in 2027 bij een hoger inkomen en de extra verhoging van de arbeidskorting wordt kleiner. Door de hogere schijfgrens wil het kabinet ook de algemene heffingskorting langzamer afbouwen. De tabellen hieronder laten de voorgestelde schijfgrens en de extra arbeidskorting zien.
De eerste twee tarieven van de inkomstenbelasting stijgen ten opzichte van 2026: naar 36,23% en 38,16%. Tegelijk verhoogt het kabinet de arbeidskorting. Die korting verlaagt de belasting voor mensen met inkomen uit werk, waaronder ondernemers. Lees je over een belastingverlaging? Het kabinet verlaagt de tarieven ten opzichte van eerdere plannen, maar ze blijven hoger dan in 2026.
Voor je belastingreserve telt dus de hele berekening. Een hogere arbeidskorting kan helpen, terwijl minder ondernemersaftrek juist de andere kant op werkt. En een koopkrachtplaatje vertelt je nog niet wat er gebeurt als een klant minder werk heeft of je bedrijfskosten oplopen. Leg de belastingcijfers naast je eigen winstverwachting.
Vergeet ook de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw niet. De zorgbegroting rekent voor zelfstandigen in 2027 met 5,02%, tegenover 4,85% in 2026. Die bijdrage betaal je naast de premie aan je zorgverzekeraar.
Bij € 60.000 winst neemt de belastbare winst in ons voorbeeld zonder startersaftrek met € 261,90 toe. Met startersaftrek in beide jaren is die toename € 2.106,55. Dat zijn geen extra belastingbedragen. Voor wat je netto overhoudt, tellen ook de aangepaste heffingskortingen, tarieven en bijdrage Zvw mee.
De voorgestelde belastingschijven voor 2027
Deze tarieven gelden voor box 1 als je de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt. De eerste schijf is inclusief premies volksverzekeringen. Je betaalt elk tarief alleen over het deel van je belastbare inkomen in die schijf.
| Belastbaar inkomen in box 1 | Tarief 2027 |
|---|---|
| Tot en met € 39.247 | 36,23% |
| Boven € 39.247 tot en met € 80.578 | 38,16% |
| Boven € 80.578 | 49,50% |
Ter vergelijking: in 2026 zijn de tarieven 35,75%, 37,56% en 49,50%. Volgens de Kamerbrief begint de hoogste schijf in 2027 boven € 80.578 in plaats van boven de eerder voorgestelde € 78.426. Voor wie de AOW-leeftijd heeft bereikt, gelden andere tarieven in de eerste schijf.
Wat verandert er aan de heffingskortingen?
Boven op de indexatie wil het kabinet de arbeidskorting in 2027 extra verhogen met € 133. In de Prinsjesdagstukken was dat € 173: de extra verhoging wordt dus € 40 kleiner. De maximale algemene heffingskorting stijgt in de Prinsjesdagcijfers van € 3.115 naar € 3.154. De definitieve bedragen en inkomensgrenzen moeten in de verdere uitwerking worden bevestigd.
Je krijgt niet automatisch de maximale bedragen. De hoogte hangt af van je inkomen en de kortingen worden bij hogere inkomens afgebouwd. Bij ondernemers wordt de arbeidskorting berekend over het arbeidsinkomen vóór ondernemersaftrek en mkb-winstvrijstelling. Voor de algemene heffingskorting telt het verzamelinkomen mee. Daarom kun je het effect niet aflezen aan alleen je belastbare winst.
De inkomensgrenzen bij de kortingen zijn in de Prinsjesdagstukken nog voorlopig. Ze hangen mede af van het minimumloon dat later in 2026 voor januari 2027 wordt vastgesteld.
Wat wijzigt de Kamerbrief in je belastingberekening?
De wijziging van 29 september raakt twee onderdelen van de berekening. Hieronder staan de eerdere Prinsjesdagplannen naast het nieuwe voorstel. Het gaat om inkomensgrenzen en korting, niet om een berekening van je nettowinst.
| Onderdeel | Eerder voorstel voor 2027 | Voorstel 29 september |
|---|---|---|
| Begin hoogste box 1-schijf | Boven € 78.426 | Boven € 80.578 |
| Extra arbeidskorting boven op indexatie | € 173 | € 133 |
Een hogere grens voor de hoogste schijf kan helpen als je belastbare inkomen boven de eerdere grens uitkomt. Een kleinere verhoging van de arbeidskorting werkt de andere kant op. Bij de voorbeeldwinst van € 60.000 blijft de belastbare winst onder beide grenzen voor de hoogste schijf.
