Box 3 blijft veranderen: wat betekent dat voor je vermogen?
Laatst geüpdatet
29 september 2026
Leestijd
3 minuten
- Laatst geüpdate: 29 september 2026
- Leestijd: 3 minuten
Box 3 blijft in beweging. De belasting op vermogen is de afgelopen jaren meerdere keren aangepast, teruggefloten en opnieuw uitgewerkt. Daardoor is het logisch als je soms het overzicht kwijt bent.
De kern van de discussie is nog steeds dezelfde: betaal je belasting over een rendement dat de Belastingdienst inschat, of over wat je echt met je vermogen hebt verdiend? Voor spaarders, beleggers, mensen met crypto, eigenaren van een tweede woning én gepensioneerden kan dat flink verschil maken.
In dit artikel lees je hoe box 3 in 2026 werkt, wat werkelijk rendement betekent, hoe de regels uitpakken als je met pensioen bent en welke plannen er zijn voor 2028.

In het kort
In 2026 betaal je box 3-belasting als je vermogen boven het heffingsvrije vermogen uitkomt. De Belastingdienst rekent voorlopig nog met fictieve rendementen per soort vermogen. Is je werkelijke rendement lager? Dan kan de berekening op basis van je werkelijke rendement voordeliger zijn.
Ben je met pensioen? Dan gelden dezelfde box 3-regels voor je spaargeld en beleggingen; je AOW en pensioenuitkeringen vallen in box 1. Het kabinet wil de vermogensvrijstelling in 2027 verlagen en vanaf 2028 een nieuw stelsel invoeren. Deze plannen zijn nog geen wet en veranderen niets aan de bedragen voor 2026.
Update 29 september 2026: officiële kabinetsplannen bekend
Het kabinet heeft zijn plannen toegelicht in een Kamerbrief. Er zijn ook voorstellen voor 2027: een lagere vermogensvrijstelling en een hoger fictief rendement voor overige bezittingen. De regels voor je aangifte over 2026 en het terugvragen van belasting veranderen hierdoor niet.
Snel naar
Wat valt in box 3?
2017 tot en met 2022: oude stelsel en rechtsherstel
2023 tot en met 2027: overgangsregels
Wat wil het kabinet in 2027 veranderen?
Vanaf 2028: het voorgestelde nieuwe stelsel
Hoe werkt box 3 als je met pensioen bent?
Wat betekent box 3 voor jouw situatie?
Wat kun je nu al doen?
Mogelijk te veel belasting betaald?
Vermogen opbouwen buiten box 3
Heffingsvrij vermogen
€ 59.357
per persoon in 2026
Met fiscale partner
€ 118.714
samen in 2026
Belastingtarief
36%
over je belastbare rendement
Wat valt in box 3?
Box 3 is de belasting over inkomen uit sparen en beleggen. Denk aan spaargeld, beleggingen, crypto, een tweede woning en andere bezittingen die niet in box 1 of box 2 vallen. Van de waarde van je bezittingen mag je bepaalde schulden aftrekken.
Je eigen woning valt meestal in box 1. Ondernemingsvermogen dat je echt voor je bedrijf nodig hebt, valt normaal gesproken ook niet in box 3. Hetzelfde geldt voor vermogen dat binnen een kwalificerende pensioen- of lijfrenterekening wordt opgebouwd.
Op dit moment bestaan er twee manieren om je box 3-inkomen te berekenen:
Fictief rendement. De Belastingdienst rekent met vaste rendementspercentages voor spaargeld, overige bezittingen en schulden.
Werkelijk rendement. In de huidige tegenbewijsregeling telt wat je vermogen in het kalenderjaar echt heeft opgeleverd. Niet alleen rente, dividend en huurinkomsten tellen mee, maar ook waardestijgingen en waardedalingen. Dat geldt ook als je je beleggingen niet hebt verkocht.
De voordeligste berekening telt
Is je werkelijke rendement lager dan het fictieve rendement? Dan gebruikt de Belastingdienst de berekening die voor jou het voordeligst is. Je gaat dus niet méér belasting betalen doordat je je werkelijke rendement doorgeeft.
2017 tot en met 2022: oude stelsel en rechtsherstel
In het oude box 3-stelsel werd niet gekeken naar de werkelijke verdeling van je vermogen. De Belastingdienst ging ervan uit dat iedereen met meer vermogen automatisch een groter deel belegde en daarmee een hoger rendement behaalde.
