De 14 meest gestelde vragen over het wetsvoorstel Zelfstandigenwet
Laatst geüpdatet
29 januari 2026
Leestijd
5 minuten
- Laatst geüpdate: 29 januari 2026
- Leestijd: 5 minuten
In juni organiseerde Knab een live Q&A-webinar over het wetsvoorstel Zelfstandigenwet. Tijdens dat webinar konden duizenden zzp’ers hun vragen stellen over de toekomst van zelfstandig ondernemerschap. Wat verandert er precies? Wanneer is er sprake van zelfstandigheid? En wat betekent dit wetsvoorstel straks concreet voor jou als ondernemer?
In dit artikel lees je de antwoorden op de 14 meest gestelde vragen uit dat webinar. De inhoud is gebaseerd op de stand van zaken per begin 2026. Omdat het om een wetsvoorstel gaat, kunnen details in de loop van het wetgevingsproces nog veranderen.
Heb je het webinar gemist? Dan kun je het hier terugkijken. Spoel daarbij door naar 03:40; aan het begin waren er technische problemen.

Wat houdt het wetsvoorstel Zelfstandigenwet in?
De Zelfstandigenwet is bedoeld als opvolger van de Wet DBA. Het doel is om vooraf meer duidelijkheid te geven over de vraag wanneer je werkt als zelfstandig ondernemer en wanneer sprake is van loondienst.
In plaats van alleen te kijken wanneer iemand werknemer is, legt dit wetsvoorstel juist vast wanneer iemand géén werknemer is. Dat gebeurt aan de hand van twee toetsen:
- een zelfstandigentoets
- een werkrelatietoets
Voldoe je aan beide, dan is er volgens de wet geen sprake van loondienst. Daarmee moet het risico op naheffingen voor opdrachtgevers kleiner worden.
Wil je eerst een overzicht van de hoofdlijnen? In dit artikel lees je wat de Zelfstandigenwet voor jou betekent.
Vraag 1: Hoe zorgt deze wet ervoor dat opdrachtgevers zzp’ers weer durven in te huren?
Veel opdrachtgevers zijn nu terughoudend omdat pas achteraf wordt beoordeeld of er eigenlijk sprake was van loondienst. Dat kan leiden tot naheffingen.
De Zelfstandigenwet draait dit om. Als vooraf duidelijk is dat aan beide toetsen wordt voldaan, is er zekerheid. Daarmee verdwijnt een groot deel van de angst bij opdrachtgevers en ontstaat er meer vertrouwen om weer met zelfstandigen te werken.
Vraag 2: Wat als je op één punt van de zelfstandigentoets niet voldoet?
Dan ben je niet automatisch geen zelfstandige. Wel betekent het dat je geen voorafgaande zekerheid kunt claimen op basis van de wet. Het grijze gebied blijft dan bestaan en de kans dat een arbeidsrelatie later als loondienst wordt gezien, wordt groter.
De wet maakt vooral inzichtelijk waar die risico’s zitten, zodat jij en je opdrachtgever daar vooraf rekening mee kunnen houden.
Vraag 3: Ik kan nog geen dure AOV of pensioen betalen. Kan ik dan zzp’er blijven?
Ja. De wet verplicht je niet tot een specifieke verzekering of een volledig pensioenplan vanaf dag één. Wel moet je aantonen dat je bewust hebt nagedacht over arbeidsongeschiktheid en pensioen en dat je daarvoor een passende voorziening hebt getroffen.
Dat kan bijvoorbeeld via spaargeld, een broodfonds of een eenvoudige verzekering. Het gaat om redelijkheid en proportionaliteit, vooral bij starters.
Vraag 4: Hoe weet ik of mijn pensioenvoorziening voldoende is?
Er is bewust geen minimumbedrag vastgelegd. Wat passend is, verschilt sterk per leeftijd, inkomen en situatie. In de praktijk geldt: als je structureel iets opzijzet en kunt uitleggen waarom dit bij jouw situatie past, voldoe je aan de bedoeling van de wet.
Dat kan via een lijfrente in box 1, beleggen voor later, extra aflossen op je hypotheek of een combinatie daarvan.
Tip: Sinds juni 2024 volgden ruim 10.000 mensen ons webinar over hoe je je pensioen slim kunt regelen. Financieel Expert Oskar Barendse legt op een begrijpelijke manier uit welke (fiscaal aantrekkelijke) opties je hebt. Maar liefst 96% van de kijkers geeft aan iets nieuws geleerd te hebben.
