VBAR deels geschrapt: wat betekent de nieuwe zzp-koers?
Laatst geüpdatet
17 september 2026
Leestijd
5 minuten
- Laatst geüpdate: 17 september 2026
- Leestijd: 5 minuten
Op 6 maart 2026 kondigde het kabinet aan het verduidelijkingsdeel van VBAR te schrappen. Daarmee veranderde de route naar nieuwe regels voor zelfstandig werken. Het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief ging door; voor duidelijkheid over zelfstandig werken zet het kabinet in op de Zelfstandigenwet.
Wat betekent die keuze als je opdrachten aanneemt of een zzp’er inhuurt? Hieronder leggen we de koerswijziging uit. Voor de volledige stand van zaken van het nieuwe voorstel lees je wat de Zelfstandigenwet betekent voor zzp’ers en opdrachtgevers.
-1.jpeg?width=552&height=249&name=shutterstock_1389250184%20(1)-1.jpeg)
In het kort
Het kabinet heeft één deel van VBAR geschrapt. Het aparte rechtsvermoeden bij een laag uurtarief is inmiddels wet en gaat op 31 december 2026 in. De Zelfstandigenwet is nog in voorbereiding.
Het schrappen van voorgestelde regels verandert de beoordeling van je huidige opdracht niet. Je kijkt samen met je opdrachtgever naar de geldende wet, rechtspraak en de feitelijke samenwerking. Ook de handhaving loopt door.
Snel naar
Waarom schrapte het kabinet een deel van VBAR?
VBAR stond voor Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden. Het voorstel combineerde twee onderwerpen: duidelijker vastleggen wanneer iemand werknemer is en het makkelijker maken om bij een laag uurtarief werknemersrechten op te eisen.
Volgens het kabinetsbericht van 6 maart 2026 ontbrak voor het verduidelijkingsdeel voldoende draagvlak en zorgde dat deel voor onrust. Het kabinet wilde voorkomen dat opdrachten onnodig wegvielen. Daarom haalde het die voorgestelde beoordelingsregels van tafel.
| Onderdeel | Wat is ermee gebeurd? | Betekenis voor jou |
|---|---|---|
| Verduidelijkingsdeel VBAR | Geschrapt in maart 2026. | Deze voorgestelde criteria worden niet ingevoerd via dat deel van VBAR. |
| Rechtsvermoeden bij een laag uurtarief | Als afzonderlijke wet aangenomen; start op 31 december 2026. | Een werkende krijgt onder voorwaarden een eenvoudiger route om werknemersrechten op te eisen. |
| Zelfstandigenwet | In voorbereiding; nieuwe consultatietekst verwacht eind september 2026. | De aangekondigde nieuwe toetsen geven nu nog geen zekerheid voor jouw opdracht. |
Het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief gaat wel door
Het rechtsvermoeden is inmiddels als afzonderlijke wet gepubliceerd. Het inwerkingtredingsbesluit bepaalt dat de wet op 31 december 2026 ingaat. Een werkende die aan de voorwaarden voldoet, kan een beroep doen op het vermoeden dat er een arbeidsovereenkomst is. De opdrachtgever kan vervolgens aantonen dat daarvan geen sprake is.
Dit is geen wettelijk minimumtarief voor zzp’ers. Het verbiedt niet om onder de tariefgrens een zelfstandige opdracht uit te voeren. Omgekeerd bewijst een hoger tarief niet dat je buiten loondienst werkt.
In de wet staat een basisbedrag van € 36 dat wordt geïndexeerd. De overheid noemde eerder € 38 op de peildatum 1 januari 2026. Het bedrag bij de start wordt afzonderlijk vastgesteld. Bekijk voor de bedragen, voorwaarden en voorbeelden onze uitleg over het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief.
Welke plaats krijgt de Zelfstandigenwet?
De Zelfstandigenwet moet vooraf meer duidelijkheid geven over zelfstandig werken. Volgens de Kamerbrief van 10 september 2026 werkt het kabinet aan een zelfstandigentoets over de ondernemer en een werkrelatietoets over de opdracht. De precieze criteria moeten nog openbaar worden.
De tweede internetconsultatie wordt eind september 2026 verwacht. Het kabinet mikt op invoering op 1 januari 2028, maar die datum staat nog niet vast. De nieuwe tekst en verdere besluitvorming moeten nog volgen.
Daarmee is het verschil praktisch: het rechtsvermoeden heeft een vastgestelde ingangsdatum, terwijl je de aangekondigde Zelfstandigenwet nog niet kunt toepassen. Volg de uitwerking via het actuele overzicht van de Zelfstandigenwet.
Hoe beoordeel je een huidige zzp-opdracht?
