Zelf pensioen opbouwen: hoeveel leg je per maand in?
Laatst geüpdatet
14 juli 2026
Leestijd
5 minuten
- Laatst geüpdate: 14 juli 2026
- Leestijd: 5 minuten
Hoeveel moet je iedere maand opzijzetten voor je pensioen? Daar bestaat geen vast bedrag of percentage voor. Het hangt onder meer af van wat je al hebt opgebouwd, hoeveel je later wilt uitgeven, wanneer je stopt met werken en hoe je het geld laat groeien.
Je hoeft het antwoord gelukkig niet uit de losse pols te bedenken. Door eerst je verwachte pensioen en toekomstige uitgaven op een rij te zetten, kun je vrij gericht berekenen hoeveel je maandelijks zelf moet opbouwen.
In dit artikel helpen we je daar stap voor stap bij.

In het kort
Hoeveel je per maand voor je pensioen moet opbouwen, bepaal je door je gewenste inkomen later te vergelijken met je verwachte AOW, werkgeverspensioen en andere inkomsten. Het verschil moet je zelf aanvullen. Hoe eerder je begint, hoe langer je hebt om het benodigde bedrag op te bouwen.
Snel naar
Hoeveel pensioen moet je per maand opbouwen?
Stap 1: bekijk wat je al hebt opgebouwd
Stap 2: bepaal wat je later nodig hebt
Stap 3: kies wanneer je wilt stoppen
Stap 4: bereken je maandbedrag
Een eenvoudig rekenvoorbeeld
Pensioen opbouwen met belastingvoordeel
Pensioensparen of pensioenbeleggen?
Hoeveel pensioen moet je per maand opbouwen?
Er bestaat geen standaardbedrag dat voor iedereen voldoende is. Ook een algemene regel zoals “zet 10% van je inkomen opzij” is hooguit een startpunt. Voor iemand die al twintig jaar werkgeverspensioen heeft opgebouwd, kan 10% ruim zijn. Voor een zzp’er die op latere leeftijd begint, kan het juist te weinig zijn.
Je maandbedrag wordt vooral bepaald door deze vijf factoren:
Wat je al hebt
Je verwachte AOW, werkgeverspensioen en pensioen dat je zelf al hebt opgebouwd.
Wat je wilt uitgeven
Je woonlasten, dagelijkse uitgaven en plannen voor je pensioen.
Wanneer je stopt
Hoe eerder je stopt met werken, hoe langer je pensioenpot mee moet gaan.
De resterende tijd
Wie vroeg begint, kan het benodigde bedrag over meer maanden verdelen.
Rente of rendement
De manier waarop je opbouwt beïnvloedt hoeveel je zelf moet inleggen.
Je hoeft niet meteen tot op de euro nauwkeurig te weten wat het perfecte maandbedrag is. Een onderbouwde eerste inschatting is al veel beter dan helemaal niet beginnen. Controleer je berekening daarna regelmatig, bijvoorbeeld wanneer je inkomen, gezinssituatie of woonlasten veranderen.
Stap 1: bekijk hoeveel pensioen je al hebt opgebouwd
Begin niet met je gewenste inleg, maar met wat er later waarschijnlijk al binnenkomt. Op Mijnpensioenoverzicht.nl zie je hoeveel AOW en werkgeverspensioen je naar verwachting ontvangt.
Je pensioeninkomen kan uit verschillende onderdelen bestaan:
| Onderdeel | Wat telt mee? |
|---|---|
| AOW | Het basispensioen van de overheid. De hoogte hangt onder meer af van je woonsituatie en het aantal jaren dat je voor de AOW verzekerd bent geweest. |
| Werkgeverspensioen | Pensioen dat je bij huidige en eerdere werkgevers hebt opgebouwd. |
| Zelf opgebouwd pensioen | Bijvoorbeeld saldo op een lijfrente-, pensioenspaar- of pensioenbeleggingsrekening. |
| Andere inkomsten | Denk aan vrij spaargeld, beleggingen, huurinkomsten of inkomen uit werk. |
Goed om te weten over de AOW
De AOW volgt het minimumloon en wordt ieder halfjaar aangepast. Heb je in de vijftig jaar vóór je AOW-leeftijd een periode niet in Nederland gewoond of gewerkt? Dan kan je AOW lager uitvallen. Voor ieder jaar waarin je niet verzekerd was, bouw je doorgaans 2% minder AOW op.