Dat pakte vooral voor spaarders ongunstig uit. Zij kregen jarenlang weinig rente, maar betaalden soms wel belasting over een veel hoger verondersteld rendement. De Hoge Raad oordeelde daarom eind 2021 dat dit stelsel in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Voor verschillende belastingjaren kwam er rechtsherstel. Of je je werkelijke rendement kunt doorgeven, hangt af van het jaar en jouw situatie.
Voor 2017 tot en met 2020 gelden aanvullende voorwaarden. Voor niet- of te late bezwaarmakers heeft de Hoge Raad op 25 juni 2026 beslist dat er geen recht is op rechtsherstel. De Belastingdienst nam op 17 juli een collectieve beslissing. Deze groep mag voor die jaren geen Opgaaf werkelijk rendement indienen. Lees de uitkomst van Massaal Bezwaar Plus.
Voor 2021 tot en met 2024 mag je bij box 3-inkomen je werkelijke rendement doorgeven, ook als je geen bezwaar hebt gemaakt. De Belastingdienst stuurt per jaar een brief.
Heb je zo’n brief ontvangen? Dan geef je je rendement door via de Opgaaf werkelijk rendement. Wacht bij twijfel op de brief. Daarin staat ook het fictieve rendement dat je nodig hebt voor de vergelijking.
2023 tot en met 2027: overgangsregels en tegenbewijs
Sinds 2023 geldt het overbruggingsstelsel. Daarbij kijkt de Belastingdienst wel naar de werkelijke verdeling van je vermogen. Spaargeld krijgt een lager fictief rendement dan beleggingen en andere bezittingen. Voor schulden geldt een apart percentage.
Voor de voorlopige aanslag 2026 gebruikt de Belastingdienst deze percentages:
| Soort vermogen | Rendement 2026 | Status |
|---|---|---|
| Banktegoeden en contant geld | 1,28% | Voorlopig |
| Beleggingen en andere bezittingen | 6,00% | Vastgesteld |
| Schulden | 2,70% | Voorlopig |
Hoewel dit stelsel beter aansluit op het soort vermogen dat je hebt, blijft het werken met geschatte rendementen. Daarom geldt ook een tegenbewijsregeling. Was je werkelijke rendement lager? Dan kan de berekening op basis van werkelijk rendement voordeliger zijn.
Voor 2023 en 2024 geef je je werkelijke rendement door via de Opgaaf werkelijk rendement. Vanaf belastingjaar 2025 kun je dit doen in je gewone aangifte inkomstenbelasting.
Let op: geen vrijstelling bij de berekening van werkelijk rendement
Bij de berekening van het fictieve rendement geldt het heffingsvrije vermogen. Bij de berekening van je werkelijke rendement kijkt de Belastingdienst naar het rendement over je totale vermogen. Daardoor is een lager rendementspercentage niet automatisch voordeliger. Je hoeft de vergelijking niet zelf te maken: de Belastingdienst gebruikt de gunstigste uitkomst.
Wat wil het kabinet in 2027 veranderen?
Het kabinet wil het heffingsvrije vermogen per 2027 verlagen naar € 30.846 per persoon. Dat is de vrijstelling voor de waarde van je vermogen. Bij de berekening met fictief rendement zou daardoor een groter deel van je vermogen kunnen worden belast.
Ook wil het kabinet het fictieve rendement voor overige bezittingen in 2027 met 1,5 procentpunt verhogen. Daaronder vallen bijvoorbeeld beleggingen en een tweede woning. Deze verhoging geldt niet voor spaargeld. Het uiteindelijke rendementspercentage voor 2027 staat niet in de brief.
Dit zijn voorstellen. Voor 2026 blijven de bedragen en percentages hierboven gelden.
Vanaf 2028: het voorgestelde nieuwe box 3-stelsel
Het kabinet wil vanaf 1 januari 2028 overstappen op een stelsel dat uitgaat van werkelijk rendement. De Tweede Kamer nam het oorspronkelijke wetsvoorstel op 12 februari 2026 aan. De Eerste Kamer heeft nog niet over de wet gestemd. Het kabinet wil het voorstel nu aanpassen. Om invoering in 2028 mogelijk te houden, wil het die aanpassingen vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer laten aannemen.
Waardestijging belasten bij verkoop
In de Kamerbrief van 29 september 2026 staat dat het kabinet vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting wil voor alle financiële instrumenten, waaronder aandelen, obligaties en opties. Een waardestijging telt dan in beginsel pas mee als je die realiseert, bijvoorbeeld bij verkoop. In het eerdere voorstel zou de waardeverandering van veel beleggingen jaarlijks worden belast, ook zonder verkoop.
