Hoe presteren zzp’ers per provincie in 2026? Alle cijfers op een rij
Laatst geüpdatet
30 maart 2026
Leestijd
6 minuten
- Laatst geüpdate: 30 maart 2026
- Leestijd: 6 minuten
Begin 2026 vraagt een zzp'er in Nederland gemiddeld € 83 per uur, werkt 28 declarabele uren per week en houdt € 61.536 winst per jaar over.
Maar achter deze landelijke gemiddelden gaan duidelijke regionale verschillen schuil. In sommige provincies liggen tarieven en winsten structureel hoger, terwijl ondernemers elders juist vaker hun tarieven verhogen of meer vraag naar werk ervaren.
Op basis van het Knab Zzp Uurtarievenonderzoek 2026 – ingevuld door ruim 20.000 zelfstandig ondernemers – zetten we de belangrijkste regionale verschillen op een rij. De meeste cijfers gaan over 2026, met uitzondering van omzet en winst, die betrekking hebben op 2025.

Opvallende verschillen tussen provincies
Uit de cijfers springen een aantal duidelijke uitschieters naar voren:
- Hoogste uurtarief: Utrecht (€ 90)
- Grootste tariefstijging: Groningen (19%)
- Meeste tariefverhogingen: Friesland (62%)
- Meeste declarabele uren: Flevoland (29 uur)
- Ervaart vaakst veel vraag: Groningen (86%)
Zeeland is niet meegenomen in de overzichten omdat het aantal respondenten uit die provincie te laag was (minder dan 200).
Financiële verschillen per provincie
In onderstaande tabel zie je de belangrijkste financiële cijfers per provincie. Het uurtarief en de overige marktindicatoren gelden voor 2026, terwijl omzet en winst gebaseerd zijn op 2025.
Bij omzet, winst en declarabele uren kijken we alleen naar zzp'ers die langer dan een jaar ondernemen en niet daarnaast in loondienst werken.
Leestip: lees je dit artikel op je mobiel? Dan kun je de tabel horizontaal scrollen.
| Provincie | Uurtarief (ex btw) | Omzet 2025 | Winst 2025 | Winst-% | Declarabele uren |
| Drenthe | € 77 | € 85.994 | € 49.809 | 58% | 28 |
| Flevoland | € 81 | € 103.803 | € 59.958 | 58% | 29 |
| Friesland | € 74 | € 86.414 | € 51.060 | 59% | 27 |
| Gelderland | € 83 | € 97.724 | € 59.901 | 61% | 28 |
| Groningen | € 78 | € 101.453 | € 59.021 | 58% | 27 |
| Limburg | € 78 | € 98.452 | € 51.711 | 53% | 26 |
| Noord-Brabant | € 83 | € 93.407 | € 58.745 | 63% | 28 |
| Noord-Holland | € 85 | € 100.142 | € 62.907 | 63% | 28 |
| Overijssel | € 81 | € 93.903 | € 55.131 | 59% | 27 |
| Utrecht | € 90 | € 104.973 | € 68.913 | 66% | 28 |
| Zuid-Holland | € 85 | € 102.551 | € 63.214 | 62% | 28 |
| Landelijk | € 83 | € 99.809 | € 61.570 | 62% | 28 |
Utrecht staat duidelijk bovenaan. Zzp’ers vragen daar gemiddeld € 90 per uur en realiseren ook de hoogste gemiddelde winst (€ 68.913). Ook in Zuid-Holland en Noord-Holland liggen tarieven en winsten boven het landelijke gemiddelde.
Aan de andere kant van het spectrum liggen provincies zoals Friesland (€ 74) en Drenthe (€ 77), waar tarieven en winsten lager liggen.
Een belangrijke verklaring ligt in de sectorverdeling. Provincies met relatief veel zelfstandigen in kennisintensieve sectoren – zoals consultancy, IT en zakelijke dienstverlening – kennen doorgaans hogere tarieven dan regio’s waar sectoren als bouw, techniek of persoonlijke dienstverlening domineren.
Tarieven stijgen vooral waar ze lager liggen
Niet alleen de hoogte van het uurtarief verschilt per provincie. Ook de mate waarin ondernemers hun tarieven verhogen loopt uiteen.
