Peiling: Zzp’ers vrezen dat ‘veilige haven’ een harde inhuureis wordt
Laatst geüpdatet
7 oktober 2026
Leestijd
2 minuten
- Laatst geüpdate: 7 oktober 2026
- Leestijd: 2 minuten
De Zelfstandigenwet moet meer zekerheid bieden. Toch beschrijven zzp’ers in de toelichtingen bij een Knab-peiling de vrees dat zij er opdrachten door mislopen. Van de 1.068 zzp’ers zou 53% tegen het wetsvoorstel stemmen als zij in de Tweede Kamer zaten. 19% zou voor stemmen en 28% weet het nog niet. Hun zorg: wat als opdrachtgevers de nieuwe ‘veilige haven’ als harde inhuureis gaan gebruiken?
Vooral de eis van minimaal drie opdrachtgevers botst volgens ondernemers met lange projecten. Ook betaling per uur en voorzieningen voor ondernemersrisico’s roepen vragen op. Een ICT’er die anderhalf jaar aan één project werkt, een ondernemer met veel kleine klussen en een zzp’er die al pensioen heeft opgebouwd: hun voorbeelden laten zien waar de voorgestelde zekerheid kan botsen met de dagelijkse praktijk.

In het kort
Voor de nieuwe zekerheidsroute moeten alle zeven hoofdcriteria worden gehaald. De bestaande beoordeling blijft mogelijk. Toch vrezen deelnemers dat opdrachtgevers alleen de nieuwe route accepteren: zonder veilige haven geen opdracht.
Drie opdrachtgevers is van de vijf voorgelegde voorwaarden het grootste struikelblok. 30% heeft in 2025 en 2026 samen minder dan drie klanten; onder ICT’ers is dat 69%. Tegelijk krijgen vrijheid bij het werk en een afzonderlijke rekening veel steun. Ondernemers vragen om zekerheid die past bij hoe zij werken.
53%
zou tegen stemmen
19%
zou voor stemmen
28%
weet het nog niet
Snel naar
- Wat wil het kabinet veranderen?
- Zonder veilige haven straks geen opdracht?
- 53% zou tegen het wetsvoorstel stemmen
- Drie opdrachtgevers: het grootste struikelblok
- Zo zouden zzp’ers per sector stemmen
- Kritiek bij starters én ervaren zzp’ers
- Zo zouden zzp’ers per uurtarief stemmen
- Vrijheid krijgt steun, voorzieningen verdelen
- Werken per uur: sneller klaar, minder verdienen
- 40% meldt gemiste of gestopte opdrachten
- Zekerheid moet passen bij hoe zzp’ers werken
- Over het onderzoek
Wat wil het kabinet veranderen?
Het kabinet wil dat ondernemers en opdrachtgevers vooraf beter weten wanneer zij buiten loondienst kunnen samenwerken. Het wetsvoorstel voegt daarvoor een route toe aan de bestaande beoordeling. Die nieuwe route wordt de ‘veilige haven’ genoemd. Sinds 1 oktober 2026 kan iedereen via de internetconsultatie op het voorstel reageren. De nieuwe regels gelden nog niet.
Nieuwe route: zekerheid via zeven criteria
De zelfstandigentoets kijkt naar de ondernemer, de werkrelatietoets naar de opdracht. Alle zeven hoofdcriteria moeten samen worden gehaald. Ook de uitvoering moet passen bij de afspraken. Dan krijgen beide partijen zekerheid over werken buiten loondienst.
Bestaande route: de hele situatie beoordelen
Wie een criterium mist, krijgt geen zekerheid via de veilige haven. Dan blijft beoordeling volgens de bestaande regels mogelijk, waarbij alle omstandigheden meewegen. Daaruit kan nog steeds volgen dat iemand als zelfstandige werkt.
Welke zeven hoofdcriteria stelt het kabinet voor?