Stap 2: bepaal hoeveel inkomen je later nodig hebt
Een vaak genoemde vuistregel is dat je na pensionering ongeveer 70% van je laatstverdiende bruto-inkomen nodig hebt. Dat kan een grove eerste indicatie zijn, maar zegt weinig over jouw werkelijke situatie.
Een begroting in netto maandbedragen geeft meestal meer inzicht. Kijk daarvoor naar wat je nu uitgeeft en wat er later waarschijnlijk verandert.
Uitgaven die later mogelijk lager worden
- hypotheeklasten als je hypotheek geheel of gedeeltelijk is afgelost;
- woon-werkverkeer en andere werkgerelateerde kosten;
- kosten voor kinderen die niet meer thuis wonen;
- pensioenpremies en bedragen die je nu opzijzet voor later.
Uitgaven die later mogelijk hoger worden
- zorgkosten en hulp in of rond het huis;
- reizen, hobby’s en vrije tijd;
- onderhoud aan je woning;
- hogere dagelijkse uitgaven door inflatie.
De Pensioenschijf-van-vijf van het Nibud helpt je om je verwachte inkomsten én uitgaven na pensionering op een rij te zetten.
Stap 3: bepaal wanneer je wilt stoppen met werken
Je gewenste pensioendatum heeft veel invloed op de benodigde maandinleg. Stop je vóór je AOW-leeftijd? Dan moet je mogelijk een periode overbruggen waarin je nog geen AOW ontvangt. Ook bouw je minder lang vermogen op en moet je pensioenpot langer meegaan.
Wil je juist langer doorwerken? Dan heb je meer tijd om vermogen op te bouwen en hoef je het over minder pensioenjaren te verdelen.
Eerder stoppen kost dubbel
Je mist inkomen en pensioenopbouw in de jaren waarin je niet meer werkt én je moet die extra jaren zelf financieren. Neem de periode vóór je AOW daarom apart mee in je berekening.
Lees ook welke mogelijkheden je hebt als je eerder wilt stoppen met werken.
Stap 4: vertaal je pensioentekort naar een maandbedrag
Je hebt nu drie belangrijke bedragen:
- het inkomen dat je later naar verwachting ontvangt;
- het inkomen dat je denkt nodig te hebben;
- het verschil tussen die twee bedragen.
Dat verschil is het extra pensioen dat je zelf moet regelen. Om dit naar een maandelijkse inleg te vertalen, moet je ook rekening houden met:
- het aantal jaren waarin je nog kunt opbouwen;
- het aantal jaren waarin je een uitkering wilt ontvangen;
- verwachte rente of verwacht beleggingsrendement;
- kosten van het pensioenproduct;
- inflatie;
- belasting over de latere pensioenuitkeringen.
Met de pensioenberekening van Knab krijg je een indicatie van hoeveel je maandelijks moet opzijzetten voor de gewenste extra pensioenuitkering.
Een eenvoudig rekenvoorbeeld
Stel:
- je wilt over 30 jaar stoppen met werken;
- je verwacht dan € 2.250 netto per maand aan AOW en ander pensioen;
- je denkt € 2.750 netto per maand nodig te hebben;
- je verwacht dit tekort twintig jaar lang te moeten aanvullen.
Je verwachte tekort is in dit voorbeeld € 500 per maand. Over twintig jaar is dat in totaal:
€ 500 × 12 maanden × 20 jaar = € 120.000
Dit is het bedrag in euro’s van nu, vóór correcties voor rente, rendement, inflatie, kosten en belasting.
