Onderzoek: lage inkomens bouwen veel minder vaak pensioen op
Laatst geüpdatet
15 juli 2026
Leestijd
5 minuten
- Laatst geüpdate: 15 juli 2026
- Leestijd: 5 minuten
Zzp’ers met een lager besteedbaar inkomen waren in Knab-onderzoek veel minder vaak actief bezig met hun pensioen dan ondernemers met een hoger inkomen. Ook kenden zij fiscale mogelijkheden zoals jaarruimte minder goed en hadden zij minder zicht op hun verwachte inkomen voor later.
Van de zzp’ers met minder dan € 2.000 besteedbaar inkomen per maand zei 25% actief met het pensioen bezig te zijn. Bij ondernemers met meer dan € 4.000 besteedbaar inkomen was dat 54%.
Dat blijkt uit onderzoek van Knab onder 1.654 fulltime zzp’ers, gepubliceerd in januari 2024. In dit artikel lees je de belangrijkste resultaten, met de fiscale regels en praktische context van 2026.

In het kort
In het onderzoek was 25% van de zzp’ers met minder dan € 2.000 besteedbaar maandinkomen actief bezig met het pensioen. Bij inkomens boven € 4.000 was dat 54%. Van de laagste inkomens kende 70% het begrip jaarruimte niet goed en had 27% naar eigen zeggen helemaal niets voor later geregeld. De resultaten zijn begin 2024 gepubliceerd en vormen geen actuele meting van alle Nederlandse zzp’ers in 2026.
Snel naar
Over het onderzoek
Wie is actief met pensioen bezig?
Kennis van fiscale pensioenregels
Zicht op het toekomstige pensioen
Zorgen over inkomen voor later
Hoe bouwden zzp’ers vermogen op?
Waarom hadden sommigen niets geregeld?
Wat kun je hiervan leren?
Over het Knab-onderzoek
Knab onderzocht 1.654 fulltime zzp’ers. Zij hadden op het moment van het onderzoek geen baan in loondienst naast hun onderneming.
De resultaten zijn in januari 2024 gepubliceerd. De deelnemers werden onder meer gevraagd naar:
- hun besteedbare maandinkomen;
- of zij actief met pensioenopbouw bezig waren;
- hun kennis van fiscale pensioenregelingen;
- hun beeld van het verwachte pensioeninkomen;
- de manieren waarop zij vermogen voor later opbouwden;
- hun zorgen over de financiële situatie na pensionering.
Met besteedbaar inkomen bedoelde het onderzoek het maandelijkse inkomen na belastingen en sociale premies.
| Besteedbaar inkomen per maand | Aandeel deelnemers |
|---|---|
| Minder dan € 2.000 | 34% |
| € 2.000 tot € 3.000 | 28% |
| € 3.000 tot € 4.000 | 17% |
| Meer dan € 4.000 | 21% |
Historische onderzoeksresultaten
De cijfers beschrijven de antwoorden van deze deelnemers rond het onderzoeksmoment. Ze zijn niet automatisch representatief voor alle Nederlandse zzp’ers in 2026. Het onderzoek stelde ook niet vast of het opgebouwde vermogen objectief voldoende was.
Zzp’ers met een hoger inkomen waren vaker actief met pensioen bezig
Van alle deelnemers zei 38% actief bezig te zijn met het regelen van het pensioen. Tussen de laagste en hoogste inkomensgroep zat een groot verschil:
| Besteedbaar inkomen | Actief met pensioen bezig |
|---|---|
| Minder dan € 2.000 per maand | 25% |
| Meer dan € 4.000 per maand | 54% |
Dat lagere inkomens minder vaak actief pensioen opbouwden, betekent niet automatisch dat zij het onderwerp minder belangrijk vonden. Wie weinig financiële ruimte heeft, moet vaker kiezen tussen pensioen en directere doelen zoals belasting, woonlasten, een zakelijke buffer en dagelijkse uitgaven.
Ook kan een ondernemer al AOW en pensioen uit eerdere dienstverbanden hebben, zonder op dat moment actief een nieuwe pensioenvoorziening af te sluiten.
Ook kennis van fiscale pensioenregels verschilde sterk
Van alle deelnemers zei 26% goed op de hoogte te zijn van fiscale pensioenregelingen. Bij de laagste inkomensgroep was dat 18%. In de hoogste inkomensgroep was dit 39%.
Ook het begrip jaarruimte was bij veel zzp’ers onbekend:
- 55% van alle ondervraagden kende het begrip niet goed;
- bij de laagste inkomensgroep was dat ongeveer 70%.
Wat is jaarruimte?