Drie criteria voor de ondernemer
- Voldoen aan de basisvoorwaarden, zoals een KvK-inschrijving, een btw-nummer voor zover vereist, een afzonderlijke rekening en verantwoordelijkheid voor facturatie en betalingen.
- Minimaal drie volwaardige opdrachtgevers hebben in het vorige en lopende kalenderjaar samen, tot het beoordelingsmoment.
- Jaarlijks een minimumbedrag besteden aan voorzieningen voor ondernemersrisico’s. Het bedrag moet nog worden uitgewerkt.
Vier criteria voor de opdracht
- Beide partijen willen samenwerken buiten een arbeidsovereenkomst.
- De ondernemer bepaalt hoe het werk wordt uitgevoerd.
- De ondernemer bepaalt waar en wanneer het werk wordt uitgevoerd. Beperkingen die voortvloeien uit de aard van het werk kunnen een uitzondering vormen, bijvoorbeeld bij werk dat alleen op een bepaalde locatie mogelijk is.
- De ondernemer werkt voor eigen rekening en risico: efficiënter werken kan financieel voordeel opleveren en tegenvallers brengen financieel risico mee.
Zzp’ers vrezen: zonder veilige haven geen opdracht
De bestaande route blijft dus open. Toch beschrijven deelnemers in hun toelichtingen de angst dat opdrachtgevers straks uitsluitend zzp’ers inhuren die aan de nieuwe toetsen voldoen. Dan kunnen ondernemers opdrachten mislopen terwijl zij volgens de bestaande regels nog steeds zelfstandig mogen werken.
Een ICT-projectmanager vertelt over projecten die anderhalf tot twee jaar kunnen duren. De zorg gaat vooral over de reactie van opdrachtgevers:
“Dan val ik niet in de "veilige haven" en dat schrikt mij niet af, maar opdrachtgevers.... dat baart mij zorgen.”
Zzp’er in ICT
De vraag is voor deze ondernemers of opdrachtgevers de andere route nog willen gebruiken. Slechts 25% is het eens met de stelling dat opdrachtgevers door het voorstel makkelijker zzp’ers zullen inhuren. 48% is het daarmee oneens.
“Wat opvalt in de toelichtingen: ondernemers maken zich zorgen over de keuze van hun opdrachtgever. Op papier blijven twee routes open. Maar als opdrachtgevers alleen de veilige haven accepteren, worden alle zeven criteria een harde toegangseis. Eén ontbrekend criterium kan dan genoeg zijn om een zzp’er te weigeren, ook als zelfstandig werken onder de bestaande regels mogelijk blijft. Voor een ICT’er die lang aan één project werkt, kan dat betekenen: juridisch ruimte om te ondernemen, maar geen nieuwe opdracht. Dat risico moet worden meegewogen bij de verdere uitwerking van de wet.”
Casper Zwart, onderzoeker bij Knab
Ook Ipsos-onderzoek wijst op risico voor opdrachten
In het Ipsos I&O-onderzoek voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verwacht 41% van de opdrachtgevers een zelfstandige niet meer in te zetten wanneer die niet aan de voorgelegde criteria voldoet. Een deel van de opdrachtgevers geeft aan in die situatie vaker alternatieven te overwegen, zoals loondienst, uitzendwerk of detachering.
Dat sluit aan bij de zorg in de Knab-peiling: een zzp’er kan opdrachten mislopen als opdrachtgevers de nieuwe criteria als toegangseis gaan gebruiken. Ipsos onderzocht mogelijke criteria voordat het wetsvoorstel werd gepubliceerd. Knab vroeg zzp’ers na publicatie naar hun oordeel over het voorstel en hun verwachtingen voor de praktijk.
53% zou tegen het nieuwe voorstel stemmen
Als zzp’ers in de Tweede Kamer zaten, zou 53% tegen het nieuwe wetsvoorstel stemmen. 19% zou voor stemmen en 28% weet het nog niet. Deze vraag gaat over de Zelfstandigenwet als geheel. Verderop staat hoe ondernemers de afzonderlijke voorwaarden beoordelen.
