Beleggen in beweging: terugblik op het eerste kwartaal van 2026
Laatst geüpdatet
7 mei 2026
Leestijd
4 minuten
- Laatst geüpdate: 7 mei 2026
- Leestijd: 4 minuten
Het eerste kwartaal van 2026 (januari tot en met maart) liet zien dat financiële markten soms flink in beweging kunnen zijn. Verschillende internationale ontwikkelingen zorgden in deze periode voor extra aandacht bij beleggers, vooral op de aandelenmarkten. Met de kennis van nu kunnen we daar meteen een kanttekening bij plaatsen. In april zagen we dat aandelenmarkten zich deels herstelden. Hoewel er nog steeds onzekerheden zijn, bracht het staakt‑het‑vuren tussen de Verenigde Staten en Iran meer rust op de financiële markten.
In dit artikel blikken we terug op het eerste kwartaal van 2026 en laten we zien wat deze ontwikkelingen betekenden voor Knab Beheerd Beleggen. Daarbij kijken we verder dan één kwartaal: beheerd beleggen is namelijk gericht op de lange termijn en korte periodes met meer beweging horen daar nu eenmaal bij.
-1.jpg?width=552&height=368&name=shutterstock_624111950%20(1)-1.jpg)
Het eerste kwartaal in het kort:
- Aandelen: meer beweging, grote verschillen per regio
- Vastgoedaandelen met voorsprong van start
- Stijgende energieprijzen met een hoofdrol
- Rente liep op, staatsobligaties kregen het zwaarder
- Bedrijfsobligaties bewogen óók mee met de rente
- Amerikaanse rente beïnvloed opkomende markten
- Lichtpuntje in het eerste kwartaal: Euro-ABS
- High-yield blijft gevoelig voor tegenwind
- Wat betekent dit voor de Knab-portefeuilles?
Aandelen: meer beweging, grote verschillen per regio
In het eerste kwartaal van 2026 bewogen de wereldwijde aandelenmarkten duidelijk meer dan we de maanden ervoor gewend waren. Geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten brachten vragen met zich mee over energieprijzen. Als belangrijke transportroutes, zoals de Straat van Hormuz, langdurig onder druk komen te staan, kan dat leiden tot hogere inflatie en de ruimte voor economische groei beperken. Beleggers hielden hier rekening mee, wat tijdelijk druk zette op aandelenkoersen.
De verschillen per regio waren groot. De Verenigde Staten en grote delen van Europa bleven achter. In Europa viel vooral Duitsland op door zwakkere prestaties. Opkomende markten lieten een gemengd beeld zien: sommige landen droegen positief bij, terwijl andere achterbleven.
Ook tussen sectoren waren de contrasten duidelijk. Sectoren met stabielere inkomsten (zoals nutsbedrijven en defensieve consumentensectoren) hielden zich relatief goed staande. Sectoren die gevoeliger zijn voor de economie, zoals technologie en cyclische consumentenbedrijven, stonden juist meer onder druk.
Belangrijk om te benoemen: Knab belegt niet in olie‑ en gasbedrijven via aandelen, maar wel indirect via grondstoffen. Daardoor bleef de aandelenportefeuille dit kwartaal iets achter bij de benchmark.
Vastgoedaandelen goed van start
Vastgoedaandelen boekten per saldo een positief rendement in het eerste kwartaal. De sector begon sterk aan het jaar, maar kreeg in maart te maken met tegenwind door stijgende rentes. Dat zie je vaker bij vastgoed: vastgoedbedrijven maken relatief veel gebruik van financiering, waardoor hogere rentes de kosten verhogen.
Tegelijkertijd worden vastgoedaandelen op dit moment als redelijk gewaardeerd gezien. Veel structurele uitdagingen zijn de afgelopen jaren al verwerkt en wereldwijd hogere bouwkosten ondersteunen de waarderingen van bestaand vastgoed. De winstgroei binnen de sector blijft doorgaans gematigder, omdat huurinkomsten op lange termijn vaak beperkt harder stijgen dan de inflatie.
Stijgende energieprijzen kregen de hoofdrol
Grondstoffen lieten een opvallend sterk kwartaal zien. Vooral de olieprijs steeg fors door geo-politieke zorgen over energieaanvoer en belangrijke routes voor transport . Olie ging grofweg van ongeveer 60 dollar per vat naar rond de 110 dollar per vat in de loop van het kwartaal.
Edelmetalen presteerden ook positief. Goud steeg circa 8% en zilver won enkele procenten. Een deel van de vraag naar goud hangt samen met de manier waarop landen wereldwijd hun reserves spreiden. Centrale banken kochten de afgelopen periode meer goud, wat de belangstelling voor edelmetalen ondersteunt.