Voor onroerend goed, zoals een tweede woning, stond zo'n vermogenswinstbelasting al in het wetsvoorstel. Het kabinet wil in 2030 ook de overige bezittingen onder een vermogenswinstbelasting brengen. Het uitstel tot verkoop betekent niet dat ontvangen rente en dividend automatisch onbelast blijven.
Een vrijstelling voor rendement van € 1.000
Vanaf 2028 wil het kabinet het heffingsvrije resultaat vaststellen op € 1.000 per persoon per jaar. In het eerdere wetsvoorstel was dat € 1.800. Deze vrijstelling gaat over wat je vermogen oplevert, zoals rente. Het is dus iets anders dan het heffingsvrije vermogen dat nu geldt en dat het kabinet in 2027 wil verlagen.
In ons overzicht van de belastingplannen voor spaargeld en de bv lees je meer over de aangekondigde veranderingen.
Wat betekent dit voor je huidige aangifte?
De plannen veranderen de huidige tegenbewijsregeling niet. Bij die regeling tellen ook waardestijgingen en waardedalingen mee als je een belegging of woning nog niet hebt verkocht. Blijf daarom je jaaroverzichten en waardegegevens bewaren.
Hoe werkt box 3 als je met pensioen bent?
Ben je met pensioen of ontvang je AOW? Dan gelden voor jou in box 3 dezelfde basisregels als voor iemand die nog werkt. Je krijgt dus geen hogere box 3-vrijstelling omdat je de AOW-leeftijd hebt bereikt.
Je AOW, pensioenuitkeringen en uitkeringen uit een fiscale lijfrente vallen normaal gesproken in box 1. Over deze inkomsten betaal je inkomstenbelasting. Vanaf de AOW-leeftijd gelden in box 1 wel andere belastingtarieven en heffingskortingen, onder meer omdat je geen AOW-premie meer betaalt.
Het vermogen dat nog binnen een pensioenregeling of kwalificerende lijfrenterekening wordt opgebouwd, telt normaal gesproken niet mee in box 3. Ontvang je een pensioen- of lijfrente-uitkering en laat je dit geld vervolgens op een gewone spaar- of beleggingsrekening staan? Dan kan het op de volgende peildatum van 1 januari wel onderdeel worden van je box 3-vermogen.
Voorbeeld
Je ontvangt in december een pensioenuitkering. Geef je dit geld in december uit aan je normale kosten? Dan staat het op 1 januari niet meer op je rekening. Laat je het bedrag staan, dan telt het saldo op 1 januari mee bij de waarde van je spaargeld in box 3.
Let ook op je toeslagen
Voor toeslagen gelden andere vermogensgrenzen dan voor box 3. In 2026 mag je vermogen voor zorgtoeslag maximaal € 146.011 zijn als je alleen bent en € 184.633 samen met een toeslagpartner.
Voor huurtoeslag zijn de grenzen lager: € 38.479 per persoon en € 76.958 samen met een toeslagpartner. Daardoor kun je recht op een toeslag verliezen, terwijl je voor box 3 nog onder het heffingsvrije vermogen blijft.
Wat betekent box 3 voor jouw situatie?
Je blijft onder het heffingsvrije vermogen. Dan betaal je in 2026 geen box 3-belasting. Blijf je vermogen wel volgen, zeker als je spaargeld of beleggingen groeien.
Je hebt vooral spaargeld. Voor spaargeld gebruikt de Belastingdienst een lager fictief rendement dan voor beleggingen. De kans op een groot verschil met je werkelijke rente is daardoor meestal kleiner, maar niet uitgesloten.
Je belegt of hebt crypto. Waardestijgingen en waardedalingen kunnen veel verschil maken. Bewaar daarom jaaroverzichten en gegevens over aankopen, verkopen, dividend en de waarde aan het begin en einde van het jaar.
Je hebt een tweede woning. Dan kunnen huurinkomsten, waardeveranderingen, eigen gebruik en een eventuele schuld allemaal belangrijk zijn. De berekening is vaak complexer dan bij spaargeld of gewone beleggingen.
Je bent ondernemer. Houd privévermogen en zakelijk vermogen goed uit elkaar. Geld op een zakelijke rekening valt niet automatisch buiten box 3. Het moet aantoonbaar binnen je onderneming worden gebruikt of redelijkerwijs nodig zijn voor je bedrijf.
Je bent met pensioen. Kijk niet alleen naar de hoogte van je pensioeninkomen, maar ook naar het vermogen dat op 1 januari op gewone rekeningen en beleggingsrekeningen staat. Controleer daarnaast de afzonderlijke vermogensgrenzen voor toeslagen.
Wat kun je nu al doen?
