Knab maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Ga je verder op de site? Dan stem je erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over Knab Cookies.

De spaarrente daalt, de hypotheekrente stijgt: hoe kan dat?

Deze vraag horen wij steeds vaker bij Knab, ook in de (social) media. “De spaarrente blijft dalen, maar de hypotheekrente stijgt langzamerhand. Hoe kan dat en waarom stijgen de spaarrentes niet mee?” Daarvoor is het goed om eerst te weten hoe deze twee verschillende rentes bewegen in de markt en welke invloed ze op elkaar uitoefenen.
Spaarrente en hypotheekrente

Spaarrente: WAT DOET DE BANK MET JOUW SPAARGELD?

Een bank heeft als functie om jouw geld veilig te beheren en je in ruil hiervoor, voor zover mogelijk, te belonen met een vergoeding in de vorm van rente. Om die rente te kunnen betalen zal de bank rendement moeten maken op het spaargeld.

Dat doet een bank door het spaargeld uit te zetten in bijvoorbeeld:
• Hypotheken
• Consumentenleningen en bedrijfsleningen
• Obligaties
• Liquiditeiten (valuta)

Het rendement op obligaties en op liquiditeiten is op dit moment niet goed. Toch moet een bank deze twee beleggingen aanhouden, zodat spaargeld dat klanten willen opnemen altijd direct kan worden uitbetaald. Jouw bank hoort immers betrouwbaar te zijn: jouw geld moet niet alleen veilig zijn, maar ook beschikbaar zijn wanneer je het nodig hebt. Dat is met obligaties en liquiditeiten het geval.

De liquiditeiten mag een bank niet zelf in kas houden, maar moet worden gestald bij De Nederlandsche Bank (DNB). Voor dit stallen betaalt de bank op dit moment 0,40% rente aan DNB. De rente die banken moeten betalen, wordt bepaald door de Europese Centrale Bank (ECB); daarop heeft jouw eigen bank geen invloed.

Het negatieve rendement op liquiditeiten moet dus worden goedgemaakt door de inkomsten uit hypotheken en andere leningen, voordat we het kunnen hebben over de rente die je als klant krijgt over je spaargeld.

WIE OF WAT BEÏNVLOEDT DE RENTE OP DE MARKT?

Tja, wie beïnvloedt de rente op de markt? Eén van de belangrijke spelers is dus de ECB. Zij zorgt ervoor dat er altijd geld in omloop is en dat de economie blijft draaien. Het doel van de ECB is om de inflatie onder de 2% te houden, zodat de economie op een gezonde manier groeit.

Zoals hiervoor aangegeven heeft de ECB in de afgelopen jaren de rente voor banken verlaagd van een rente die ze ontvingen naar een rente die ze moeten betalen als ze geld stallen bij DNB. Hierdoor neemt onder andere het rendement dat banken verdienen op het spaargeld af.

De ECB kijkt maandelijks naar deze rente en heeft aangegeven dat er rekening mee moet worden gehouden dat deze rente nog een tijd laag zal blijven. Het rentebeleid van de ECB heeft ook invloed op de marktrentes die door de banken worden gebruikt voor de bepaling van bijvoorbeeld de hypotheekrente. Door de veel lagere marktrente is ook de rente op nieuw afgesloten hypotheken veel lager geworden.

Daarnaast zijn ook leningen en obligaties steeds minder gaan opleveren in de afgelopen jaren. Het rendement dat door een bank wordt behaald op de beleggingen, speelt een belangrijke rol in het bepalen van de spaarrentes. Zoals aangegeven neemt dit rendement door de lage marktrentes af en krijgt de bank minder rente-inkomsten.

En je raadt het misschien al: als er minder inkomsten zijn, moeten de uitgaven ook verminderd worden. Dat kan door kosten te verminderen of door rente die je als consument krijgt over je spaargeld te verminderen.

De meeste banken zijn voortdurend bezig om kosten te reduceren, maar dat is helaas niet genoeg. De spaarrentes zijn daarom de afgelopen tijd stukje bij beetje verder verlaagd en sommige banken hanteren inmiddels een rente van 0%. 

Als voorbeeld kunnen we kijken naar de hypotheekportefeuille van een bank. Waar de oude hypotheken in de portefeuille een gemiddelde rente hebben van bijvoorbeeld boven de 4%, hebben nieuwe hypotheken een gemiddelde rente van zo’n 2,5%. Doordat oude hypotheken worden overgesloten of helemaal worden afgelost, neemt het aandeel nieuwe hypotheken die tegen die lagere rente zijn afgesloten langzamerhand toe. Zo ziet de bank elke maand het gemiddelde rendement van de hypotheekportefeuille verder afnemen.

SPAARGELD VERSUS HYPOTHEKEN

Dan hebben we nog de vraag: “Waarom verlagen we onze rente, terwijl je hoort dat de hypotheekrentes stijgen?”. Wat we het afgelopen jaar hebben gezien is dat vooral de hypotheekrentes met een langere looptijd nogal bewegen. Daarbij zien we ze zowel met tienden van een procent stijgen als dalen.

Maar zelfs met deze relatief lichte stijgingen van hypotheekrentes zit de nieuwe hypotheekproductie nog steeds onder de gemiddelde rente op de bestaande hypotheekportefeuille van de banken, waardoor het totale rendement blijft teruglopen, zoals in het voorbeeld hierboven. Dit is pas niet meer het geval als de hypotheekrente met een paar procent gaat stijgen.

Voorlopig zullen banken nog steeds te maken hebben met afnemende rendementen en daardoor blijven de spaarrentes onder druk staan. Het is daarom moeilijk te zeggen wanneer de spaarrentes weer gaan stijgen of dat ze zelfs nog verder gaan dalen. Uiteindelijk is dat een besluit van de banken.



Deel via:

Ook interessant voor jou