Rente liep op, obligaties kregen het zwaarder
Europese staatsobligaties sloten het kwartaal negatief af. De belangrijkste reden: de rente liep op door hogere inflatieverwachtingen, mede gevoed door stijgende energieprijzen. Wanneer rentes stijgen, dalen de koersen van bestaande obligaties meestal tijdelijk — dat is een normaal mechanisme op de obligatiemarkt.
Concreet steeg de Duitse 2-jaarsrente van ongeveer 2,15% begin januari naar circa 2,65% eind maart. De 10-jaarsrente liep op van ongeveer 2,85% naar 3,10%. Dat verklaart waarom staatsobligaties in dit kwartaal minder bijdroegen aan het behaalde resultaat.
Bedrijfsobligaties bewogen óók mee met de rente
Europese bedrijfsobligaties met een hoge kredietwaardigheid (investment grade) behaalden eveneens een negatief rendement. Dat kwam door twee effecten tegelijk: de algemene rente steeg én beleggers vroegen iets meer vergoeding voor risico.
Die extra vergoeding (de kredietopslag) liep op door toegenomen economische onzekerheid. Aan het begin van het jaar lag de opslag rond 80 basispunten en deze liep op naar ongeveer 95 basispunten in de loop van het kwartaal. Dat klinkt klein, maar in obligatiemarkten kan zo’n verschuiving duidelijk meetellen in het resultaat.
Amerikaanse rente beïnvloed opkomende markten
Staatsobligaties van opkomende markten hadden een negatief kwartaal. Een stijgende Amerikaanse rente en oplopende kredietopslagen drukten het resultaat. Deze categorie is vaak wat gevoeliger voor veranderingen in de wereldwijde renteomgeving.
Goed om te weten: De obligaties zijn genoteerd in dollars, maar binnen de portefeuille wordt het wisselkoersrisico standaard afgedekt naar euro’s. Daardoor had de beweging van de dollar ten opzichte van de euro geen invloed op het rendement.
Lichtpuntje in het eerste kwartaal: Euro-ABS
Euro ABS was de enige categorie binnen het vastrentende waardenfonds met een positief rendement. ABS (asset-backed securities) zijn beleggingen die zijn “verpakt” met onderliggende leningen, zoals bijvoorbeeld consumenten- of hypotheekgerelateerde leningen. Binnen het fonds gaat het om Europese varianten.
De categorie profiteerde van aanhoudende vraag en is doorgaans minder gevoelig voor renteveranderingen dan sommige andere obligatiecategorieën. Daardoor bleef Euro-ABS in dit kwartaal relatief stabiel en leverde het een positieve bijdrage.
High-yield blijft gevoelig voor tegenwind
High yield bedrijfsobligaties (obligaties van bedrijven met een lagere kredietwaardigheid) zijn gevoeliger voor veranderingen in marktsentiment. In het eerste kwartaal liepen rentes op en vroegen beleggers een hogere risicopremie — zowel in Europa als in de Verenigde Staten.
Dat zorgde ervoor dat high yield in deze periode negatief presteerde. Dit past bij het karakter van de categorie: in rustiger markten kan high yield aantrekkelijk bijdragen, maar in kwartalen met meer onzekerheid reageren koersen vaak sterker.
Wat betekent dit voor de Knab-portefeuilles?
Door de ontwikkelingen in aandelen, obligaties en grondstoffen sloten de modelportefeuilles van Knab Beheerd Beleggen het eerste kwartaal van 2026 af met een negatief nettorendement*. Dat kan tegenvallen, maar het past bij een kwartaal waarin markten duidelijk meer bewogen dan gemiddeld.
Daarbij is het goed om te benadrukken: we kijken verder dan één kwartaal. Beheerd beleggen is gericht op de lange termijn. Korte periodes met meer beweging horen daar bij en zeggen weinig over het verloop richting je financiële doelen. Daarom blijven we vasthouden aan een brede spreiding en aan de strategische beleggingsverdeling die past bij jouw risicoprofiel.
* Aan beleggen zijn risico’s verbonden. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.
De strategische beleggingsverdeling blijft gehandhaafd
We analyseren de financiële markten doorlopend en passen daarop onze verwachtingen aan. Zo bepalen we of de verhouding tussen de verschillende beleggingscategorieën nog steeds past bij het beleggingsprofiel dat hoort bij jouw risicoprofiel. Op dit moment houden we vast aan de bestaande strategische beleggingsverdeling voor alle risicoprofielen van Knab Beheerd Beleggen.
Bij onze strategie hoort een focus op de langere termijn. Het is voor beleggers belangrijk om zo min mogelijk stil te staan bij schommelingen op de korte termijn (dat geldt voor zowel stijgingen als dalingen). Een goed rendement ontstaat namelijk pas na een verloop van jaren.
Willem van der Scheer
Willem is beleggingsexpert bij Knab. Hij beheert de beleggingen van klanten en is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid.