Jaarruimte is het bedrag dat je bij een fiscaal pensioentekort mogelijk aftrekbaar kunt storten op een toegestane lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrekening.
Je mag dus niet automatisch een vast percentage van je volledige winst aftrekken. Bij de berekening spelen onder meer je inkomen, de AOW-franchise en eventuele pensioenopbouw via een werkgever of beroepsregeling een rol.
Voor je jaarruimte in 2026 gebruik je je inkomens- en pensioengegevens uit 2025. Niet-gebruikte ruimte uit 2016 tot en met 2025 kan mogelijk onderdeel zijn van je reserveringsruimte.
Bereken je persoonlijke ruimte met het hulpmiddel lijfrentepremie van de Belastingdienst. Lees daarnaast hoe jaar- en reserveringsruimte werken.
Belastingvoordeel betekent niet dat de overheid je pensioen betaalt
Een aftrekbare inleg verlaagt mogelijk je belastbare inkomen in het jaar van storting. Over de latere lijfrente-uitkeringen betaal je inkomstenbelasting. Het gaat dus voor een belangrijk deel om uitstel van belasting.
Veel zzp’ers hadden weinig zicht op hun verwachte pensioen
De helft van alle deelnemers zei een redelijk tot goed beeld te hebben van het verwachte inkomen voor later.
Leeftijd maakte veel verschil. Zeven op de tien ondervraagde zzp’ers jonger dan vijftig jaar gaven aan weinig of helemaal geen zicht te hebben op de stand van hun pensioen. Vanaf vijftig jaar zei een meerderheid wel een redelijk tot goed beeld te hebben.
Ook binnen dezelfde leeftijdsgroepen hadden hogere inkomens doorgaans meer inzicht dan lagere inkomens.
Zo krijg je een completer overzicht
Op Mijnpensioenoverzicht.nl zie je je verwachte AOW en pensioen uit huidige en eerdere dienstverbanden.
Voeg daar zelf aan toe:
- pensioensparen en pensioenbeleggen;
- andere lijfrentes;
- vrij spaargeld en beleggingen voor later;
- een afgeloste woning of ander vermogen;
- verwachte inkomsten uit werk na je AOW-leeftijd.
Vergelijk vervolgens je verwachte inkomsten met je uitgaven. Zo zie je of je mogelijk een pensioengat hebt.
Lagere inkomens maakten zich vaker zorgen over later
Een op de vijf deelnemers maakte zich zorgen over de financiële situatie na de pensioenleeftijd.
Ook hier was het verschil naar inkomen duidelijk:
- minder dan € 2.000 besteedbaar inkomen: 29% maakte zich zorgen;
- meer dan € 4.000 besteedbaar inkomen: 14% maakte zich zorgen.
Het onderzoek laat niet zien of pensioenachterstanden de oorzaak van die zorgen waren. Ook schulden, hoge vaste lasten, wisselende inkomsten en beperkte buffers kunnen een rol spelen.
Daarom begint een pensioenplan bij lagere of wisselende inkomsten niet automatisch met het vastzetten van geld. Eerst voldoende grip op de korte termijn en een bruikbare buffer opbouwen kan noodzakelijk zijn.
Hoe bouwden de ondervraagde zzp’ers vermogen voor later op?
De deelnemers konden meerdere oplossingen noemen. De belangrijkste waren:
| Manier van opbouwen | Aandeel deelnemers |
|---|---|
| Vrij opneembaar sparen | 47% |
| Pensioen uit een eerder dienstverband | 44% |
| Lijfrente via sparen of beleggen | 36% |
| Extra aflossen op de hypotheek | 29% |
| Vrij beleggen | 26% |
| Blijven werken | 20% |
| Vastgoed buiten de eigen woning | 16% |
De antwoorden zeggen niet automatisch hoeveel pensioen iedere oplossing opleverde. Een klein bedrag op een spaarrekening en een volledig gefinancierd pensioenplan konden binnen dezelfde antwoordcategorie vallen.
Vrij sparen of beleggen
Vrij vermogen kan een nuttig onderdeel zijn van je pensioenplan. Je houdt flexibiliteit en kunt het geld bijvoorbeeld ook gebruiken om eerder minder te werken.
De inleg is niet aftrekbaar en het vermogen kan meetellen in box 3. Bij beleggen kan de waarde bovendien dalen.
Pensioen uit een eerdere baan
Dat 44% pensioen via een ex-werkgever noemde, betekent waarschijnlijk vooral dat zij in het verleden werkgeverspensioen hadden opgebouwd. Dat pensioen blijft doorgaans staan, ook wanneer iemand later zzp’er wordt.
