Prinsjesdag 2026: wat betekenen de plannen voor je portemonnee?
Laatst geüpdatet
16 september 2026
Leestijd
2 minuten
- Laatst geüpdate: 16 september 2026
- Leestijd: 2 minuten
Je zorgverzekering, de belasting over je inkomen en het geld dat je opzijzet: Prinsjesdag raakt je op verschillende manieren. Op 15 september 2026 heeft het kabinet de plannen voor 2027 gepresenteerd. We hebben de officiële stukken voor je uitgeplozen. Wat betekenen ze voor je portemonnee?
Hieronder lees je de belangrijkste veranderingen, met voorbeelden voor je eigen huishouden. Ook nemen we eerder besloten wijzigingen mee, zoals het stoppen van salderen voor zonnepanelen. Kies wat voor jou speelt; de extra uitleg klap je eenvoudig open.

Prinsjesdag 2026: bijgewerkt met de officiële stukken
Bijgewerkt op 16 september 2026. Dit overzicht is opnieuw gecontroleerd aan de hand van de Miljoenennota, het Belastingplan 2027 en de nieuwste officiële toelichtingen. Nieuwe wetsvoorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer. Bij elk onderwerp lees je wat al vaststaat en wat nog een plan of raming is.
In het kort
De koopkracht blijft voor een doorsnee huishouden bijna gelijk: de raming voor 2027 is −0,1%. Daarachter zitten verschillende bewegingen. De belastingtarieven in de eerste twee schijven stijgen, maar ook de arbeidskorting gaat omhoog. De zorgpremie stijgt naar verwachting en het verplichte eigen risico wordt € 400.
Voor je eigen budget verdienen vooral zorg, energie en eventuele kinderopvang aandacht. Met zonnepanelen krijg je vanaf 2027 te maken met het einde van salderen. Het kabinet heeft nog geen breed gedragen voorstel voor de verdere hervorming van box 3. Eén landelijk koopkrachtcijfer vertelt dus niet hoe jouw jaar eruitziet.
Snel naar
1. Koopkracht: wat houd je volgend jaar over?
Officiële raming voor 2027 · Belastingmaatregelen zijn voorstellen
Een doorsnee huishouden gaat er volgens de raming in 2027 in koopkracht 0,1% op achteruit. Lage inkomens en gepensioneerden gaan er in doorsnee juist iets op vooruit. Koopkracht gaat over wat je van je inkomen kunt betalen, nadat ook prijsveranderingen zijn meegerekend.
| Groep | Koopkracht in doorsnee, 2027 |
|---|---|
| Alle huishoudens | −0,1% |
| Lage inkomens | +0,2% |
| Gepensioneerden | +0,3% |
Bron: officiële toelichting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In doorsnee betekent: de middelste uitkomst binnen een groep. Huishoudens binnen dezelfde groep kunnen dus verschillend uitkomen.
Lees je berichten over een belastingverlaging? Het kabinet verlaagt de tarieven ten opzichte van eerdere plannen. Vergeleken met 2026 stijgen de tarieven van de eerste twee schijven juist. Tegelijk gaat de arbeidskorting omhoog. Of je meer of minder belasting betaalt, hangt af van de hele berekening.
En thuis gebeurt meer dan in een koopkrachtplaatje past. Een nieuwe baan, minder werken of extra opvangdagen kan voor je budget veel meer betekenen dan die 0,1%. Kijk daarom naar het bedrag dat bij jou binnenkomt én naar je grootste uitgaven.
Welke belastingtarieven stelt het kabinet voor?
Voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, staan deze tarieven in het Belastingplan 2027. De percentages zijn inclusief premies volksverzekeringen.
| Belastbaar inkomen in box 1, 2027 | Voorgesteld tarief |
|---|---|
| Tot en met € 39.247 | 36,23% |
| Meer dan € 39.247 tot en met € 78.426 | 38,16% |
| Meer dan € 78.426 | 49,50% |
Je betaalt elk tarief alleen over het deel van je belastbare inkomen in die schijf. In 2026 zijn de eerste twee tarieven 35,75% en 37,56%. De grens voor het hoogste tarief blijft in het voorstel € 78.426: die groeit niet mee met de inflatie.
