Aanvullend pensioen opbouwen: 6 vragen beantwoord
Laatst geüpdatet
14 juli 2026
Leestijd
4 minuten
- Laatst geüpdate: 14 juli 2026
- Leestijd: 4 minuten
Je AOW en werkgeverspensioen vormen straks een belangrijk deel van je inkomen. Toch is dat niet voor iedereen voldoende. Misschien heb je een tijd geen pensioen opgebouwd, werk je parttime of ben je een periode zzp’er geweest.
Je kunt dan zelf aanvullend pensioen opbouwen. Dat kan met een fiscale pensioenrekening, maar ook met vrij spaargeld, beleggingen of lagere woonlasten. Welke oplossing past, hangt af van je verwachte tekort, de tijd tot je pensioen en hoeveel flexibiliteit je wilt behouden.
In dit artikel beantwoorden we zes belangrijke vragen over extra pensioen opbouwen.

In het kort
Aanvullend pensioen is inkomen dat je zelf voor later opbouwt, boven op je AOW en eventuele werkgeverspensioen. Begin met inzicht in je verwachte pensioen en uitgaven. Daarna kun je kiezen tussen vrij sparen of beleggen en fiscaal pensioensparen of pensioenbeleggen. Alleen inleg binnen je jaar- en reserveringsruimte is mogelijk aftrekbaar.
Snel naar
1. Wat is aanvullend pensioen?
2. Wanneer heb je het nodig?
3. Hoe kun je extra pensioen opbouwen?
4. Hoe werkt het belastingvoordeel?
5. Wanneer begin je en hoeveel leg je in?
6. Hoe wordt je pensioen later uitgekeerd?
1. Wat is aanvullend pensioen?
Aanvullend pensioen is inkomen dat je zelf opbouwt voor de periode na je pensionering. Het komt boven op andere pensioeninkomsten die je mogelijk ontvangt.
Je inkomen voor later kan uit verschillende onderdelen bestaan:
- AOW: het basispensioen van de overheid. Je bouwt AOW op gedurende de vijftig jaar vóór je persoonlijke AOW-leeftijd.
- Werkgeverspensioen: pensioen dat je via huidige en eerdere werkgevers hebt opgebouwd.
- Zelf opgebouwd pensioen: bijvoorbeeld pensioensparen, pensioenbeleggen of een lijfrenteverzekering.
- Vrij vermogen: spaargeld, beleggingen, een afgeloste woning of ander vermogen dat je later gebruikt.
Niet al het vermogen dat je voor later opbouwt, is juridisch of fiscaal een pensioen. Een gewone spaarrekening is bijvoorbeeld vrij beschikbaar. Geld op een lijfrenterekening staat juist vast voor periodieke pensioenuitkeringen.
2. Wanneer heb je aanvullend pensioen nodig?
Je hebt aanvullend pensioen nodig als je verwachte inkomen later niet voldoende is voor je geplande uitgaven. Dat kan onder meer gebeuren als je:
- geen of weinig pensioen via een werkgever opbouwt;
- een periode als zzp’er hebt gewerkt;
- parttime werkt of tijdelijk niet hebt gewerkt;
- in het buitenland hebt gewoond of gewerkt;
- na een scheiding een deel van je pensioen moet verdelen;
- eerder wilt stoppen met werken;
- later relatief hoge woonlasten verwacht.
Begin op Mijnpensioenoverzicht.nl. Daar zie je hoeveel AOW en werkgeverspensioen je naar verwachting ontvangt.
Vergelijk dit met je verwachte uitgaven. Is je inkomen lager dan wat je nodig denkt te hebben? Dan heb je mogelijk een pensioengat.
Kijk niet alleen naar een algemeen percentage
De vaak genoemde norm van 70% van je laatste salaris zegt niet automatisch hoeveel jij later nodig hebt. Je woonlasten, gezinssituatie en plannen zijn belangrijker.
3. Hoe kun je extra pensioen opbouwen?
Je kunt fiscaal pensioen opbouwen of juist vrij vermogen voor later aanhouden. Beide hebben eigen voor- en nadelen.
| Mogelijkheid | Belangrijkste voordeel | Belangrijkste aandachtspunt |
|---|---|---|
| Pensioensparen | Rente en geen risico door dalende beurskoersen. | Het geld is bestemd voor pensioen en niet vrij opneembaar. |
| Pensioenbeleggen | Kans op een hoger rendement over een lange periode. | De waarde kan stijgen en dalen. Je kunt een deel van je inleg verliezen. |
| Vrij sparen | Je kunt het geld ook vóór je pensioen gebruiken. | Geen lijfrenteaftrek en mogelijk minder bescherming tegen inflatie. |
| Vrij beleggen | Flexibel vermogen met kans op rendement. | Geen lijfrenteaftrek, mogelijk box 3 en risico op verlies. |
| Lagere uitgaven later | Je hebt na pensionering minder inkomen nodig. | Extra aflossen of verhuizen maakt vermogen minder flexibel. |
Je hoeft niet voor één oplossing te kiezen. Je kunt bijvoorbeeld fiscaal pensioen opbouwen en daarnaast een vrije spaarbuffer aanhouden.