Twee voorstellen, twee Knab-peilingen
Hoe zouden de deelnemers stemmen als zij Kamerlid waren?
Initiatiefvoorstel · april 2025
Voor: 71% · Tegen: 17% · Weet nog niet: 12%
Nieuw kabinetsvoorstel · oktober 2026
Voor: 19% · Tegen: 53% · Weet nog niet: 28%
In onze peiling uit april 2025 steunde 71% de toenmalige initiatiefplannen. Die steun zien we bij het huidige kabinetsvoorstel niet terug. De antwoorden geven ook een inkijkje in het dagelijkse werk van zzp’ers: waarom passen bepaalde voorwaarden voor de één wel, maar voor de ander niet?
Drie opdrachtgevers is het grootste struikelblok
30% van de deelnemers heeft in 2025 en 2026 samen minder dan drie opdrachtgevers. Naast hun stem over het hele wetsvoorstel vroegen we zzp’ers hoe zij over vijf losse voorwaarden denken. De eis van minimaal drie opdrachtgevers krijgt de meeste weerstand: 51% is tegen deze eis en 42% is ervoor. Ook bij de vraag wat de beleidsmakers verder moeten uitwerken, staat het aantal opdrachtgevers bovenaan. 31% kiest dit, gevolgd door de voorzieningen en het bijbehorende bedrag (19%).
Voor deze eis tellen de volwaardige opdrachtgevers uit het vorige en lopende kalenderjaar samen mee, tot het moment waarop de opdracht wordt beoordeeld. Er zijn dus niet ieder jaar drie klanten nodig. Drie opdrachten tegelijk uitvoeren hoeft evenmin.
Maar wat als één groot project een jaar of langer duurt? ICT-specialisten, adviseurs en ondernemers in de bouw en techniek geven daar voorbeelden van. Een communicatieadviseur uit de onderwijssector schrijft:
“Dat ik gedurende zo’n periode vooral voor één opdrachtgever werk, maakt mij niet ineens minder ondernemer.”
Zzp’er in onderwijs en kinderopvang
Meerdere eindklanten, toch één opdrachtgever
Ook werken via een bureau kan het lastig maken om drie opdrachtgevers te halen. Volgens de toelichting telt één intermediair als één opdrachtgever als het opdrachtencontract met dat bureau is gesloten, ook bij werk voor verschillende eindklanten. Bemiddelt het bureau alleen en sluit de zzp’er rechtstreeks contracten met de eindklanten, dan tellen die klanten afzonderlijk mee. De contracten maken dus verschil.
Een zzp’er in de zakelijke dienstverlening factureert een collectief van freelancers en beschrijft het zo:
“Uit mijn administratie kan het dus erop lijken dat ik maar 1 klant heb. Terwijl het er makkelijk 5-10 verschillende zijn per jaar.”
Zzp’er in zakelijke en financiële dienstverlening
Veel meer tegenstemmen bij minder dan drie klanten
Van de zzp’ers die in 2025 en 2026 samen minder dan drie klanten hadden, zou 74% tegen het hele wetsvoorstel stemmen. Onder ondernemers met minimaal drie klanten is dat 44%. De tabel hieronder gaat over die stem op het wetsvoorstel. We vroegen ook apart naar de drieklanteneis: van de ondernemers met minimaal drie klanten is 35% tegen die specifieke eis. Ook wie het aantal klanten al haalt, kan er dus bezwaren tegen hebben.
| Aantal opdrachtgevers in 2025 en 2026 samen | Voor | Tegen | Weet nog niet |
|---|---|---|---|
| 0 of 1 | 7% | 77% | 16% |
| 2 | 7% | 72% | 21% |
| 3–5 | 19% | 46% | 35% |
| 6–10 | 29% | 38% | 33% |
| 11–25 | 28% | 47% | 24% |
| Meer dan 25 | 28% | 44% | 27% |
Zo zouden zzp’ers per sector stemmen
ICT’ers en ondernemers in de techniek zijn het meest uitgesproken kritisch. Van de ICT’ers in de peiling zou 73% tegen het wetsvoorstel stemmen. In techniek en industrie is dat 64%. In de zorg is er meer twijfel: 41% zou tegen stemmen en 40% weet het nog niet.