Ook heffingskortingen tellen mee. De maximale arbeidskorting stijgt van € 5.685 naar € 5.929. De maximale algemene heffingskorting gaat van € 3.115 naar € 3.154. Hoeveel korting je krijgt, hangt af van je inkomen en situatie. Je kunt de verandering van één tarief dus niet rechtstreeks vertalen naar je nettoloon.
2. Zorg: hogere premie en een eigen risico van € 400
Officiële zorgplannen voor 2027 · Premie en toeslag zijn ramingen
Het ministerie van VWS verwacht een gemiddelde zorgpremie van € 169 per maand: € 12,50 meer dan in 2026. Je verzekeraar bepaalt je uiteindelijke premie en maakt die uiterlijk 12 november bekend.
Het verplichte eigen risico stijgt door indexering van € 385 naar € 400. De extra verhoging met € 60 schuift naar 2028. Voor alleenstaanden komt de maximale zorgtoeslag naar verwachting op € 140 per maand. Of en hoeveel toeslag je krijgt, hangt af van je situatie.
Rekenvoorbeeld: wat doet dit met je zorgbudget?
Een premiestijging van € 12,50 per maand is € 150 per jaar per volwassene. Voor twee volwassenen is dat € 300. Gebruik je het verplichte eigen risico volledig, dan komt daar per persoon € 15 bij. Een hogere zorgtoeslag kan een deel opvangen.
Maak je eigen berekening zodra je nieuwe polis bekend is. De landelijke raming is geen offerte van je verzekeraar.
Zorgtoeslag: ook je vermogen telt mee
Het kabinet wil in 2027 de vermogensgrens voor zorgtoeslag en kindgebonden budget verlagen. Heb je naast een bescheiden inkomen ook spaargeld of beleggingen, dan verdient dat aandacht. Een hoger maximumbedrag aan toeslag helpt alleen als je ook aan de voorwaarden blijft voldoen.
De begroting rekent voor beide toeslagen met een grens van € 119.122 zonder toeslagpartner en € 158.748 met toeslagpartner. Daarbij telt je vermogen op 1 januari 2027. Kom je boven de toepasselijke grens, dan vervalt volgens het voorstel je recht op deze toeslagen voor dat jaar.
De vermogensgrens voor toeslagen is een andere grens dan de vrijstelling voor de belasting in box 3. Houd die twee bij je berekening uit elkaar.
Specifieke zorgkosten: aftrek zou in 2028 stoppen
Het kabinet stelt voor de aftrek van specifieke zorgkosten vanaf 1 januari 2028 af te schaffen. Ook de daaraan gekoppelde Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten vervalt dan. Voor 2027 blijven de bestaande voorwaarden het uitgangspunt.
Er is vanaf 2028 geld gereserveerd voor ondersteuning bij zorgkosten van chronisch zieken. Hoe die ondersteuning wordt verdeeld, moet nog worden uitgewerkt. Gebruik je de aftrek nu, dan staat dus nog niet vast welke compensatie je persoonlijk kunt krijgen.
Vaccinatie tegen gordelroos voor ouderen
Het kabinet wil in 2027 starten met vaccinatie van 60-jarigen. Van 2028 tot en met 2031 volgt een inhaalprogramma voor 61- tot 69-jarigen. De uitnodigingen gaan in rondes; niet iedereen is tegelijk aan de beurt.
3. AOW, uitkeringen en minimumjeugdloon
Officiële begrotingskeuzes · Verdere uitwerking volgt
Het kabinet schrapt het plan om de AOW-leeftijd sneller te laten stijgen. Ook de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon vervalt. Andere ingrepen worden uitgesteld. Dat geeft meer duidelijkheid over plannen die eerder dit jaar voor onzekerheid zorgden.
Wat betekent dit voor je AOW en belastingkorting?
De bestaande koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting blijft het uitgangspunt. De AOW-leeftijd wordt dus niet bevroren; alleen de voorgenomen snellere stijging gaat niet door. Voor je pensioenplanning blijft je persoonlijke AOW-datum belangrijk.
In het Belastingplan staat wel een lagere ouderenkorting. Na de voorgestelde verlaging en indexering daalt het maximum van € 2.067 in 2026 naar € 1.993 in 2027. Wat dat voor je betekent, hangt af van je inkomen. De koopkrachtraming voor gepensioneerden neemt ook andere veranderingen mee.