We geven hier nog geen nieuwe netto-uitkomst voor 2027. Daarvoor zijn ook de definitieve inkomensgrenzen en berekening van de heffingskortingen nodig. Laat je belastingreserve doorrekenen zodra de volledige 2027-parameters vaststaan. De vergelijking van de belastbare winst in onderdeel 1 blijft bruikbaar.
3. Heb je een bv? Zo hangen winst, salaris en dividend samen
Met een bv heb je te maken met de belasting van je bedrijf én die van jouzelf. De bv betaalt vennootschapsbelasting over haar belastbare winst. Je salaris valt in box 1; een eventuele dividenduitkering valt doorgaans in box 2. De nieuwe box 1-tarieven kunnen dus ook jouw netto salaris als directeur-grootaandeelhouder raken.
Voorstellen voor bv-eigenaren: besluitvorming loopt nog
Het kabinet wil het hoge tarief in box 2 voor 2027 tot en met 2030 verlagen van 31% naar 29,2%. Die verlaging geldt alleen voor het deel van het box 2-inkomen in de hoogste schijf. De Kamerbrief kondigt geen verlaging van het lage tarief aan.
Deze maatregelen maken deel uit van de voorgestelde financiering van het nieuwe box 3-stelsel. In het debat van 30 september zijn vragen gesteld over die financiering en de gevolgen voor kleinere spaarders. De brief van 1 oktober licht de begrotingscijfers toe, zonder de hieronder genoemde bedragen te wijzigen. De box 2-plannen zijn nog niet aangenomen.
Dit gaat om belasting over inkomen uit je aandelen, zoals een dividenduitkering aan jou als aandeelhouder. Het is geen verlaging van de vennootschapsbelasting over de winst van de bv. Het voorbeeld hieronder rekent alleen met die vennootschapsbelasting.
Daarnaast wil het kabinet de basisgrens voor excessief lenen vanaf 2027 in vijf stappen van € 80.000 verlagen van € 500.000 naar € 100.000. De bestaande uitzondering voor kwalificerende eigenwoningschulden blijft volgens de brief behouden. Onder de huidige regels kan het deel van je meetellende schuld boven de toepasselijke grens als inkomen in box 2 worden belast. Het is dus een fiscale grens en geen leenverbod. Lees de huidige regels van de Belastingdienst en laat de gevolgen voor je bestaande lening beoordelen bij de wettelijke uitwerking.
De vraag is ook waar je het geld nodig hebt. Wil je investeren, dan kan een deel van de winst in de bv blijven. Voor je uitgaven thuis kijk je naar wat je netto overhoudt van salaris en eventueel dividend. Die keuzes horen bij elkaar.
Deze drie onderdelen bepalen samen wat je overhoudt
| Onderdeel | Waar kijk je naar? | Waarom relevant? |
|---|---|---|
| Winst in de bv | Vennootschapsbelasting en aftrekposten | Bepaalt wat binnen de bv beschikbaar blijft. |
| Jouw salaris | Box 1 en de regels voor het gebruikelijk loon | Bepaalt mede je inkomen privé. |
| Dividend aan jou | Box 2 en de verrekening van dividendbelasting | Bepaalt wat je netto van een uitkering overhoudt. |
Overweeg je dividend uit te keren of van een eenmanszaak over te stappen naar een bv? Reken deze onderdelen dan samen door. Een dalende zelfstandigenaftrek maakt een bv niet vanzelf voordeliger. Ook je winst, privébehoefte en de extra kosten van een bv tellen mee.
Rekenvoorbeeld: wat blijft er van € 50.000 over in je bv?
Bij € 50.000 belastbare winst en 19% vennootschapsbelasting betaalt de bv € 9.500 belasting. Er blijft dan € 40.500 in de bv over. De belastbare winst is hier al berekend ná aftrek van zakelijke kosten, waaronder een eventueel salaris dat de bv aan jou betaalt.
Wil je die € 40.500 als dividend naar privé overmaken? Dan volgt nog box 2-belasting. Het voorbeeld laat dus zien wat in het bedrijf overblijft na winstbelasting. Het is geen berekening van jouw netto privé-inkomen.
Meer over die afweging lees je in onze vragen over het omzetten van een eenmanszaak naar een bv. Oriënteer je je op een bv, dan horen daar ook je bankzaken bij. Bij Knab kun je een zakelijke rekening voor je bv openen als je structuur aan de voorwaarden voldoet. Op de productpagina lees je welke eisen gelden voor de bestuurder, aandeelhouder en een eventuele holding.
4. Brandstof en zakelijke kilometers: wat verandert er?
Voor ondernemers die veel rijden, zitten de belangrijkste punten in de kilometervergoeding, accijnzen en youngtimerregeling. Heb je personeel met een auto van de zaak, dan komt daar vanaf 2027 een extra werkgeversheffing bij. Open hieronder wat op jouw situatie van toepassing is.