| Sector | Voor | Tegen | Weet nog niet |
|---|---|---|---|
| ICT | 8% | 73% | 19% |
| Techniek en industrie | 13% | 64% | 23% |
| Persoonlijke dienstverlening | 15% | 53% | 33% |
| Bouw en installatie | 20% | 52% | 28% |
| Een andere sector | 18% | 51% | 31% |
| Zakelijke en financiële dienstverlening | 27% | 49% | 24% |
| Creatieve sector, media en communicatie | 28% | 43% | 28% |
| Zorg en welzijn | 19% | 41% | 40% |
De balkjes laten zien hoeveel zzp’ers voor of tegen het hele wetsvoorstel zouden stemmen, of het nog niet weten.
Lange ICT-projecten maken drie klanten lastig
69% van de ICT’ers heeft in 2025 en 2026 samen minder dan drie klanten. Bij de overige deelnemers is dat 23%. ICT’ers vertellen over software die moet worden ingevoerd en specialistische projecten die lang duren. 86% van de ICT’ers is tegen de eis van drie opdrachtgevers.
Kritiek bij starters én ervaren zzp’ers
Ook wie nog maar kort onderneemt, is kritisch. Van de zzp’ers die minder dan drie jaar bezig zijn, zou 55% tegen het wetsvoorstel stemmen. Bij ondernemers met minstens elf jaar ervaring is dat 57%. In de groep met zes tot tien jaar ervaring zou 49% tegen stemmen en weet bijna een derde het nog niet.
| Aantal jaar ondernemer | Voor | Tegen | Weet nog niet |
|---|---|---|---|
| Minder dan 3 jaar | 22% | 55% | 23% |
| 3–5 jaar | 18% | 52% | 29% |
| 6–10 jaar | 19% | 49% | 33% |
| 11 jaar of langer | 20% | 57% | 23% |
Zo zouden zzp’ers per uurtarief stemmen
Zzp’ers met een tarief van € 100 tot minder dan € 125 per uur zijn vaak kritisch: 61% zou tegen het wetsvoorstel stemmen. Bij € 60 tot minder dan € 80 is meer steun: 28% zou voor stemmen en 43% tegen. Maar ook bij tarieven onder € 40 is veel weerstand, met 59% tegenstemmen. Een hoger of lager tarief betekent dus niet vanzelf meer steun.
| Uurtarief (exclusief btw) | Voor | Tegen | Weet nog niet |
|---|---|---|---|
| Minder dan € 40 | 12% | 59% | 29% |
| € 40 tot minder dan € 60 | 15% | 48% | 37% |
| € 60 tot minder dan € 80 | 28% | 43% | 28% |
| € 80 tot minder dan € 100 | 21% | 50% | 29% |
| € 100 tot minder dan € 125 | 16% | 61% | 23% |
| € 125 of meer | 20% | 56% | 24% |
Vrijheid krijgt steun, voorzieningen verdelen
De kritiek op het wetsvoorstel betekent niet dat zzp’ers alle voorwaarden afwijzen. 91% is voor de voorwaarde dat ondernemers zelf bepalen hoe zij het werk uitvoeren. Een afzonderlijke rekening voor het werk krijgt 89% steun. En 68% is voor de voorwaarde dat ondernemers financieel kunnen profiteren van efficiënter werken en zelf risico lopen als een opdracht tegenvalt.
| Voorgelegde voorwaarde | Voor | Tegen | Weet nog niet |
|---|---|---|---|
| Zelf bepalen hoe het werk wordt uitgevoerd | 91% | 6% | 4% |
| Een afzonderlijke rekening gebruiken voor het werk | 89% | 7% | 5% |
| Financieel voordeel kunnen hebben en financieel risico lopen | 68% | 20% | 12% |
| Een minimumbedrag besteden aan voorzieningen | 46% | 43% | 11% |
| Minimaal drie volwaardige opdrachtgevers | 42% | 51% | 7% |
Wat bedoelt het voorstel met voorzieningen?