Maximumdagloon, WW en arbeidsongeschiktheid
Het maximumdagloon is de bovengrens waarmee bepaalde werknemersuitkeringen worden berekend. Het kabinet ziet af van de geplande verlaging met 20%. Dat is vooral relevant als je loon rond of boven die grens ligt.
De voorgenomen verkorting van de maximale WW-duur van 24 naar 12 maanden schuift naar 1 januari 2029. Ook de afschaffing van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten wordt uitgesteld tot 1 januari 2029. Deze veranderingen gaan dus niet in 2027 in.
Minimumjeugdloon: meer loon voor jonge werkenden
Voor 16- tot en met 20-jarigen gaat het minimumjeugdloon vanaf 1 januari 2027 omhoog. Dat was eerder aangekondigd en staat ook in de begroting. Werk jij of je kind voor het minimumjeugdloon, dan is dit iets om bij de eerste loonstrook van 2027 te controleren.
De stijging verschilt per leeftijd. Verdien je al meer dan het nieuwe minimum, dan krijg je door deze maatregel niet automatisch een loonsverhoging.
4. Sparen, beleggen en box 3: cijfers voor 2027, overleg over het vervolg
Gepubliceerde fiscale cijfers voor 2027 · Verdere hervorming nog in overleg
In de gepubliceerde fiscale cijfers voor 2027 staat een heffingsvrij vermogen van € 60.098 per persoon. Voor fiscale partners is dat samen € 120.196. Het box 3-tarief blijft 36% over het berekende rendement, niet over je hele vermogen.
Dat staat los van de verdere hervorming van box 3. Daarvoor heeft het kabinet nog geen breed gedragen voorstel. In de aanbiedingsbrief bij het Belastingplan staat dat het hierover verder wil praten met beide Kamers. Een politieke aankondiging verandert dus niet meteen de regels voor je spaargeld of beleggingen.
Waar gaat de discussie over aanwas en winst over?
Stijgt een belegging in waarde, dan kan die stijging bij een belasting over vermogensaanwas al meetellen terwijl je de belegging nog bezit. Bij een belasting over vermogenswinst telt de stijging in beginsel mee bij verkoop. Het verschil zit dus onder meer in het moment waarop je belasting betaalt.
De uitwerking kan per soort vermogen verschillen. Dit is uitleg van de begrippen, geen beschrijving van een definitief nieuw stelsel.
Zo werkt de vrijstelling: een voorbeeld met de cijfers voor 2027
Heb je op 1 januari 2027 alleen € 70.000 spaargeld, geen fiscale partner en geen schulden? Met de gepubliceerde vrijstelling blijft in de fictieve berekening € 70.000 − € 60.098 = € 9.902 over als grondslag sparen en beleggen.
Dat is niet het bedrag aan belasting. De berekening gebruikt daarnaast rendementspercentages en het belastingtarief. Is je werkelijke rendement lager, dan kan de belasting lager uitvallen. Voor de berekening met werkelijk rendement gelden andere regels; daarin wordt het heffingsvrije vermogen niet afgetrokken.
Dit voorbeeld gebruikt de gepubliceerde cijfers voor 2027. Je uiteindelijke aanslag hangt ook af van de definitieve regels en rendementspercentages.
5. Brandstof, drinkwater en andere uitgaven
Voorstellen voor 2027, tenzij anders vermeld
Het kabinet wil de accijnskorting op benzine in 2027 verlengen. Een aangekondigde aanvulling op het Belastingplan verlengt ook de korting op diesel en bouwt beide kortingen vanaf 2028 geleidelijker af. Dat remt de belastingstijging aan de pomp; de uiteindelijke prijs hangt ook af van bijvoorbeeld de olieprijs.
De belasting op leidingwater gaat in het voorstel juist met € 0,10 per kubieke meter omhoog, naast de jaarlijkse indexatie. Bij zulke bedragen maakt je eigen verbruik het verschil. Op je jaarrekening zie je hoeveel water je huishouden gebruikt.