Accijnskorting: verlenging voor benzine, aanvulling voor diesel aangekondigd
Kabinetsvoorstel voor 2027 · CPB-verduidelijking 25 september · Amendement nog niet beoordeeld
Het Belastingplan verlengt de accijnskorting op benzine in 2027. Daarnaast kondigt het kabinet een aanvulling aan om ook de korting op diesel te verlengen. Voor 2028 wil het de korting op benzine en diesel geleidelijker afbouwen.
De verlengde korting betekent niet dat de benzineaccijns gelijk blijft. Volgens de nieuwste CPB-toelichting ligt de accijns in het kabinetsvoorstel in 2027 ongeveer 0,7 cent per liter hoger dan in 2026. De uiteindelijke pompprijs hangt daarnaast af van onder meer de olieprijs en de verwerking door brandstofverkopers. Lees de CPB-antwoorden over de MEV 2027.
Op 24 september is een amendement ingediend om de benzineaccijns in 2027 met nog eens € 176,43 per 1.000 liter te verlagen. Dat is ongeveer 17,6 cent per liter bovenop het kabinetsvoorstel. Het kabinet heeft nog geen oordeel gegeven en er is nog niet over gestemd. Neem deze extra verlaging daarom nog niet mee als vaststaand bedrag in je begroting. Bekijk het amendement over de benzineaccijns.
Voor je begroting helpt je verbruik over een heel jaar meer dan één tankbeurt. Bij 1.600 liter scheelt iedere cent prijsverschil € 16 per jaar aan de pomp. Vijf cent is dan € 80. Dit is een rekenhulp voor een gekozen prijsverschil; btw-aftrek en winstbelasting zijn hierin niet meegenomen.
Zakelijke ritten met je privéauto: € 0,25 per kilometer
Al toegestaan via beleidsbesluit · Vanaf 1 januari 2026, nu ook in het wetsvoorstel
Gebruik je als ondernemer voor de inkomstenbelasting je privéauto voor zakelijke ritten? Dan mag je € 0,25 per zakelijke kilometer van je winst aftrekken. Bij 10.000 kilometer is dat € 2.500 aftrek: € 200 meer dan bij € 0,23. Je belastingvoordeel is een deel van die aftrek.
Controleer of je administratie al met € 0,25 rekent en of je ritten vanaf januari goed zijn vastgelegd. Voor werknemers is € 0,25 ook de maximale onbelaste kilometervergoeding. Wat je als werkgever daadwerkelijk vergoedt, hangt af van jullie afspraken.
Youngtimer: 17 jaar in 2027 en 20 jaar vanaf 2028 voorgesteld
Voorstel · Vervangt de eerder vastgelegde verhoging naar 25 jaar
Het kabinet stelt voor de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling in 2027 op 17 jaar te zetten, en vanaf 2028 op 20 jaar. Dat is een geleidelijker overgang dan de eerder aangenomen verhoging naar 25 jaar in 2027. Bij een auto die onder de youngtimerregeling valt, is de bijtelling 35% van de waarde in het economisch verkeer, in plaats van een percentage van de oorspronkelijke catalogusprijs.
Voor een specifieke groep bestaande gebruikers komt extra overgangsrecht. Het gaat om auto’s die in 2025 15 jaar zijn geworden en die uiterlijk 31 december 2025 al bij dezelfde ondernemer in gebruik waren of aan dezelfde werknemer ter beschikking stonden. Onder de voorwaarden kan deze groep de regeling ook in 2027 blijven gebruiken. Vanaf 2028 geldt de grens van 20 jaar.
Een willekeurige auto van 16 jaar valt dus niet automatisch onder die uitzondering. Controleer vóór aankoop of vervanging de leeftijd van de auto én of je aan het overgangsrecht voldoet.
Daarnaast kondigt het kabinet een greentimerregeling aan: tijdelijk een lagere bijtelling voor oudere elektrische auto’s. De Miljoenennota noemt hiervoor verschillende ingangsjaren. De startdatum en voorwaarden moeten dus eerst duidelijk worden voordat je dit voordeel kunt meenemen in een aankoopbeslissing.
Auto van de zaak voor personeel: extra heffing vanaf 2027
Heffing eerder aangenomen · Aanpassingen en uitzonderingen nu voorgesteld
Stel je als werkgever een benzine-, diesel- of hybride personenauto beschikbaar aan een werknemer die daarmee ook privé rijdt? Dan geldt vanaf 2027 in beginsel een extra werkgeversheffing van 12% per jaar van de catalogusprijs. Woon-werkverkeer telt hierbij ook als privégebruik; de gewone grens van 500 privékilometers geldt voor deze heffing niet.
