Je pensioengat berekenen: zo pak je het stap voor stap aan
Laatst geüpdatet
14 juli 2026
Leestijd
2 minuten
- Laatst geüpdate: 14 juli 2026
- Leestijd: 2 minuten
Heb je later voldoende inkomen om je uitgaven te betalen? Dat ontdek je door je verwachte pensioeninkomen en toekomstige uitgaven naast elkaar te zetten. Het verschil is je mogelijke pensioengat.
Een vast percentage van je huidige salaris geeft daarvoor maar beperkt houvast. Misschien is je hypotheek straks afgelost, maar wil je juist meer reizen of verwacht je hogere zorgkosten. Je eigen begroting is daarom belangrijker dan een algemene norm.
In dit artikel bereken je stap voor stap of je later mogelijk geld tekortkomt.

In het kort
Tel eerst je verwachte netto inkomsten na pensionering op. Maak daarna een begroting van je toekomstige uitgaven en trek je inkomsten daarvan af. Een negatief verschil is je geschatte pensioengat. Bereken vervolgens afzonderlijk je jaar- en reserveringsruimte als je dit tekort met belastingvoordeel wilt aanvullen.
Snel naar
Wat bereken je precies?
Stap 1: verzamel je inkomsten
Stap 2: schat je uitgaven
Stap 3: bereken het verschil
Voorbeeldberekening
Stap 4: vertaal het tekort naar vermogen
Pensioengat en jaarruimte
Wat doe je met de uitkomst?
Wat bereken je bij een pensioengat?
Je berekent hoeveel netto inkomen je na pensionering waarschijnlijk tekortkomt om je verwachte uitgaven te betalen.
Verwachte netto uitgaven − verwacht netto pensioeninkomen = geschat pensioengat
Gebruik inkomsten en uitgaven die bij dezelfde pensioenleeftijd en hetzelfde prijsniveau horen.
Komt er meer binnen dan je verwacht uit te geven? Dan zie je op basis van deze schatting geen pensioengat. Is het verschil negatief? Dan kun je bekijken hoe je dat tekort verkleint.
Wil je eerst meer achtergrond over mogelijke oorzaken en oplossingen? Lees dan wat een pensioengat is en wat je eraan kunt doen.
Stap 1: verzamel je verwachte pensioeninkomsten
Begin op Mijnpensioenoverzicht.nl. Daar zie je een schatting van:
- je AOW;
- het pensioen van huidige en eerdere werkgevers;
- je verwachte netto pensioeninkomen per maand;
- verschillende scenario’s, bijvoorbeeld als je eerder stopt met werken.
Voeg inkomsten toe die daar niet of niet volledig in staan, zoals:
- uitkeringen uit pensioensparen, pensioenbeleggen of een lijfrenteverzekering;
- vrij spaargeld of beleggingen die je periodiek wilt gebruiken;
- huurinkomsten;
- inkomen uit werk na je pensionering;
- andere periodieke uitkeringen.
Bereken jouw inkomen, niet het gezamenlijke inkomen
Maak eerst voor jou en je partner afzonderlijk inzichtelijk welke inkomsten er zijn. Zet ze daarna samen in één huishoudbegroting. Zo zie je ook wat er verandert als één van jullie overlijdt.
Gebruik dezelfde ingangsdatum
Vergelijk geen pensioen vanaf 68 jaar met uitgaven vanaf je AOW-leeftijd zonder de tussenliggende periode mee te nemen. Wil je eerder stoppen? Maak dan twee berekeningen:
- de periode tussen je laatste werkdag en je AOW;
- de periode vanaf je AOW.
Stap 2: schat je uitgaven na pensionering
Maak een maandbegroting voor de situatie waarin je met pensioen bent. Kijk niet alleen naar je uitgaven van vandaag: sommige posten verdwijnen, andere worden hoger.
| Uitgave | Wat kan er veranderen? |
|---|---|
| Wonen | Hypotheekaflossing, huur, onderhoud, energie en eventuele verhuizing. |
| Vervoer en werk | Minder woon-werkverkeer, maar mogelijk meer privéritten of reizen. |
| Zorg | Premies, eigen bijdragen, hulpmiddelen en ondersteuning kunnen toenemen. |
| Vrije tijd | Meer tijd voor vakanties, hobby’s en familie kan ook meer kosten. |
| Belasting en verzekeringen | Belastingtarieven, heffingskortingen en verzekeringen veranderen na pensionering. |
De Pensioenschijf-van-vijf van het Nibud helpt je om je inkomsten en uitgaven na pensionering in één berekening samen te brengen.
Houd rekening met onregelmatige uitgaven
Een maandbegroting bevat niet vanzelf alle grote kosten. Reserveer daarom ook jaarlijks geld voor bijvoorbeeld:
- onderhoud aan je huis of auto;
- vervanging van apparaten;
- zorg en woningaanpassingen;
- vakanties en familie;
- een financiële buffer.