1. Breng je vermogen in kaart. Zet je spaargeld, beleggingen, crypto, tweede woning en box 3-schulden op een rij.
2. Bewaar je gegevens. Denk aan jaaroverzichten, ontvangen rente en dividend, aankoop- en verkoopgegevens, WOZ-waarden en informatie over huurinkomsten.
3. Controleer je aangifte en aanslag. Kijk of je vermogen in de juiste categorie is opgenomen en of de bedragen kloppen.
4. Vergelijk fictief en werkelijk rendement. Was je werkelijke rendement lager? Geef dit dan door wanneer de Belastingdienst daarom vraagt of wanneer je aangifte daarin voorziet.
5. Verander niet alleen vanwege een aangekondigde wet. Het stelsel voor 2028 is nog niet definitief. Neem belasting mee in je financiële keuzes, maar kijk ook naar risico, spreiding, kosten, beschikbaarheid van je geld en je doelen.
Heb je een tweede woning, veel verschillende beleggingen of een ingewikkelde fiscale situatie? Dan kan het verstandig zijn om een belastingadviseur mee te laten kijken.
Mogelijk te veel box 3-belasting betaald?
Heb je de afgelopen jaren belasting betaald over je vermogen, terwijl je werkelijke rendement lager was dan het fictieve rendement? Dan kun je in sommige situaties geld terugkrijgen.
In ons artikel Kun jij geld terugkrijgen van de Belastingdienst over je vermogen in box 3? lees je voor welke jaren dit kan, wanneer je een brief ontvangt en welke gegevens je nodig hebt.
We maakten hierover ook een webinar met financieel expert Oskar Barendse van Knab en Marcel Piket van Fiscalert. Zij leggen stap voor stap uit wat er mogelijk is en wat je nu wel en niet hoeft te doen.
Vermogen opbouwen buiten box 3
De discussie over box 3 laat zien hoeveel invloed belasting kan hebben op je vermogen. Daarom kijken sommige mensen naar manieren om vermogen op te bouwen dat niet in box 3 valt.
Een mogelijkheid is pensioenbeleggen of pensioensparen via een fiscale pensioenrekening. Het vermogen op zo’n rekening telt tijdens de opbouw normaal gesproken niet mee in box 3. Heb je jaarruimte of reserveringsruimte? Dan mag je je inleg mogelijk ook aftrekken van je inkomen in box 1.
Daar staan duidelijke voorwaarden tegenover. Het geld is bedoeld voor je pensioen en is daardoor niet vrij beschikbaar. Ook kan de waarde van beleggingen stijgen én dalen. Kies hier dus niet alleen voor vanwege het belastingvoordeel, maar beoordeel of het product past bij je pensioenplan en financiële buffer.
Sinds juni 2024 bekeken ruim 10.000 mensen ons webinar over het slim regelen van je pensioen. In het pensioenwebinar met Oskar Barendse krijg je praktische uitleg over je mogelijkheden, belastingvoordeel en veelgemaakte fouten.
Box 3 blijft veranderen, maar je kunt nu al overzicht creëren
De regels rond box 3 blijven waarschijnlijk nog wel even in beweging. Het nieuwe stelsel vanaf 2028 is nog niet definitief en de huidige tegenbewijsregeling vraagt om een goede administratie.
Toch hoef je niet af te wachten. Breng je vermogen in kaart, bewaar je gegevens en controleer of je mogelijk te veel belasting hebt betaald. Ben je met pensioen? Kijk dan ook goed naar het verschil tussen je pensioeninkomen in box 1 en het geld dat na uitbetaling als vermogen in box 3 kan meetellen.
Bronnen bij de update van 29 september 2026
- Kamerbrief van 29 september 2026: aanpassing van de belasting op vermogen
- Eerste Kamer: wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3
Bijgewerkt na de Kamerbrief van 29 september 2026. Het kabinet moet de aanpassingen nog in wetgeving uitwerken. De voorgestelde bedragen en ingangsdata zijn nog niet definitief.
Vermogen opbouwen voor later?
Met Knab Pensioenbeleggen bouw je zelf vermogen op voor je pensioen. Je bepaalt zelf hoeveel je inlegt en kunt mogelijk gebruikmaken van belastingvoordeel als je voldoende jaarruimte of reserveringsruimte hebt.
Handig artikel? Deel het met iemand die er iets aan heeft
Ken je iemand voor wie dit onderwerp speelt? Stuur dit artikel gerust door.
Je las zojuist een artikel uit de Knab Bieb. Dé online verzamelplek met honderden praktische artikelen over hoe je je geldzaken slim kunt regelen.