Bij een catalogusprijs van € 40.000 is dat € 4.800 bij een volledig jaar. Voor auto’s ouder dan 25 jaar wordt uitgegaan van de waarde in het economisch verkeer. De heffing komt voor rekening van de werkgever, naast de eventuele bijtelling voor de werknemer.
Voor auto’s die vóór 2027 al ter beschikking zijn gesteld, wil het kabinet het overgangsrecht verlengen tot en met 31 december 2030. Het eerdere eindpunt was 16 september 2030. Het voorstel bevat daarnaast uitzonderingen voor handgeschakelde lesauto’s en bepaald tijdelijk of vervangend vervoer.
Laat een nieuw leasecontract en de precieze overgangsvoorwaarden controleren. Voor je eigen eenmanszaak geldt deze werkgeversheffing niet voor de auto die je zelf rijdt; een bv die een auto aan haar dga ter beschikking stelt kan er wel mee te maken krijgen.
Bestelauto: tijdelijke korting loopt af na 2026
Voor bestelauto’s die aan de voorwaarden van het ondernemerstarief voldoen, geldt een tijdelijke halvering van de motorrijtuigenbelasting voor de tweede helft van 2026. Het Belastingplan legt de eerder toegestane korting vast. De korting geldt voor twee belastingtijdvakken van drie maanden. Een tweede tijdvak dat eind 2026 begint, kan nog doorlopen in 2027. Er is geen algemene verlenging voor heel 2027 voorgesteld. Gebruik het verlaagde bedrag daarom niet zonder meer voor je jaarbegroting.
5. Wat speelt er in jouw bedrijf of sector?
Een maatregel kan je rechtstreeks raken, maar ook via je klanten en leveranciers. Meer investeringsruimte bij een opdrachtgever is bijvoorbeeld iets anders dan een belastingvoordeel voor jouw bedrijf. Hieronder staan de onderwerpen die voor kleine ondernemers het meest relevant zijn.
Energie-investeringen: aftrek van 40% naar 45,5%
Voorstel · Vanaf 1 januari 2027
Het kabinet wil de energie-investeringsaftrek (EIA) verhogen van 40% naar 45,5%. Investeer je € 10.000 in een bedrijfsmiddel dat volledig voor EIA in aanmerking komt, dan stijgt de extra aftrek van € 4.000 naar € 4.550. Je mag in dit voorbeeld € 550 extra van de winst aftrekken; je belastingvoordeel is een deel daarvan.
De investering moet aan de EIA-voorwaarden voldoen. Kijk ook naar de energiebesparing, aanschafkosten, aanmeldtermijn en het geld dat je beschikbaar houdt. Alleen een hoger aftrekpercentage maakt een investering nog niet passend.
Heb je financiering nodig voor verduurzaming? De borgstellingsregeling BMKB-Energie is al sinds 1 juli 2026 verruimd. Ook is de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) met vijf jaar verlengd. Vraag je financier of een van deze overheidsgaranties past bij je investering. Het gaat om ondersteuning bij een lening, niet om een subsidie die je vrij kunt besteden.
Zonnepanelen, netkosten en waterbelasting
Salderen stopt in 2027 · Nettarieven nog vast te stellen · Ingangsjaar belastingvoornemen niet eenduidig
De salderingsregeling stopt op 1 januari 2027. Dat raakt ook kleine bedrijven die deze regeling gebruiken. Het effect hangt onder meer af van hoeveel stroom je direct zelf verbruikt en welke vergoeding je krijgt voor teruglevering.
Daarnaast verwacht Netbeheer Nederland dat de nettarieven voor gas en elektriciteit in 2027 gemiddeld circa 20% stijgen. Dat percentage gaat over het netbeheerdeel, dus niet over je hele energierekening. De definitieve tarieven volgen later in 2026 en verschillen per netbeheerder en aansluiting.
Het kabinet wil daarnaast de vaste vermindering van de energiebelasting beperken tot huishoudens. Dat kan bedrijven raken die deze vermindering nu ontvangen. De officiële stukken noemen verschillende ingangsjaren; de uitwerking volgt in een apart traject. Kijk voor je begroting dus afzonderlijk naar verbruik, energieprijzen, netkosten en belastingen.
Ook leidingwater wordt volgens het voorstel zwaarder belast: vanaf 2027 komt er € 0,10 per m³ bij, naast de jaarlijkse indexatie. Vooral als je bedrijf veel water gebruikt, loont het om je jaarverbruik naast het nieuwe tarief te leggen.