Stap 3: bereken je tekort per maand en per jaar
Trek je verwachte netto inkomsten af van je verwachte netto uitgaven.
Bereken het verschil zowel per maand als per jaar:
- maandelijks pensioengat: het bedrag dat iedere maand ontbreekt;
- jaarlijks pensioengat: het maandbedrag vermenigvuldigd met twaalf.
Maak bij voorkeur drie scenario’s:
- Basis: je huidige verwachtingen.
- Gunstig: lagere uitgaven of meer inkomsten.
- Voorzichtig: hogere inflatie, extra zorgkosten of minder rendement.
Voorbeeld: zo bereken je een pensioengat
Stel dat je na pensionering deze inkomsten verwacht:
- AOW en werkgeverspensioen: € 2.050 netto per maand;
- lijfrente-uitkering: € 200 netto per maand;
- totaal verwacht inkomen: € 2.250 netto per maand.
Je verwacht maandelijks € 2.550 nodig te hebben.
Uitkomst van het voorbeeld
€ 2.550 uitgaven − € 2.250 inkomsten = € 300 tekort per maand
€ 300 × 12 = € 3.600 tekort per jaar
Dit is een inschatting op basis van de gekozen uitgangspunten. Je weet nu welke aanvulling je ongeveer nodig hebt, maar nog niet hoeveel vermogen je daarvoor vandaag moet opbouwen.
Stap 4: hoeveel vermogen heb je nodig?
Bij een tijdelijk tekort is een eenvoudige berekening mogelijk. Wil je bijvoorbeeld vijf jaar lang € 300 per maand aanvullen?
€ 300 × 12 maanden × 5 jaar = € 18.000
Tel daar een marge voor inflatie en onverwachte uitgaven bij op.
Bij een levenslang tekort is de berekening ingewikkelder. Het benodigde vermogen hangt dan ook af van:
- hoe oud je bent wanneer de uitkering begint;
- hoe lang je naar verwachting inkomen nodig hebt;
- rente of beleggingsrendement;
- inflatie;
- kosten en belasting;
- of het vermogen na overlijden naar nabestaanden moet gaan.
Vermenigvuldig een levenslang tekort niet zomaar met twintig jaar
Zo’n berekening houdt geen rekening met rendement, inflatie, belasting en het risico dat je langer leeft. Gebruik daarvoor een pensioenberekening of laat meerdere scenario’s doorrekenen.
Heb je een doelbedrag bepaald? Lees dan hoe je berekent hoeveel je per maand wilt inleggen.
Is je berekende pensioengat hetzelfde als je jaarruimte?
Nee. Je persoonlijke pensioengat en je fiscale ruimte beantwoorden twee verschillende vragen:
- Je pensioengat: hoeveel verwacht je later nodig te hebben?
- Je jaarruimte: hoeveel mag je volgens de belastingregels mogelijk aftrekken als je op een lijfrenterekening stort?
Je kunt een praktisch tekort hebben zonder voldoende jaarruimte. Andersom kun je fiscale ruimte hebben terwijl je persoonlijke begroting geen groot tekort laat zien.
Wil je met belastingvoordeel pensioen opbouwen? Bereken dan afzonderlijk je jaar- en reserveringsruimte.
Wat doe je met de uitkomst?
Blijkt uit je berekening dat je later mogelijk geld tekortkomt? Dan kun je verschillende maatregelen combineren:
- extra pensioen opbouwen met pensioensparen of pensioenbeleggen;
- vrij sparen of beleggen voor meer flexibiliteit;
- langer of gedeeltelijk blijven werken;
- je toekomstige woonlasten of andere uitgaven verlagen;
- je gewenste pensioendatum aanpassen.
Begin niet automatisch met het maximale bedrag dat je fiscaal mag storten. Houd ook geld beschikbaar voor je buffer en doelen vóór je pensioen.
Controleer je berekening regelmatig
Een pensioenberekening is altijd een momentopname. Herhaal de berekening bijvoorbeeld ieder jaar en in ieder geval wanneer je:
- van baan verandert of zzp’er wordt;
- meer of minder gaat werken;
- gaat samenwonen, trouwen of scheiden;
- een woning koopt, verkoopt of aflost;
- eerder wilt stoppen met werken;
- een grote verandering in inkomen of vermogen hebt.
Je pensioengat aanvullen?
Vergelijk pensioensparen en pensioenbeleggen op zekerheid, risico en verwacht rendement. Controleer vooraf hoeveel fiscale ruimte je hebt.
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk fiscaal, financieel of pensioenadvies. Pensioenbedragen, toekomstige uitgaven en rendementen zijn onzeker. Laat een complexe situatie zo nodig persoonlijk doorrekenen.