Leestip: lees je dit artikel op je mobiel? Dan kun je de tabel horizontaal scrollen.
| Provincie | Tarief verhoogd | Gemiddelde verhoging | Blij met tarief |
| Drenthe | 58% | 10% | 64% |
| Flevoland | 57% | 8% | 68% |
| Friesland | 62% | 8% | 64% |
| Gelderland | 57% | 8% | 71% |
| Groningen | 58% | 19% | 68% |
| Limburg | 55% | 10% | 69% |
| Noord-Brabant | 57% | 9% | 65% |
| Noord-Holland | 55% | 10% | 66% |
| Overijssel | 53% | 8% | 69% |
| Utrecht | 56% | 8% | 71% |
| Zuid-Holland | 55% | 9% | 68% |
| Landelijk | 56% | 9% | 66% |
Opvallend is dat tariefverhogingen relatief vaak voorkomen in provincies waar de tarieven lager liggen, zoals Friesland en Drenthe. Dat wijst erop dat ondernemers hun tarieven geleidelijk optrekken richting het landelijke niveau.
Groningen springt eruit door de omvang van de verhoging. Zzp’ers die hun tarief verhogen doen dat daar gemiddeld het sterkst.
Vraag naar werk en concurrentie
Ondernemen gaat niet alleen over cijfers, maar ook over hoe ondernemers hun markt ervaren. Per provincie verschilt hoeveel zzp’ers aangeven veel vraag naar hun werk te ervaren en hoeveel concurrentie zij voelen.
| Provincie | Ervaart veel vraag | Ervaart weinig concurrentie |
| Drenthe | 84% | 43% |
| Flevoland | 77% | 32% |
| Friesland | 84% | 43% |
| Gelderland | 82% | 37% |
| Groningen | 86% | 34% |
| Limburg | 83% | 37% |
| Noord-Brabant | 81% | 36% |
| Noord-Holland | 82% | 36% |
| Overijssel | 84% | 39% |
| Utrecht | 83% | 35% |
| Zuid-Holland | 82% | 36% |
| Landelijk | 82% | 38% |
De verschillen tussen provincies zijn relatief klein. Toch valt Groningen op, waar ondernemers het vaakst aangeven veel vraag naar hun werk te ervaren.
In Flevoland ligt dat aandeel juist iets lager. Tegelijk geven zzp’ers daar relatief vaak aan dat zij meer concurrentie ervaren.
Financiële zekerheid en zorgen over regelgeving
Naast tarieven en winst zegt ook financiële zekerheid iets over hoe ondernemers hun werk ervaren. In onderstaande tabel zie je hoeveel zzp’ers aangeven financieel makkelijk rond te kunnen komen, hoe zij naar hun eigen toekomst kijken en hoeveel zorgen zij hebben over regelgeving.
| Provincie | Kan makkelijk rondkomen | Positief over eigen toekomst | Zorgen over regelgeving |
| Drenthe | 80% | 87% | 53% |
| Flevoland | 83% | 86% | 55% |
| Friesland | 78% | 89% | 50% |
| Gelderland | 83% | 88% | 52% |
| Groningen | 82% | 90% | 55% |
| Limburg | 79% | 86% | 52% |
| Noord-Brabant | 81% | 86% | 52% |
| Noord-Holland | 82% | 85% | 52% |
| Overijssel | 80% | 88% | 52% |
| Utrecht | 83% | 85% | 55% |
| Zuid-Holland | 83% | 87% | 52% |
| Landelijk | 82% | 84% | 52% |
In vrijwel alle provincies zegt een ruime meerderheid van de ondernemers financieel goed rond te kunnen komen.
Tegelijk maken veel zelfstandigen zich zorgen over regelgeving, zoals veranderingen rond de Wet DBA en mogelijke nieuwe regels rond schijnzelfstandigheid.
Opvallend is dat Flevoland en Gelderland relatief hoog scoren op financieel rondkomen, terwijl de gemiddelde winsten daar rond het landelijke gemiddelde liggen. Dat kan erop wijzen dat verschillen in kosten van levensonderhoud een rol spelen.