Personeel: minimumjeugdloon en personeelskorting
Minimumjeugdloon: besluit gepubliceerd op 24 september · Personeelskorting: voorstel voor 2027
Heb je medewerkers van 16 tot en met 20 jaar? Hun minimumjeugdloon gaat vanaf 1 januari 2027 omhoog. Het besluit is op 24 september gepubliceerd. Ook vervalt de lagere staffel voor werknemers die een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) volgen. Neem beide wijzigingen mee in je loonkostenbegroting. De uiteindelijke bedragen in euro’s hangen ook af van de halfjaarlijkse aanpassing van het minimumloon. Wie al meer verdient dan het nieuwe minimum, krijgt door deze maatregel niet automatisch extra loon.
Geef je personeel korting op je eigen producten of diensten? Het kabinet wil vanaf 2027 de aparte vrijstelling daarvoor afschaffen. Die geldt nu voor maximaal 20% korting, tot € 500 per werknemer per jaar. Personeelskorting kan onder voorwaarden nog wel via de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). Kom je met alle aangewezen vergoedingen en verstrekkingen boven die ruimte uit, dan betaal je als werkgever 80% eindheffing over het meerdere.
Werkgeverspremies: hogere Aof- en Whk-lasten in 2027
Officiële raming voor 2027 · Definitieve percentages per werkgever volgen
Heb je personeel in dienst? Het kabinet rekent voor 2027 met een hogere premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en een hogere gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). Volgens het CPB leidt dit landelijk tot ongeveer € 1,6 miljard extra lasten via de Aof-premie en € 0,4 miljard via de Whk-premie.
Die bedragen gelden voor alle werkgevers samen. Wat jouw bedrijf betaalt, hangt onder meer af van je premieplichtige loonsom en het percentage dat voor jouw onderneming geldt. Neem in je voorlopige loonkostenbegroting daarom ruimte op voor hogere werkgeverspremies en gebruik voor de definitieve berekening de gepubliceerde percentages en je Whk-beschikking. Lees de CPB-antwoorden over de MEV 2027.
SLIM-subsidie: € 8,2 miljoen verschuift in 2027
Begrotingsverschuiving aangekondigd op 25 september · Uitwerking per aanvraagronde volgt
Wil je als mkb-ondernemer SLIM-subsidie aanvragen voor leren en ontwikkelen binnen je bedrijf? Het kabinet verschuift in 2027 € 8,2 miljoen uit het budget voor deze subsidie naar proactieve dienstverlening rond de algemene bijstand.
De Kamerbrief vermeldt nog niet welke aanvraagronde verandert, hoeveel subsidie in 2027 overblijft of of bestaande aanvragen worden geraakt. Neem een verwachte bijdrage daarom pas in je begroting op wanneer het subsidieplafond en de voorwaarden voor het betreffende tijdvak zijn gepubliceerd. Lees de Kamerbrief over de begrotingsverschuiving.
Langdurig zieke medewerker: compensatie blijft langer beschikbaar
Voorgenomen afschaffing uitgesteld tot 1 januari 2028
Eindigt een dienstverband na twee jaar ziekte, dan kun je als werkgever onder voorwaarden compensatie krijgen voor de betaalde transitievergoeding. Het kabinet schuift de afschaffing van die compensatie door van 2027 naar 2028. Voor 2027 blijft de regeling daardoor volgens de begrotingsplannen beschikbaar.
De Kamerbrief van 29 september trekt verschillende voorgenomen maatregelen in de sociale zekerheid terug, maar noemt geen wijziging van deze compensatie voor de transitievergoeding. Voor dit onderwerp blijft de hierboven beschreven stand uit de begroting daarom het uitgangspunt.
Het gaat om de vergoeding aan jou als werkgever; het recht van de werknemer op een transitievergoeding verdwijnt hiermee niet. Heb je een langdurig zieke medewerker, neem de voorwaarden en het moment van aanvragen mee in je personeels- en liquiditeitsplanning.
Zelfstandigenwet: twee toetsen, beoogde start in 2028
Afzonderlijk wetstraject · Richting vastgelegd in Kamerbrief van 10 september 2026
Werk je als zelfstandige of huur je zzp’ers in? Het kabinet werkt aan een zelfstandigentoets, die kijkt naar de ondernemer, en een werkrelatietoets, die kijkt naar de vrijheid en onafhankelijkheid binnen de opdracht. De eerder geplande toetsingscommissie en sectorale rechtsvermoedens zijn uit de voorgenomen opzet gehaald.
De Kamerbrief voorziet in een nieuwe consultatie over de precieze criteria. De definitieve voorwaarden staan dus nog niet vast. Het kabinet wil de wet in 2027 door het parlement laten behandelen en mikt op 1 januari 2028 als ingangsdatum. Tot die tijd blijven de huidige regels en rechtspraak over arbeidsrelaties gelden. Lees verder bij onze vragen over de Zelfstandigenwet.
