Rechtsvermoeden bij laag uurtarief: dit verandert er mogelijk voor zzp’ers
Laatst geüpdatet
16 april 2026
Leestijd
3 minuten
- Laatst geüpdate: 16 april 2026
- Leestijd: 3 minuten
De Tweede Kamer sprak deze week over een nieuwe maatregel voor zzp’ers: het rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief.
De verwachting is dat deze wet op brede steun kan rekenen en mogelijk al op korte termijn wordt aangenomen. De beoogde ingangsdatum ligt rond 1 januari 2027.
Wat houdt dit rechtsvermoeden precies in? En wat betekent het voor jou als zzp’er?
Wat is het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief?
Het voorstel is onderdeel van plannen om schijnzelfstandigheid gerichter aan te pakken.
De kern:
Werk je als zzp’er voor een uurtarief van ongeveer €38 à €39 of lager?
Dan kun je straks makkelijker stellen dat er eigenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Het verschil zit in de bewijslast:
- de werkende stelt dat er sprake is van loondienst
- de opdrachtgever moet aantonen dat er toch sprake is van zelfstandig ondernemerschap
Daarmee wordt het eenvoudiger om situaties die niet goed passen bij zelfstandig werken juridisch te laten toetsen.
Wat verandert er niet?
Tijdens het debat werd ook duidelijk wat deze maatregel níet doet.
Het rechtsvermoeden:
- is geen minimumtarief
- verbiedt niet om onder een bepaald tarief te werken
- maakt je niet automatisch werknemer
De beoordeling of je zzp’er bent, blijft gebaseerd op de bestaande criteria uit de rechtspraak, zoals de Deliveroo- en Uber-uitspraken.
Daarbij wordt gekeken naar het totaalplaatje van de arbeidsrelatie, zoals:
- de mate van zelfstandigheid
- hoe het werk wordt uitgevoerd
- ondernemersrisico
- het aantal opdrachtgevers
Het uurtarief is dus een extra factor, maar niet doorslaggevend.
Juist dat bredere beeld blijft leidend en dat geeft houvast voor zzp’ers die bewust zelfstandig ondernemen.
Hoe werkt dit in de praktijk?
Het rechtsvermoeden is een zogenoemd facultatief instrument.
Dat betekent dat alleen de werkende (of een vertegenwoordiger, zoals een vakbond) er een beroep op kan doen bij de rechter.
Instanties zoals de Belastingdienst, het UWV of de Arbeidsinspectie kunnen deze regel niet zelfstandig toepassen.
De werkende moet bovendien zelf aannemelijk maken wat het uurtarief is. Dat kan bijvoorbeeld op basis van:
- gewerkte uren
- facturen of projectvergoedingen
Wat betekent dit voor verschillende situaties?
Als er twijfel is over zelfstandigheid
In situaties die lijken op loondienst - bijvoorbeeld bij langdurige inzet tegen lage tarieven - wordt het eenvoudiger om dat juridisch te laten toetsen.
Als een rechter oordeelt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, kan dat gevolgen hebben zoals:
- loondoorbetaling bij ziekte
- ontslagbescherming
- pensioenopbouw via de werkgever
Als je bewust als zzp’er werkt
Voor zzp’ers die aantoonbaar zelfstandig werken, verandert de juridische beoordeling niet.
Tegelijk zie je wel een verschuiving in de manier waarop beleid wordt vormgegeven.
Waar eerdere maatregelen soms breed uitwerkten, wordt nu gerichter gekeken naar situaties waarin zelfstandigheid minder duidelijk is. Daarmee ontstaat stap voor stap meer onderscheid tussen verschillende vormen van werk.
In de praktijk kan dit wel effect hebben:
- opdrachtgevers worden kritischer bij lagere tarieven
- samenwerkingen worden vaker opnieuw bekeken
- er komt meer aandacht voor hoe een arbeidsrelatie is ingericht
Waarom komt deze maatregel er?
Het rechtsvermoeden is bedoeld als extra hulpmiddel om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, met name aan de onderkant van de markt.
Door de bewijslast te verschuiven naar de opdrachtgever, ontstaat er meer druk om vooraf goed te beoordelen of iemand echt als zelfstandige werkt.
De minister gaf tijdens het debat aan dat de maatregel ook een preventieve werking moet hebben: werkenden en opdrachtgevers worden eerder gestimuleerd om kritisch naar hun samenwerking te kijken.
Brede steun, maar ook vragen
In de Tweede Kamer lijkt een meerderheid voor het wetsvoorstel.
Tegelijk zijn er nog aandachtspunten genoemd, zoals:
- de vraag of de stap naar de rechter voor sommige werkenden te groot is
- hoe bekend deze regeling straks wordt onder zzp’ers
- de mogelijke impact op jongeren en platformwerk
Daarnaast wordt onderzocht of partijen zoals vakbonden of pensioenfondsen werkenden kunnen ondersteunen bij het afdwingen van hun rechten.
Onderdeel van een grotere ontwikkeling
Het rechtsvermoeden staat niet op zichzelf.
Het was oorspronkelijk onderdeel van een breder wetsvoorstel (VBAR), maar wordt nu los ingevoerd om sneller effect te hebben.
Tegelijk werkt het kabinet verder aan de Zelfstandigenwet, die meer duidelijkheid moet geven over wanneer iemand als zzp’er werkt en wanneer niet.
De planning daarvan ligt later, met een mogelijke invoering rond 2028.
Samen laten deze stappen zien dat er wordt toegewerkt naar een systeem waarin beter onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende vormen van werk en daarmee ook meer duidelijkheid ontstaat.
Knab houdt je op de hoogte
Bij Knab volgen we de ontwikkelingen rondom zzp-wetgeving op de voet. Via LinkedIn delen we regelmatig updates en duiding, zodat je precies weet wat er speelt en wat dat voor jou betekent.
Ook zeker weten dat je niets mist?
Casper Zwart
Casper is Lead Customer Insights & Thought Leadership bij Knab. Op basis van onderzoek en data helpt hij ondernemers financieel slimmer te ondernemen en draagt hij bij aan de kennispositie van Knab op het gebied van zelfstandig ondernemerschap.