Rekenvoorbeeld: van een tarief naar je jaarbudget
Gebruik je 120 m³ water per jaar? Dan betekent € 0,10 extra belasting per m³ een stijging van € 12 per jaar, exclusief btw. Dit is alleen deze extra belastingverhoging, zonder indexatie. Je waterbedrijf bepaalt ook zijn eigen tarieven.
Voor brandstof kun je hetzelfde doen: bij 900 liter per jaar betekent iedere cent verschil in de pompprijs € 9 verschil op jaarbasis.
Reiskostenvergoeding: maximaal € 0,25 per kilometer
Je werkgever mag voor reizen met eigen vervoer maximaal € 0,25 per kilometer onbelast vergoeden. Dat was € 0,23. Deze verhoging is al via een beleidsbesluit toegestaan, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Het Belastingplan legt dit vast in de wet.
De vergoeding die je werkelijk krijgt, hangt af van je cao of afspraken met je werkgever. De fiscale verhoging verplicht je werkgever niet om meer te betalen.
Alcohol, bloemen en planten
Het kabinet wil de alcoholaccijns vanaf 2027 jaarlijks met de inflatie laten meestijgen. Voor bloemen en planten is het voorstel om de btw vanaf 1 januari 2028 te verhogen van 9% naar 21%.
Hoeveel je daarvan in de winkel terugziet, hangt ook af van de prijskeuzes van de verkoper.
Vliegbelasting: lager hoogste tarief dan eerder gepland
Vanaf 2027 hangt de vliegbelasting af van de afstand. Dat is eerder besloten. Het kabinet wil nu het hoogste tarief verlagen van de eerder geplande € 74,81 naar € 59,43 per vertrekkende passagier. Deze categorie geldt bijvoorbeeld voor vluchten naar de Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Indonesië.
Dit is een verlaging ten opzichte van het eerdere plan voor 2027. Je ticket wordt daardoor niet vanzelf goedkoper dan in 2026: luchtvaartmaatschappijen bepalen hun eigen prijzen.
6. Wonen, energie en kinderen: kijk naar je grootste uitgaven
Voor veel huishoudens zitten hier de grootste maandelijkse bedragen. Met zonnepanelen verandert de afrekening in 2027. Voor ouders gaat de kinderopvangtoeslag minder snel omhoog dan eerder gepland. En los van Prinsjesdag verwachten de netbeheerders hogere netkosten.
Zonnepanelen: salderen stopt op 1 januari 2027
Eerder besloten · Vanaf 1 januari 2027
Je kunt teruggeleverde stroom vanaf 2027 niet meer wegstrepen tegen stroom die je op een ander moment afneemt. Voor teruggeleverde stroom krijg je wel een vergoeding. Tot 2030 moet die minimaal 50% van het kale leveringstarief bedragen: het tarief zonder belastingen.
Een voorbeeld met fictieve prijzen: je neemt 1.000 kWh af voor € 0,30 per kWh en levert 1.000 kWh terug voor € 0,10. Dan betaal je € 300 en ontvang je € 100: per saldo € 200. Vaste kosten en eventuele terugleverkosten komen daar nog bij.
Direct gebruiken wat je panelen opwekken wordt daardoor belangrijker. Bekijk ook hoe je leverancier vanaf 2027 omgaat met de terugleververgoeding en terugleverkosten.
Energie: hogere netkosten verwacht en steun voor lage inkomens
Verwachting netbeheerders · Definitieve nettarieven volgen in december 2026
Netbeheer Nederland verwacht in 2027 gemiddeld circa 20% hogere nettarieven voor elektriciteit en gas. Voor huishoudens is dat ongeveer € 12 per maand extra, inclusief btw. De stijging verschilt per aansluiting en netbeheerder. De ACM stelt de definitieve tarieven in december vast.
Dit gaat over de kosten van het energienet, niet over een stijging van je hele energierekening met 20%. Je verbruik, contract en energiebelasting bepalen de rest.
Het kabinet wil deze winter ook het Noodfonds Energie openen voor huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening. De precieze aanvraagvoorwaarden bepalen straks wie steun kan krijgen.