Vrijwillige voortzetting van de oude pensioenregeling is soms mogelijk, maar niet bij iedere regeling.
Lijfrente
In totaal noemde 36% pensioensparen, pensioenbeleggen of beide. Daarbij geldt dat de inleg alleen fiscaal aftrekbaar kan zijn binnen de persoonlijke jaar- en reserveringsruimte.
Bekijk de verschillen in pensioen opbouwen als zzp’er: vier opties vergeleken.
17% had naar eigen zeggen helemaal niets geregeld
Van alle deelnemers zei 17% op geen enkele manier iets voor later te hebben geregeld. Bij zzp’ers met minder dan € 2.000 besteedbaar inkomen was dat 27%.
Van de deelnemers zonder voorziening noemde ongeveer de helft ingewikkelde fiscale regels als reden. Ongeveer één op de vijf zei onvoldoende geld beschikbaar te hebben.
Deze uitkomst laat zien dat financiële ruimte en begrijpelijke informatie allebei relevant zijn. Eenvoudigere uitleg lost een tekort aan inkomen niet op. Andersom helpt meer inkomen niet automatisch als iemand niet weet welke mogelijkheden er zijn.
Mediaan 10% onder zzp’ers die geld apart zetten
Van alle deelnemers zette 43% rechtstreeks een deel van de inkomsten apart voor later. Binnen deze groep was de mediane reservering 10% van de inkomsten: de ene helft zette minder opzij en de andere helft meer.
10% is geen algemeen pensioenadvies
Een passend bedrag hangt af van je inkomen, buffers, leeftijd, bestaande pensioenopbouw en gewenste pensioenleeftijd. Bij een laag of wisselend inkomen kan een kleiner bedrag passend zijn, of kan eerst een noodbuffer nodig zijn.
Lees in hoeveel je per maand kunt inleggen voor je pensioen hoe je vanuit een persoonlijk doel rekent.
Wat kun je van het onderzoek leren?
De grootste verschillen zaten niet alleen in hoeveel geld deelnemers konden inleggen. Ook kennis, inzicht en het daadwerkelijk beginnen verschilden sterk per inkomensgroep.
Een praktische volgorde is:
- Breng je huidige financiële situatie in kaart.
Controleer je vaste lasten, schulden, belastingreserve en beschikbare buffers. - Bekijk wat je al aan pensioen hebt.
Neem je AOW en pensioen uit eerdere banen mee. - Bepaal welk bedrag haalbaar is.
Zet geen geld vast dat je op korte termijn nodig kunt hebben. - Bereken je fiscale ruimte.
Doe dit voordat je stort op een lijfrenterekening. - Begin klein wanneer dat beter past.
Een lager bedrag dat je kunt volhouden kan praktischer zijn dan een onhaalbaar percentage. - Beoordeel je plan opnieuw wanneer je inkomen stijgt.
Je pensioeninleg hoeft niet ieder jaar gelijk te blijven.
Ben je nog niet begonnen? Gebruik dan het stappenplan pensioen opbouwen als zzp’er: zo begin je klein.
Pensioenongelijkheid begint al tijdens het werkzame leven
Het onderzoek laat zien dat ondernemers met een lager inkomen minder vaak actief pensioen opbouwden, minder kennis hadden van de fiscale mogelijkheden en zich vaker zorgen maakten over later.
Dat vraagt niet om de simpele boodschap dat iedereen hetzelfde percentage moet inleggen. Een passende aanpak begint met begrijpelijke informatie, voldoende financiële weerbaarheid en een bedrag dat aansluit op de werkelijke ruimte van de ondernemer.
Zelf pensioen opbouwen bij Knab
Heb je voldoende buffer en jaar- of reserveringsruimte? Dan kun je kiezen voor Pensioensparen, Pensioenbeleggen of een combinatie. Je bepaalt zelf wanneer en hoeveel je inlegt.
Onderzoeksverantwoording: Knab onderzocht 1.654 fulltime zzp’ers. De resultaten zijn in januari 2024 gepubliceerd en zijn gebaseerd op zelfrapportage. Ze vormen geen actuele meting van alle Nederlandse zzp’ers in 2026 en geen persoonlijk financieel, fiscaal, pensioen- of beleggingsadvies. Beleggen brengt kosten en risico’s met zich mee. Je kunt een deel van je inleg verliezen.
Casper Zwart
Casper is Lead Thought Leadership & Customer Insights bij Knab. Op basis van onderzoek en data helpt hij ondernemers financieel slimmer te ondernemen en draagt hij bij aan de kennispositie van Knab op het gebied van zelfstandig ondernemerschap.