E-facturatie: voorbereiden op 2030
Afzonderlijk aangekondigd plan · Beoogde start 1 juli 2030
Het kabinet wil elektronische facturen verplichten voor zakelijke transacties binnen Nederland en de EU. Voor EU-transacties moet digitale rapportage van de factuurgegevens op 1 juli 2030 beginnen; voor binnenlandse transacties een jaar later. De Nederlandse uitwerking en techniek worden nog voorbereid.
Voor deelnemers aan de kleineondernemersregeling is een uitzondering op de binnenlandse verplichting aangekondigd. Ben je toch al op zoek naar andere boekhoudsoftware? Vraag hoe de leverancier zich voorbereidt. Je hoeft voor deze plannen niet meteen je administratie om te gooien.
Innovatieve bedrijven: meer ruimte voor groei
Opzet Nationale Investeringsinstelling bekendgemaakt · Formele oprichting en financieringsproducten volgen
Het kabinet brengt Invest-NL en Invest International samen in een Nationale Investeringsinstelling. Boven op het bestaande kapitaal komt circa € 3,3 miljard uit de verkoopopbrengst van TenneT Duitsland. Daardoor krijgt de instelling bij de start naar verwachting ongeveer € 6,6 miljard aan kernkapitaal.
De bedoeling is dat private investeerders, banken, pensioenfondsen en andere financiers meedoen. Met die cofinanciering is volgens de ondertekende intentieverklaring een totale investeringsomvang van circa € 30 miljard in beeld. Dat is een ambitie voor meerdere jaren, geen gereserveerd bedrag waarop je bedrijf al aanspraak kan maken.
De instelling richt zich bij de start op digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie en life sciences en biotechnologie. Een belangrijk doel is het financieren van innovatieve bedrijven in latere groeifasen, waarin rondes van meer dan ongeveer € 50 miljoen nu vaak moeilijk in Nederland tot stand komen.
Financiering kan bestaan uit aandelenkapitaal, leningen, garanties en investeringen in fondsen. De instelling stapt alleen in als private financiering niet zelfstandig voldoende tot stand komt en er een geloofwaardige businesscase is. Het gaat dus niet om een algemene subsidie voor iedere ondernemer.
Voor de formele oprichting is nog wetgeving nodig en de financiële bijdrage van de staat wordt voorgelegd aan de Europese Commissie. Het kabinet wil in 2027 een beoogde bestuursvoorzitter aantrekken. Tot die tijd wordt waar mogelijk gewerkt via Invest-NL en Invest International. Lees de Kamerbrief over de Nationale Investeringsinstelling.
Voor innovatieve bv’s wil het kabinet vanaf 2027 ook het plafond binnen de vereenvoudigde innovatiebox verhogen van € 25.000 naar € 100.000 per jaar. Onder die regeling kan 25% van de winst, tot dat maximum, tegen het innovatieboxtarief worden belast. Het moet gaan om een zelf ontwikkelde innovatie die aan de fiscale voorwaarden voldoet.
Gebruik je de WBSO voor werknemers en heeft je bedrijf geen S&O-uurloon uit twee jaar eerder? Het kabinet stelt voor het forfaitaire S&O-uurloon vanaf 1 januari 2027 te verhogen van € 29 naar € 33. Dit is een rekenwaarde voor de S&O-afdrachtvermindering, geen bedrag dat je per gewerkt uur uitbetaald krijgt.
Een amendement van 24 september wil het forfaitaire uurloon vanaf 2028 bij algemene maatregel van bestuur laten vaststellen. Daardoor kan het bedrag later sneller worden aangepast. De verhoging naar € 33 voor 2027 blijft in het amendement staan. Over het amendement is nog niet gestemd. Bekijk het amendement over het forfaitaire S&O-uurloon.
Een apart voorstel maakt aandelenopties voor werknemers van erkende start-ups en scale-ups fiscaal aantrekkelijker. Onder voorwaarden wordt 65% van het optievoordeel belast en verschuift de heffing naar het moment waarop de aandelen worden verkocht. Het kabinet streeft naar invoering in 2027; de ingangsdatum wordt nog apart vastgesteld.
Werk je in bouw, onderhoud of verduurzaming?
Het kabinet wil woningcorporaties vanaf 2028 meer investeringsruimte geven door ze uit te zonderen van een beperking op renteaftrek. Ook ligt er een nieuwe vrijstelling van overdrachtsbelasting voor corporaties. Werk je voor deze opdrachtgevers, dan kunnen hun investeringsplannen op termijn kansen bieden. Welke opdrachten beschikbaar komen, hangt af van hun eigen keuzes en projecten.