Kinderopvang: meer toeslag, maar een kleinere stap
Begrotingsplan voor 2027 · Nieuw financieringsstelsel beoogd voor 2029
De kinderopvangtoeslag wordt in 2027 verder verhoogd voor ouders die nog niet de maximale vergoeding krijgen. Die verhoging is kleiner dan eerder gepland. Het kabinet houdt vast aan een hoge vergoeding voor alle werkende ouders vanaf 2029.
In het officiële voorbeeld krijgt een gezin met twee kinderen, een inkomen van twee keer modaal en twee dagen opvang in 2027 ongeveer € 700 meer toeslag dan in 2026. Dat bedrag geldt voor die voorbeeldsituatie.
Voor jouw maandbudget tellen het vergoedingspercentage, de maximumuurprijs, opvanguren en je inkomen mee. Rekent jouw opvang meer dan de maximumuurprijs, dan betaal je dat verschil zelf. Meer toeslag betekent daardoor niet automatisch dat je totale opvangrekening evenveel daalt.
Kinderbijslag, kindgebonden budget en belastingkorting
Begrotingsplannen en fiscale cijfers voor 2027
Ook als je geen kinderopvang gebruikt, veranderen er regelingen voor je gezin. Het kabinet wil de kinderbijslag in 2027 extra verhogen met ongeveer € 90 per kind per jaar. De basisbedragen per kind in het kindgebonden budget stijgen volgens de begroting per saldo € 73 per jaar ten opzichte van 2026.
Toch krijgt niet ieder gezin meer kindgebonden budget. Boven een gezamenlijk toetsingsinkomen van ongeveer € 61.900 wordt de toeslag in 2027 sneller afgebouwd. Ook de lagere vermogensgrens kan je recht op toeslag beïnvloeden. Kijk dus naar je eigen inkomen, vermogen en gezinssamenstelling.
Voor werkende ouders die recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) gaat die belastingkorting omlaag. Het maximum daalt in de gepresenteerde cijfers van € 3.032 in 2026 naar € 2.918 in 2027. Deze korting geldt onder voorwaarden voor werkende ouders met een kind jonger dan 12 jaar. Hoeveel je krijgt, hangt onder meer af van je arbeidsinkomen.
Een woning kopen of huren
Het kabinet stelt voor de overdrachtsbelasting vanaf 1 januari 2027 te verlagen van 8% naar 7% voor woningen die de koper niet zelf als hoofdverblijf gebruikt. Denk aan een verhuurwoning. Bij een belastbare woningwaarde van € 300.000 is dat € 3.000 verschil. Voor eigen bewoning blijven het tarief van 2% en de startersvrijstelling onder voorwaarden gelden; deze maatregel verandert die niet.
Ook wil het kabinet woningcorporaties vanaf 2028 meer investeringsruimte geven via een fiscale aanpassing. Het effect daarvan hangt af van wat een corporatie met die ruimte doet. Het is geen directe verlaging van je huur.
7. Je aanvullende pensioen: hoeveel ruimte heb je?
Bestaande mogelijkheden · Voorgestelde beperking voor hogere inkomens
Naast de plannen voor je inkomen nu, is dit een goed moment om naar later te kijken. Wat bouw je op via je werkgever, wat heb je eerder opgebouwd en wat wil je zelf aanvullen? Ook met een baan in loondienst kun je ruimte hebben voor aanvullend pensioen.
Voor fiscaal aftrekbare lijfrente-inleg gelden grenzen: je jaarruimte en eventuele reserveringsruimte. Lees hoe je jaarruimte werkt of gebruik de rekenhulp van de Belastingdienst met je eigen inkomens- en pensioengegevens.
Wil je bekijken hoe je dit kunt regelen? Bij Knab kun je pensioensparen en pensioenbeleggen. Je zet het geld vast voor later; het is niet vrij opneembaar. Over de uitkeringen betaal je belasting. Bij beleggen kun je een deel van je inleg verliezen.
Pensioen opbouwen bij een inkomen boven € 137.800
Het kabinet wil de inkomensgrens voor fiscaal voordelige pensioen- en lijfrenteopbouw in 2027 tot en met 2032 bevriezen op € 137.800. Dit is de bovengrens van het inkomen waarover je opbouw wordt berekend, niet het bedrag dat je mag inleggen.