“De regionale verschillen laten vooral zien hoe sterk de sectorstructuur doorwerkt in de cijfers,” zegt Oskar Barendse, financieel expert bij Knab.
“In provincies waar relatief veel zelfstandigen werken in kennisintensieve sectoren zoals consultancy, IT en zakelijke dienstverlening liggen de tarieven en winsten gemiddeld hoger. Dat zie je bijvoorbeeld in Utrecht en delen van de Randstad.
Tegelijk zien we dat ondernemers buiten de Randstad vaak met lagere tarieven werken. Daar staat echter soms ook een andere kostenstructuur tegenover. Wanneer woonlasten of bedrijfskosten lager liggen, kan een ondernemer met een lagere omzet toch vergelijkbare financiële ruimte ervaren.
Wat vooral opvalt, is dat zelfstandigen in bijna alle provincies positief blijven over hun eigen toekomst. Tegelijk nemen de zorgen over regelgeving overal toe. Dat past in het bredere beeld dat we ook landelijk zien: zzp’ers hebben hun eigen bedrijf vaak goed op orde, maar kijken kritischer naar de omstandigheden waarin ze ondernemen.”
Sectorverdeling verklaart veel regionale verschillen
Een belangrijke verklaring voor de regionale verschillen ligt in de sectorverdeling. De sector waarin zzp’ers werken heeft namelijk veel invloed op tarieven, kosten en winst.
| Provincie | Grootste sector | Tweede sector | Derde sector |
| Drenthe | Bouw (16%) | Zakelijke dienstverlening (13%) | Zorg (12%) |
| Flevoland | Zorg (14%) | Zakelijke dienstverlening (13%) | Persoonlijke dienstverlening (8%) |
| Friesland | Bouw (18%) | Persoonlijke dienstverlening (12%) | Zorg (9%) |
| Gelderland | Zorg (13%) | Zakelijke dienstverlening (11%) | Bouw (11%) |
| Groningen | Bouw (17%) | Zorg (12%) | Overheid (8%) |
| Limburg | Persoonlijke dienstverlening (15%) | Bouw (12%) | Zorg (10%) |
| Noord-Brabant | Zakelijke dienstverlening (13%) | Bouw (11%) | Zorg (10%) |
| Noord-Holland | Bouw (13%) | Zakelijke dienstverlening (11%) | Zorg (11%) |
| Overijssel | Bouw (11%) | Zorg (11%) | Zakelijke dienstverlening (11%) |
| Utrecht | Zakelijke dienstverlening (13%) | Zorg (13%) | Bouw (10%) |
| Zuid-Holland | Bouw (12%) | Zakelijke dienstverlening (12%) | Zorg (12%) |
| Landelijk | Bouw (13%) | Zorg (11%) | Zakelijke dienstverlening (11%) |
In provincies zoals Utrecht, Flevoland en Noord-Brabant werken relatief veel zzp’ers in kennisintensieve sectoren met hogere tarieven en lagere kosten.
In provincies zoals Drenthe, Friesland en Overijssel is het aandeel zelfstandigen in praktische sectoren zoals bouw en persoonlijke dienstverlening groter. Deze sectoren kennen gemiddeld lagere tarieven en vaak hogere materiële kosten.
Regionale verschillen zeggen vooral iets over sectoren
De cijfers laten zien dat waar je onderneemt invloed heeft op tarieven, winst en vraag naar werk. In provincies zoals Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland liggen de tarieven en winsten gemiddeld hoger. Dat hangt sterk samen met het relatief grote aandeel zelfstandigen in kennisintensieve sectoren.
In andere provincies zijn tarieven gemiddeld lager, maar dat betekent niet automatisch dat ondernemers er slechter voor staan. Verschillen in sectoren, kostenstructuur en levensonderhoud spelen daarbij een belangrijke rol.
Wat in vrijwel alle provincies hetzelfde blijft, is het bredere beeld: een ruime meerderheid van de zzp’ers kan financieel rondkomen, verhoogt het tarief en blijft positief over de toekomst van het eigen bedrijf.
Regionale verschillen zijn dus duidelijk zichtbaar, maar ze veranderen het grotere beeld niet: zelfstandigen in Nederland staan er financieel over het algemeen solide voor.