Bloemen, planten en alcohol: plannen voor prijzen en inkoop
Voor sierteeltproducten, zoals bloemen en planten, wil het kabinet het btw-tarief vanaf 1 januari 2028 verhogen van 9% naar 21%. Dat is relevant voor onder meer bloemisten, kwekers en tuincentra. Neem het mee bij prijsafspraken en leveringen die op 2028 zien.
De alcoholaccijns moet vanaf 2027 jaarlijks met de inflatie worden aangepast. Daarnaast wil het kabinet de kleinebrouwersregeling vanaf 2028 afschaffen. Verkoop je alcohol, kijk dan naar het effect op je inkoopprijzen en marges. De uiteindelijke prijs per glas of fles hangt ook van je overige kosten en prijsbeleid af.
6. En wat betekent Prinsjesdag voor je geldzaken thuis?
Iedere maand gaat er ook geld naar de huur of hypotheek, boodschappen en zorgverzekering. Wat daar verandert, bepaalt mede hoeveel inkomen je uit je bedrijf nodig hebt. Alleen naar je zakelijke belasting kijken geeft daarom een onvolledig beeld.
In ons Prinsjesdagoverzicht voor je portemonnee lees je wat de plannen betekenen voor inkomen, zorg, wonen, energie en vermogen. Daarin staat ook de nieuwste stand van box 3. Het kabinet stelde op 29 september voor de vrijstelling in 2027 te verlagen naar € 30.846 per persoon, maar juist dat onderdeel stuit op bezwaren in de Tweede Kamer. Op 1 oktober ligt er nog geen definitief besluit over de vrijstelling. Dat is relevant als je privé spaart of belegt, bijvoorbeeld voor later.
Een apart overzicht van je zakelijke verplichtingen en je privé-uitgaven helpt je om gericht te rekenen. Wil je ook je dagelijkse bankzaken privé bij Knab regelen, dan vind je hier meer over de Knab Privérekening.
7. Je financiële planning: wat kun je nu oppakken?
Je hoeft je hele begroting niet in één keer af te hebben. Begin bij de drie bedragen waar je op stuurt: je verwachte winst, je belastingreserve en wat je privé nodig hebt. Kijk daarnaast welke opdrachten voor volgend jaar al vaststaan. Zo zie je welke veranderingen echt aandacht vragen.
Laat bij een eenmanszaak de lagere aftrek en nieuwe belastingcijfers samen doorrekenen. Bij een bv kijk je ook naar salaris, dividend en geld dat in het bedrijf blijft. Reken vervolgens eens een maand door waarin een klant later betaalt of er minder werk is. Je buffer bepaalt mede hoeveel ruimte je hebt om te investeren of geld voor later vast te zetten.
Wil je daar concreter mee aan de slag? Lees hoe je je bedrijf financieel weerbaar maakt. Je pensioen hoort daar ook bij. Blijft er naast je buffer en geplande uitgaven geld beschikbaar voor later, kijk dan hoeveel je binnen je fiscale ruimte kunt inleggen. Bij het berekenen van je jaarruimte kijk je onder meer naar je inkomen en pensioenopbouw uit het vorige jaar.
Nieuw pensioenvoorstel: bovengrens blijft langer gelijk
Voorstel · Vanaf 2027
Het kabinet wil het maximale inkomen waarover je fiscaal gefaciliteerd pensioen kunt opbouwen tot en met 2032 vastzetten op € 137.800. Ook voor lijfrente blijft de maximale inkomensgrens op dat niveau. Dat raakt vooral ondernemers met hogere inkomens; het is geen algemene afschaffing van de aftrek voor pensioeninleg.
Je eigen aftrekruimte kan veel lager zijn. Controleer daarom je jaar- en reserveringsruimte voordat je inlegt. Pensioengeld staat vast voor later en vervangt je zakelijke of privébuffer niet.
Zelf aanvullend pensioen opbouwen
Bij Knab kun je pensioensparen of pensioenbeleggen. Je fiscale ruimte bepaalt hoeveel inleg je kunt aftrekken. Je zet het geld vast voor je pensioen; het is dus niet vrij opneembaar. Over de latere uitkeringen betaal je belasting. Kies je voor beleggen, dan kun je een deel van je inleg verliezen.
Veelgestelde vragen over Prinsjesdag voor zzp’ers en ondernemers
Zijn de Prinsjesdagplannen nu definitief?
De officiële stukken zijn gepubliceerd, maar nieuwe wetsvoorstellen zijn daarmee nog geen wet. De Tweede en Eerste Kamer moeten ze nog behandelen. Daarom maken we bij de onderwerpen onderscheid tussen eerder aangenomen regels en voorstellen. Sommige ingangsdata worden bovendien pas later vastgesteld.
