Sparen voor de studie van je kind: wat zijn de opties?

Misschien heeft je kind nog niet eens leren lezen, dan ben je waarschijnlijk nog niet bezig met een eventuele vervolgstudie op het mbo, hbo of de universiteit. Toch is het slim om hier alvast over na te denken. Als je wil sparen voor de studie van je kind later, kun je daar eigenlijk niet vroeg genoeg mee beginnen. Hoe langer je spaart, hoe minder je maandelijks hoeft te missen en hoe meer rente of rendement je kunt opbouwen.
Laatst geüpdatet
16 januari 2026
Leestijd
4 minuten
- Laatst geüpdate: 16 januari 2026
- Leestijd: 4 minuten

Misschien heeft je kind nog niet eens leren lezen, dan ben je waarschijnlijk nog niet bezig met een eventuele vervolgstudie op het mbo, hbo of de universiteit. Toch is het slim om hier alvast over na te denken. Als je wil sparen voor de studie van je kind later, kun je daar eigenlijk niet vroeg genoeg mee beginnen. Hoe langer je spaart, hoe minder je maandelijks hoeft te missen en hoe meer rente of rendement je kunt opbouwen.

Sparen voor de studie van je kind: wat zijn de opties?

Sparen voor de studie van je kind: is het nodig?

Studeren is duur, al helpt de basisbeurs sinds 2023 weer mee. Studenten krijgen maandelijks een bedrag dat wordt omgezet in een gift als ze binnen tien jaar hun diploma halen. De hoogte van de basisbeurs verschilt per jaar en per woonsituatie, maar de beurs dekt meestal niet alle kosten.

Daarom is het gebruikelijk dat ouders financieel bijdragen aan de studie van hun kind, zeker als ze dat kunnen. Dan is het prettig als je daar niet pas tegen die tijd over hoeft na te denken, maar alvast iets hebt opgebouwd.

Hoeveel heeft je kind nodig?

Volgens een onderzoek van het Nibud uit 2021 draagt 68% van de ouders bij aan de studiekosten van hun kind. Uitwonende studenten kregen gemiddeld € 339 per maand van hun ouders en thuiswonende studenten € 109.

Hoeveel je zelf wil bijdragen, bepaal je natuurlijk zelf. Maar hoe kom je tot een realistisch spaarbedrag? Dat blijft lastig, omdat je niet weet hoe de situatie er over tien of vijftien jaar uitziet. Denk bijvoorbeeld aan veranderingen in het studiefinancieringsstelsel of stijgende kosten.

Toch helpt het om een grove schatting te maken. Het Nibud rekent dat een student al snel ongeveer € 1.000 per maand nodig heeft. Vier jaar studeren kost daarmee bijna € 50.000. Dat bedrag hoef je als ouder meestal niet volledig te betalen, maar het geeft wel richting.

Zelf uitrekenen wat je nodig hebt

Ga je ervan uit dat je kind uit huis gaat en je ongeveer een derde van de kosten bijdraagt, dan kom je al snel uit op zo’n € 16.000 voor vier jaar studie. Dit bedrag kan hoger worden door inflatie of veranderende omstandigheden. Voor een persoonlijkere inschatting kun je ook de rekentool van het Nibud gebruiken.

Hoe wil je gaan sparen?

Je kunt het beste beginnen met sparen als je kind nog jong is. Dan heb je meer tijd om vermogen op te bouwen en profiteer je langer van rente. Er zijn verschillende manieren om dat aan te pakken.

1. Kinderspaarrekening

Een logische optie is een kinderspaarrekening. Je krijgt meestal dezelfde rente als op een gewone spaarrekening, soms aangevuld met extra rente op bijvoorbeeld de 5e, 12e en 18e verjaardag van je kind. Als je kind achttien wordt, komt het geld vrij en staat de rekening op naam van je kind. Dat betekent wel dat je daarna minder invloed hebt op wat er met het geld gebeurt.

2. Op eigen naam sparen

Wil je meer grip houden, dan kun je ook sparen op je eigen naam. Door onder je eigen naam te sparen bepaal je zelf wanneer je het geld aan je kind geeft. Het is wel slim om hiervoor een aparte spaarrekening te openen, zodat je spaardoelen overzichtelijk blijven.

3. Spaardeposito

Heb je al een bedrag dat je langere tijd kunt missen, dan kan een spaardeposito interessant zijn. Met een spaardeposito zet je het geld voor een vaste periode vast en ontvang je meestal een hogere rente. Hoe langer de looptijd, hoe hoger de rente. Houd er rekening mee dat tussentijds opnemen vaak niet mogelijk is of alleen tegen een boete.

4. Alternatief voor sparen: beleggen

Nu spaarrentes niet altijd hoog zijn, kan beleggen een aantrekkelijk alternatief zijn. Zeker als je het geld pas over langere tijd nodig hebt, kan beleggen een hoger rendement opleveren. Daar staat tegenover dat beleggen risicovoller is dan sparen en dat je (een deel van) je inleg kunt verliezen.

Belasting: afdracht en aftrek

Als je grotere bedragen spaart, kun je te maken krijgen met belastingen zoals vermogensbelasting en schenkbelasting.

Vermogensbelasting

In 2026 is het heffingsvrije vermogen € 59.357 per persoon. Met een fiscale partner is dat samen € 118.714. Kom je boven dit bedrag uit, dan betaal je vermogensbelasting in box 3. Hoeveel dat precies is, hangt af van de samenstelling van je vermogen.

Schenkbelasting

Een bijdrage aan de studiekosten van je kind wordt meestal niet gezien als een schenking. De Belastingdienst spreekt dan van een natuurlijke verbintenis: ouders dragen bij aan het levensonderhoud en de opleiding van hun kind. Is je kind zelf al financieel vermogend, dan kan die natuurlijke verbintenis vervallen en kan schenkbelasting een rol gaan spelen.

Kies voor de hoogste rente

Welke manier van vermogen opbouwen je ook kiest, uiteindelijk wil je het meeste uit je geld halen. Met een Knab spaarrekening profiteer je van een concurrerende rente en kun je zoveel spaarrekeningen openen als je wilt. Zo houd je overzicht en werk je gericht toe naar een mooie bijdrage aan de studie van je kind.

Dit artikel is niet bedoeld als een persoonlijk advies om te gaan beleggen. Aan beleggen zijn kosten en risico’s verbonden. Je beleggingen kunnen meer waard worden, maar ook minder. Meer weten? Neem dan gerust even contact met ons op.



Karin Broeksma
Karin werkte tussen 2018 en 2024 bij Knab als content marketeer. Bij Knab schreef ze veel over ondernemen, maar ook over zaken als inkomsten, uitgaven en sparen.



Deel via:
Altijd een goede spaarrente krijgen?  Lees meer

Iedereen kan beleggen bij Knab