Vraag 5: Mag een opdracht langer dan één jaar duren?
Ja. Een langdurige opdracht of tijdelijk maar één opdrachtgever hebben is op zichzelf geen probleem. Doorslaggevend is of je voldoende ondernemersrisico loopt en zelfstandig werkt. Denk aan ziekte, betaling bij uitval en vrijheid in hoe je je werk uitvoert.
Vraag 6: Wat als ik me moet aanpassen aan werktijden van mijn opdrachtgever?
Dat mag, zolang dit logisch voortvloeit uit de opdracht. Werken binnen openingstijden of afstemmen op collega’s betekent niet automatisch dat er sprake is van gezag. Zolang jij zelf bepaalt hoe je je werk inhoudelijk uitvoert, kan dit gewoon binnen zelfstandig ondernemerschap vallen.
Vraag 7: Krijgen sommige sectoren extra regels?
De wet biedt ruimte voor aanvullende criteria in sectoren waar zelfstandigheid lastig te beoordelen is, zoals de zorg. Welke sectoren dat precies zijn en hoe die regels eruitzien, is nog niet vastgesteld. Dat wordt pas bekeken nadat de wet in werking is en ervaring is opgedaan in de praktijk.
Vraag 8: Waarom komt er geen minimumuurtarief?
Een vast minimumtarief is juridisch lastig vanwege Europese regels en in de praktijk moeilijk te handhaven. Het zou bovendien eenvoudig te omzeilen zijn door te schuiven met uren. Daarom kiest de wetgever voor inhoudelijke criteria in plaats van een tariefgrens.
Vraag 9: Ik werk deels in loondienst en deels als zzp’er. Wat betekent dat?
Dan moet je kijken naar je totale situatie. Voor je zzp-werk heb je meestal geen vangnet bij ziekte of arbeidsongeschiktheid. De wet verwacht daarom dat je ook voor dat deel een voorziening regelt. Hoe je dat doet, mag je zelf bepalen.
Vraag 10: Helpt het om mijn eenmanszaak om te zetten naar een bv?
Nee. De rechtsvorm maakt voor deze wet geen verschil. Er wordt gekeken naar hoe je werkt, niet via welke juridische vorm. Ook via een bv kan sprake zijn van loondienst als de feitelijke werksituatie daarop lijkt.
Vraag 11: Wanneer kan deze wet ingaan?
De beoogde inwerkingtreding is 1 juli 2026. Het wetsvoorstel moet nog door de Raad van State en beide Kamers. Tot die tijd blijft de Wet DBA gelden. Hoe de overgang precies wordt ingericht, is nog niet definitief bepaald.
Vraag 12: Mag ik als zzp’er tijdelijk invallen bij ziekte of verlof?
Ja. Tijdelijke vervanging, bijvoorbeeld bij ziekte of zwangerschapsverlof, blijft mogelijk zolang je voldoet aan de criteria voor zelfstandigheid en niet structureel bent ingebed in de organisatie.
Vraag 13: Mag een opdrachtgever alle risico’s bij mij neerleggen in het contract?
Een clausule waarin jij opdraait voor álle kosten bij vastgestelde schijnzelfstandigheid is juridisch risicovol en niet zonder meer geldig. Bovendien kan zo’n bepaling juist extra twijfel oproepen bij de Belastingdienst. Zelfstandigheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van jou en je opdrachtgever.
Vraag 14: Hoe verhoudt deze wet zich tot wetsvoorstel VBAR?
Naast de Zelfstandigenwet ligt ook het wetsvoorstel VBAR op tafel. Beide voorstellen bevinden zich nog in de conceptfase. Het is mogelijk dat onderdelen in de toekomst worden aangepast of samengevoegd. De politieke keuzes na de verkiezingen bepalen uiteindelijk hoe dit verdergaat.
Blijf op de hoogte
Wordt de Zelfstandigenwet aangenomen, dan verdwijnt de Wet DBA en komt er één duidelijk kader voor zelfstandig ondernemerschap. Tot die tijd gelden de huidige regels. Je kunt het wetgevingsproces volgen via bijvoorbeeld Knab op LinkedIn en via officiële publicaties van de overheid.
Casper Zwart
Casper is Adviseur Klanttevredenheid bij Knab en heeft daarnaast veel ervaring als schrijver. Hij doet al jaren regelmatig onderzoek naar de behoeftes en ervaringen van zzp'ers.