Na de Algemene Politieke Beschouwingen van 16 en 17 september volgde op 29 september een aanvullend kabinetsvoorstel. Tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen van 30 september en 1 oktober bespreekt de Tweede Kamer onder meer de belasting voor werkenden en de financiering van box 3. Daarna moeten de benodigde wetswijzigingen nog door beide Kamers. Een politieke wens of aangenomen motie verandert de wet en de bedragen dus niet automatisch.
Geldt de verlaging van de startersaftrek ook als ik al ben gestart?
Ja, het voorstel maakt voor het lagere bedrag in 2027 geen uitzondering voor ondernemers die al eerder zijn gestart. Als je in 2027 recht hebt op startersaftrek, bedraagt die volgens het voorstel € 10. Vanaf 2028 vervalt de gewone startersaftrek. Voor 2026 blijft € 2.123 gelden als je aan de voorwaarden voldoet.
Voor welke ondernemers is dit overzicht bedoeld?
Voor zzp’ers en andere kleine ondernemers, met een eenmanszaak, vof, maatschap of bv. Je kunt per onderwerp bekijken wat op jouw onderneming van toepassing is. De uitleg voor je geldzaken thuis vind je in het particuliere Prinsjesdagoverzicht.
Kan ik mijn belastingreserve nu al aanpassen?
Je kunt de voorgestelde cijfers gebruiken om vooruit te rekenen. Houd daarbij rekening met verdere besluitvorming en de definitieve bedragen die later dit jaar volgen. Laat niet alleen de nieuwe tarieven invullen: ook aftrekposten, heffingskortingen, de bijdrage Zvw en jouw winstverwachting horen in de berekening.
Bronnen en laatste controle
Bijgewerkt op 1 oktober 2026, ochtend. We hebben het artikel nagelopen aan de hand van de officiële Prinsjesdagstukken en latere publicaties. De passages over box 2 en box 3 maken duidelijk dat de financiering van het nieuwe stelsel nog ter discussie staat. De Kamerbrief van 1 oktober licht de begrotingscijfers toe, maar wijzigt de voorgestelde bedragen niet. Het gepubliceerde minimumjeugdloonbesluit en de mogelijke doorloop van de tijdelijke bestelautokorting zijn verwerkt. Voor de belastingbedragen gebruiken we het wetsvoorstel met memorie van toelichting en de wijzigingen uit de Kamerbrief van 29 september. Het debat van 1 oktober loopt bij deze update nog.
De SZW-begroting 2027 is aanvullend gebruikt voor het minimumjeugdloon en de compensatie voor transitievergoedingen.
- Tweede Kamer: debat over de aangepaste begrotingsplannen: 30 september 2026; onder meer de bezwaren tegen de lagere box 3-vrijstelling.
- Kamerbrief over de financiering van box 3: 1 oktober 2026; toelichting op de begrotingscijfers, zonder nieuwe vrijstellingsbedragen.
- Besluit verhoging minimumjeugdloon: gepubliceerd op 24 september 2026; ingang 1 januari 2027, inclusief het vervallen van de lagere bbl-staffel.
- Kamerbrief van 29 september 2026 over belastingplannen en sociale zekerheid: officiële kabinetsvoorstellen. De benodigde wetswijzigingen zijn nog niet aangenomen.
- Belastingdienst: huidige regels voor excessief lenen: de bestaande drempel, fiscale gevolgen en eigenwoninguitzondering.
- Miljoenennota 2027 — onder meer investeren, energie en de bredere begrotingskeuzes.
- Belastingplan 2027 en bijbehorende stukken — onder meer inkomstenbelasting, startersaftrek, EIA, vervoer, pensioen en fiscale maatregelen voor start-ups.
- RVO: startersaftrek en je toeslagvoorschot — gevolgen voor het geschatte inkomen in 2027 en 2028.
- Tweede Kamer: Algemene Politieke Beschouwingen — 16 en 17 september 2026; uitleg over de verdere begrotingsbehandeling.
- Zorgbegroting 2027 — raming inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, tabel 77.
- Kamerbrief over de Zelfstandigenwet — 10 september 2026.
- Rijksoverheid: e-facturatie en digitale rapportage — 11 september 2026.
- Rijksoverheid: einde salderingsregeling.
- Netbeheer Nederland: verwachte nettarieven 2027 — 14 september 2026; dit staat los van het Belastingplan.
Laat weten wat de plannen voor jou betekenen
De plannen liggen in Den Haag; jij weet wat er in je bedrijf speelt. Wat verwacht je van deze maatregelen? En waar heb je als ondernemer behoefte aan? Deel je mening in onze enquête. Als stem van de zzp’er gebruiken we de antwoorden om de ervaringen en verwachtingen van zelfstandigen onder de aandacht te brengen.