Verdien je meer, dan groeit die grens volgens het voorstel zes jaar niet mee met de lonen. Voor lagere inkomens bepaalt vooral je eigen pensioenopbouw hoeveel aanvullende ruimte je hebt.
Wat kun je nu doen?
Je hoeft niet de hele Miljoenennota te lezen. Dat je tot hier bent gekomen in dit artikel is al een flinke stap. Hier kun je verder met de onderwerpen die bij jouw huishouden spelen en daar eigen bedragen bij pakken: je loonstrook, zorgpolis, energierekening en eventuele opvangkosten. Zo maak je van een landelijk plan iets waar je thuis mee verder kunt.
Tel de losse veranderingen niet nog eens op bij het landelijke koopkrachtpercentage: die zitten deels al in die raming verwerkt. Maak liever je eigen overzicht van inkomsten en uitgaven. Ons artikel over vaste lasten per maand helpt je om geen grote posten te vergeten.
Geef je spaargeld een duidelijk doel
Een buffer voor onverwachte uitgaven wil je makkelijk kunnen gebruiken. Daarvoor kun je flexibel sparen bij Knab bekijken. Heb je daarnaast geld dat je een afgesproken tijd kunt missen, dan kan depositosparen passen. Kies een looptijd die aansluit bij je plannen en bekijk de voorwaarden.
Heb je ook een onderneming? In ons Prinsjesdagoverzicht voor zzp’ers en ondernemers lees je wat de plannen betekenen voor je winst, aftrekposten en zakelijke kosten.
Veelgestelde vragen over Prinsjesdag en je geld
Zijn de plannen nu definitief?
De officiële stukken zijn gepubliceerd. Nieuwe wetsvoorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer en kunnen tijdens die behandeling veranderen. Andere veranderingen, zoals het stoppen van salderen, zijn al eerder aangenomen. De status staat daarom bij het onderwerp.
Op 16 en 17 september 2026 bespreekt de Tweede Kamer de hoofdlijnen tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Daarna volgt de verdere behandeling van de afzonderlijke wetsvoorstellen en begrotingen. Die debatten betekenen dus nog geen definitieve goedkeuring van alle maatregelen.
Waarom gaat Prinsjesdag 2026 over 2027?
Op Prinsjesdag presenteert het kabinet de begroting voor het volgende jaar. Sommige maatregelen beginnen later of leggen veranderingen vast die eerder zijn toegestaan. Kijk daarom altijd naar de ingangsdatum.
Wanneer weet ik wat ik zelf ga betalen?
De plannen geven de richting. Voor je eigen bedrag heb je ook de vastgestelde regels en persoonlijke gegevens nodig. Denk aan je nieuwe zorgpolis, energietarieven, inkomen en toeslagen. De koopkrachtraming is een vertrekpunt om te begrijpen wat er verandert.
Bronnen en verantwoording
Opnieuw gecontroleerd en bijgewerkt op 16 september 2026. We gebruiken de officiële stukken en aanvullende toelichtingen; de rekenvoorbeelden zijn vereenvoudigd en de aannames staan erbij.
- Miljoenennota 2027: begrotingskeuzes, uitkeringen, kinderopvang en koopkracht.
- Belastingplan 2027 met memorie van toelichting en het pakket met factsheets en aanbiedingsbrief: fiscale voorstellen, tarieven en box 3.
- SZW: koopkracht en sociale zekerheid en uitleg over koopkracht en kinderopvang.
- SZW-begroting 2027: minimumjeugdloon, kinderbijslag, kindgebonden budget en vermogensgrenzen.
- VWS: zorgpremie, eigen risico, zorgtoeslag en vaccinatie en de VWS-begroting 2027, onder meer over de vermogensgrens voor toeslagen.
- Fiscale sleuteltabel 2027: gepubliceerde box 3-vrijstelling en tarief. De uitleg van de Belastingdienst voor 2026 beschrijft de berekeningswijze en het verschil met werkelijk rendement.
- Tweede Kamer: Algemene Politieke Beschouwingen — 16 en 17 september 2026; uitleg over de verdere begrotingsbehandeling.
- Rijksoverheid: salderen stopt in 2027.
- Netbeheer Nederland: verwachting nettarieven 2027, gepubliceerd op 14 september 2026.