Zonder enige rente of rendement zou je voor € 120.000 over dertig jaar gemiddeld ongeveer € 333 per maand moeten inleggen. In werkelijkheid kan het benodigde bedrag hoger of lager zijn. Positief rendement of rente kan de benodigde inleg verlagen, terwijl inflatie, kosten, tegenvallende rendementen en belasting juist voor een hogere benodigde inleg kunnen zorgen.
Gebruik het voorbeeld daarom alleen om de denkwijze te begrijpen. Voor je eigen maandbedrag heb je een berekening nodig met aannames die aansluiten op jouw situatie.
Controleer hoeveel je met belastingvoordeel mag inleggen
Weet je hoeveel je maandelijks wilt opbouwen? Controleer dan hoeveel daarvan je fiscaal voordelig op een pensioenrekening mag zetten.
Heb je volgens de fiscale regels een pensioentekort? Dan kan je inleg binnen je jaarruimte en eventuele reserveringsruimte aftrekbaar zijn van je belastbaar inkomen. Het saldo op een pensioenrekening telt tijdens de opbouw niet mee in box 3.
Daar staat tegenover dat het geld op de pensioenrekening niet vrij opneembaar is. Het is bedoeld voor je pensioen en wordt later volgens de fiscale regels uitgekeerd. Over die uitkeringen betaal je inkomstenbelasting.
Je hoeft niet je volledige jaarruimte te gebruiken
Je jaarruimte geeft aan hoeveel je maximaal met belastingvoordeel mag inleggen. Het is geen verplicht inlegbedrag. Kies een bedrag dat ook past bij je huidige buffer, inkomen en andere financiële doelen.
Pensioensparen of pensioenbeleggen?
Heb je je maandbedrag bepaald? Dan kun je kiezen hoe je dat geld wilt opbouwen. Op een pensioenrekening kun je sparen, beleggen of beide combineren.
| Mogelijkheid | Belangrijkste kenmerk | Belangrijk om te weten |
|---|---|---|
| Pensioensparen | Meer zekerheid over het opgebouwde saldo. | Het verwachte rendement is doorgaans lager dan bij beleggen. |
| Pensioenbeleggen | Kans op een hoger rendement over een langere periode. | De waarde kan stijgen én dalen. Rendement is niet gegarandeerd. |
| Vrij sparen of beleggen | Je kunt in principe tussentijds bij je geld. | Je profiteert niet van dezelfde fiscale behandeling als op een pensioenrekening. |
Lees meer over de verschillen in het artikel pensioenbeleggen of pensioensparen: wat past bij jou?
Begin met een bedrag dat je kunt volhouden
De beste pensioeninleg is niet alleen theoretisch voldoende, maar past ook bij je financiële situatie van nu. Zorg eerst voor een passende buffer en zet je maandbedrag vervolgens automatisch apart.
Is je inkomen wisselend? Dan kun je werken met een lager vast maandbedrag en op goede momenten extra inleggen. Controleer daarbij altijd hoeveel jaar- en reserveringsruimte je hebt.
Bekijk je pensioenplan minstens één keer per jaar opnieuw. Je inkomen, uitgaven, pensioenopbouw en plannen kunnen veranderen. Je maandbedrag mag dus ook veranderen.
Meer uitleg over zelf pensioen regelen?
In het pensioenwebinar van Knab legt Financieel Expert Oskar Barendse begrijpelijk uit welke mogelijkheden je hebt, hoe het belastingvoordeel werkt en welke keuzes je kunt maken.
Dit artikel geeft algemene informatie en is geen persoonlijk financieel of pensioenadvies. Beleggen brengt kosten en risico’s met zich mee. De waarde van beleggingen kan stijgen en dalen en je kunt een deel van je inleg verliezen.