Voor de nieuwe route wil het kabinet dat ondernemers jaarlijks een minimumbedrag besteden aan voorzieningen voor ondernemersrisico’s. Voorbeelden zijn een arbeidsongeschiktheidsverzekering, een schenkkring bij ziekte, pensioenopbouw via een pensioenregeling of lijfrente, en een beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Ondernemers kunnen kiezen voor één of meer voorzieningen die meetellen. Hoe hoog het bedrag wordt en welke voorwaarden precies gelden, moet nog worden uitgewerkt.
Gewoon sparen of vrij beleggen voor later telt volgens de voorgestelde uitwerking niet mee als pensioenvoorziening. Over de eis om een minimumbedrag te besteden zijn de meningen verdeeld: 46% is voor en 43% tegen. Ondernemers vragen hoe rekening wordt gehouden met spaargeld, pensioen dat zij al hebben opgebouwd en hun persoonlijke situatie.
Dat speelt ook bij ondernemen naast een baan. Een zzp’er in de bouw die 36 uur in loondienst werkt naast zijn freelancewerk, vraagt:
“Bovendien worden mijn pensioen en spaargeld gedekt door mijn baan in loondienst; waarom zou ik dan extra voorzieningen moeten treffen voor mijn minimale werk als zzp’er?”
Zzp’er in bouw en installatie
Een ICT’er die vóór het wetsvoorstel zou stemmen, ziet juist een voordeel in de eis om voorzieningen te treffen:
“Ik heb nu zelf AOV en WIA verzekering. Mensen die dat niet hebben kunnen goedkoper werken voor klanten.”
Zzp’er in ICT
61% vindt dat een minimumbedrag rekening moet houden met de omzet van de ondernemer. Ook in de reacties klinkt de vraag om rekening te houden met wie minder uren werkt, ouder is of al voorzieningen heeft getroffen.
Werken per uur: sneller klaar, minder verdienen
Wie per uur werkt, krijgt minder betaald als een klus sneller klaar is. Het voorstel vraagt voor de nieuwe toets juist dat de ondernemer zelf financieel kan profiteren van slimmer of sneller werken. Bij een vaste prijs kan dat: dezelfde vergoeding voor minder uren werk. Duurt de klus langer, dan komt die extra tijd voor rekening van de ondernemer.
Vaste prijs of uurtarief: het verschil in opbrengst
Een ondernemer spreekt € 1.000 af voor een project dat naar verwachting 20 uur kost. Dat is € 50 per uur. Is het werk na 16 uur klaar? Dan verdient de ondernemer omgerekend € 62,50 per uur. Zijn er 25 uur nodig, dan komt dat neer op € 40 per uur. De opdrachtgever betaalt in alle drie de gevallen hetzelfde projectbedrag.
Bij betaling van € 50 voor ieder gewerkt uur levert 16 uur werk € 800 op. Het voordeel van sneller klaar zijn gaat dan naar de opdrachtgever.
De toelichting noemt onder meer ‘resultaatverantwoordelijkheid’: partijen spreken vooraf een concreet resultaat af en de zzp’er draagt verantwoordelijkheid als dat uitblijft. Een specifieke uitkomst hoeft daarbij niet gegarandeerd te zijn. De vergoeding moet wel ruimte bieden om financieel te profiteren van efficiënter werken.