Het verdwijnen van een wetsvoorstel is geen vrijstelling van de bestaande regels. Volgens de Belastingdienst beoordeel je alle relevante feiten en omstandigheden in samenhang. Denk aan de aansturing, de manier waarop het werk en de werktijden worden bepaald, ondernemersrisico en je ondernemerschap buiten deze opdracht.
Je contract helpt om afspraken vast te leggen, maar de uitvoering moet daarmee overeenkomen. Eén opdrachtgever, een hoog tarief, een KVK-inschrijving of een eigen website geeft afzonderlijk geen beslissend antwoord. Onze 10 praktische vragen over de Wet DBA behandelen herkenbare situaties.
De handhaving op schijnzelfstandigheid loopt door
Sinds 1 januari 2025 gelden weer de normale regels voor de handhaving door de Belastingdienst. Een opdrachtgever kan bij schijnzelfstandigheid te maken krijgen met correcties en naheffingen voor de loonheffingen. De voorbereiding van nieuwe wetgeving zet dat niet stil.
De Belastingdienst beschrijft voor 2026 dat vergrijpboetes mogelijk zijn, terwijl in 2026 nog geen verzuimboetes worden opgelegd. Een vergrijpboete is dus geen automatisch gevolg van iedere onjuiste beoordeling. De precieze gevolgen hangen af van de situatie.
Wat kun je nu met je opdrachtgever bespreken?
Neem een lopende of nieuwe opdracht als uitgangspunt. Bespreek welk werk je gaat doen, hoeveel vrijheid je daarbij hebt, hoe je wordt aangestuurd en welke verantwoordelijkheid je draagt. Vergelijk die afspraken met de praktijk, zeker wanneer een opdracht wordt verlengd of verandert.
Gebruik de Wet DBA-checklist om dat gesprek voor te bereiden. Als je twijfelt over de beoordeling, laat dan de concrete samenwerking bekijken. De mededeling dat het kabinet VBAR deels heeft geschrapt, lost die twijfel niet op.
Veelgestelde vragen over de koerswijziging
Is VBAR helemaal van tafel?
Het verduidelijkingsdeel is geschrapt. Het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief is wel doorgegaan en als afzonderlijke wet aangenomen. Het helpt dus om die twee onderdelen uit elkaar te houden.
Mag ik door het schrappen van VBAR weer iedere opdracht als zzp’er doen?
Nee. Het ging om voorgestelde nieuwe criteria. De bestaande regels en de beoordeling van de feitelijke arbeidsrelatie blijven gelden. Een opdracht die in de praktijk loondienst is, wordt door deze koerswijziging niet automatisch zelfstandig werk.
Moet mijn opdrachtgever wachten op de Zelfstandigenwet?
Je opdrachtgever kan huidige en nieuwe opdrachten beoordelen volgens de regels die nu gelden. De Zelfstandigenwet is nog in voorbereiding en biedt nu nog geen nieuwe wettelijke zekerheid.
Geldt € 38 al als wettelijk minimumtarief?
Nee. Het genoemde bedrag hoort bij het rechtsvermoeden en is geen minimumtarief. De wet gaat op 31 december 2026 in; het bij de start geldende bedrag wordt afzonderlijk vastgesteld.
Volg de uitwerking van de Zelfstandigenwet
In het hoofdartikel brengen we de planning, de voorgestelde toetsen en de gevolgen voor ondernemers samen. Daar vind je ook onze analyse zodra de nieuwe tekst openbaar wordt.
Bronnen en actualiteit
Inhoud gecontroleerd op 17 september 2026.
- Rijksoverheid: koerswijziging voor zzp’ers en opdrachtgevers, 6 maart 2026
- Tweede Kamer: uitwerking Zelfstandigenwet, 10 september 2026
- Staatsblad 2026, 158: wet rechtsvermoeden op basis van een uurtarief
- Staatsblad 2026, 207: inwerkingtredingsbesluit
- Belastingdienst: wanneer is sprake van loondienst?
- Belastingdienst: handhaving op arbeidsrelaties
Handig artikel? Deel dit met een andere ondernemer
Stuur de uitleg eenvoudig door via WhatsApp, LinkedIn of e-mail.
Je las zojuist een artikel uit de Knab Bieb. Dé online verzamelplek met honderden praktische artikelen over hoe je je geldzaken als zzp’er slim kunt regelen.
Casper Zwart
Casper is Lead Thought Leadership & Customer Insights bij Knab. Op basis van onderzoek en data helpt hij ondernemers financieel slimmer te ondernemen en draagt hij bij aan de kennispositie van Knab op het gebied van zelfstandig ondernemerschap.