Twijfel je tussen de twee fiscale mogelijkheden? Bekijk dan pensioensparen en pensioenbeleggen naast elkaar.
4. Hoe werkt het belastingvoordeel van een pensioenrekening?
Stort je geld op een erkende lijfrentespaar- of lijfrentebeleggingsrekening? Dan kun je onder voorwaarden profiteren van belastingvoordeel:
- je inleg kan aftrekbaar zijn in box 1;
- het opgebouwde saldo telt tijdens de opbouw in beginsel niet mee in box 3;
- over de latere uitkeringen betaal je inkomstenbelasting.
Je inleg is niet onbeperkt aftrekbaar. Daarvoor heb je voldoende jaarruimte of reserveringsruimte nodig.
Voor je jaarruimte in 2026 gebruik je je inkomens- en pensioengegevens uit 2025. Heb je in eerdere jaren fiscale ruimte niet gebruikt? Dan kun je die over de tien voorafgaande jaren mogelijk alsnog benutten via je reserveringsruimte.
Bereken daarom vóór iedere storting hoeveel jaar- en reserveringsruimte je hebt.
Belastingvoordeel is vooral belastinguitstel
Je betaalt tijdens de opbouw mogelijk minder belasting, maar de latere uitkeringen zijn belast. Of je per saldo voordeel hebt, hangt onder meer af van je belastingtarief nu en na pensionering.
Stort je meer dan je beschikbare fiscale ruimte? Dan is het meerdere niet automatisch aftrekbaar. De fiscale verwerking daarvan kan ingewikkeld zijn, dus controleer je ruimte voordat je inlegt.
5. Wanneer begin je en hoeveel leg je in?
Hoe eerder je begint, hoe langer rente of beleggingsrendement kan bijdragen aan je pensioenpot. Daardoor kan een lagere maandelijkse inleg voldoende zijn om hetzelfde doelbedrag te bereiken.
Later beginnen heeft echter nog steeds zin. Je kunt dan bijvoorbeeld:
- een hoger bedrag per maand inleggen;
- een eenmalige storting doen;
- ongebruikte reserveringsruimte benutten;
- langer doorwerken of je pensioendatum aanpassen;
- je toekomstige uitgaven verlagen.
Een passende inleg is niet automatisch gelijk aan je maximale jaarruimte. Bereken eerst:
- hoeveel pensioen je al verwacht;
- hoeveel je later denkt uit te geven;
- hoe groot het verwachte verschil is;
- hoeveel geld je nu verantwoord kunt missen.
In zelf pensioen opbouwen: hoeveel leg je per maand in? lees je hoe je een doelbedrag vertaalt naar een periodieke inleg.
Houd altijd voldoende geld beschikbaar voor belastingen, zakelijke tegenvallers en onverwachte privé-uitgaven. Geld op een fiscale pensioenrekening kun je niet zonder fiscale gevolgen voor andere doelen gebruiken.
6. Hoe wordt je aanvullende pensioen later uitgekeerd?
Bij vrij sparen of beleggen bepaal je zelf wanneer en hoeveel je opneemt. Bij een fiscale pensioenrekening gelden andere regels.
Wanneer de opbouwfase eindigt, gebruik je het opgebouwde saldo voor periodieke lijfrente-uitkeringen. Je kunt daarvoor bij dezelfde of een andere aanbieder een uitkeringsproduct afsluiten.
De mogelijke ingangsdatum en minimale uitkeringsduur hangen onder meer af van:
- je AOW-leeftijd;
- het moment waarop de uitkering begint;
- of je kiest voor een tijdelijke of langdurige uitkering;
- de fiscale regels die op je tegoed van toepassing zijn.
Over de uitkeringen betaal je inkomstenbelasting. Koop je het tegoed tussentijds af of gebruik je het op een manier die niet aan de voorwaarden voldoet? Dan betaal je doorgaans inkomstenbelasting en mogelijk revisierente.
Een uitgebreidere uitleg over de opbouw- en uitkeringsfase vind je in wat is lijfrente?
Begin met inzicht en combineer waar nodig
Aanvullend pensioen opbouwen begint niet bij een product, maar bij de vraag hoeveel inkomen je later nodig hebt. Bekijk eerst je AOW, werkgeverspensioen, vermogen en verwachte uitgaven.
Daarna kun je bepalen welk deel je fiscaal wilt opbouwen en welk deel flexibel beschikbaar moet blijven. Een combinatie van pensioensparen, pensioenbeleggen en vrij vermogen kan meer spreiding geven dan één enkele oplossing.
Aanvullend pensioen opbouwen bij Knab
Gebruik je jaar- en reserveringsruimte voor Pensioensparen, Pensioenbeleggen of een combinatie. Kies op basis van je looptijd, behoefte aan zekerheid en hoeveel risico je kunt dragen.
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk fiscaal, financieel of pensioenadvies. Je benodigde pensioen en fiscale ruimte hangen af van je persoonlijke situatie. Beleggen brengt kosten en risico’s met zich mee. Je kunt een deel van je inleg verliezen.
Arthur Buijs
Arthur werkt sinds februari 2018 bij Knab, waar hij voornamelijk schrijft over beleggen.