Een vaste projectprijs is één manier om aan deze voorwaarde te voldoen. Een optreden kan ook passen: in de vergoeding zit bijvoorbeeld aanzienlijke voorbereiding die niet apart per uur wordt gefactureerd. Wordt ieder gewerkt uur betaald en kan de ondernemer niet zelf profiteren van efficiënter werken? Dan voldoet de opdracht volgens de toelichting niet aan dit onderdeel van de nieuwe toets. Werken per uur wordt daarmee niet verboden: beoordeling volgens de bestaande regels blijft mogelijk.
Dit raakt een veelgebruikte manier van werken: 69% van de zzp’ers in de peiling krijgt meestal betaald per uur, dag of dienst. Van deze groep zou 57% tegen het hele wetsvoorstel stemmen en 16% voor. Bij betaling per opdracht of resultaat is dat 41% tegen en 32% voor.
| Meest gebruikte betaalvorm | Voor | Tegen | Weet nog niet |
|---|---|---|---|
| Per uur, dag of dienst | 16% | 57% | 27% |
| Per opdracht of resultaat | 32% | 41% | 27% |
| Een combinatie, zonder één duidelijke hoofdvorm | 25% | 46% | 30% |
Het tempo ligt niet altijd bij de ondernemer
Een vaste prijs afspreken is niet bij elke klus zo eenvoudig, vertellen ondernemers. Soms ligt het tempo bij de klant: hoe snel worden beslissingen genomen, en zijn de juiste mensen beschikbaar? Een ICT’er schrijft:
“Dan beloont of straft een vaste prijs niet jouw efficiëntie, maar het tempo van de klant.”
Zzp’er in ICT
Zzp’ers wijzen er ook op dat zij bij betaling per uur al risico lopen. Valt een opdracht kleiner uit, dan verdienen ze minder. Een ondernemer uit techniek en industrie schrijft:
“Het risico is daarbij ook bij de ZZP-er: namelijk als het project snel is afgerond of minder werk is dan voorzien, zijn er minder uren te werken en dus minder inkomsten.”
Zzp’er in techniek en industrie
Ook kleine klussen roepen vragen op. Een virtual assistant uit de creatieve sector met meer dan 25 klanten vreest veel extra werk door steeds een vaste prijs te moeten afspreken:
“Ook moet ik dan voor iedere kleine vraag, waar ik normaal gesproken misschien 15 of 30 minuten aan kwijt ben een prijsopgaaf doen. Dat kost onnodig veel tijd.”
Zzp’er in de creatieve sector, media en communicatie
40% meldt gemiste of gestopte opdrachten door onzekerheid over zzp-inhuur
De onzekerheid over zzp-inhuur heeft voor veel ondernemers nu al gevolgen. 40% van de zzp’ers in de peiling zegt dat een opdrachtgever dit jaar heeft aangegeven dat een opdracht niet doorging of stopte vanwege die onzekerheid.
De behoefte aan duidelijkheid is dan ook groot. 34% verwacht dat het wetsvoorstel meer duidelijkheid geeft over wanneer een opdracht zelfstandig kan worden uitgevoerd, tegenover 21% die minder duidelijkheid verwacht.
Een zzp’er uit het onderwijs die vóór het wetsvoorstel zou stemmen, hoopt dat opdrachtgevers meer vertrouwen krijgen:
“Het geeft zzp'ers de duidelijkheid én erkenning die ze verdienen maar ook voor opdrachtgevers is dit veel minder onzeker waardoor er hopelijk minder twijfel en angst is voor het werken met zzp'ers.”
Zzp’er in onderwijs en kinderopvang
Voor het eigen werk verwacht 34% minder mogelijkheden om als zzp’er te werken. 12% verwacht meer mogelijkheden en 45% denkt dat er ongeveer evenveel mogelijk blijft. De rest weet het nog niet.
Een deel van de ondernemers wil best extra administratie bijhouden als daar zekerheid tegenover staat. 47% is daartoe bereid als dat vooraf meer zekerheid geeft over opdrachten. 32% wil dat niet.
Zekerheid moet passen bij hoe zzp’ers werken
De toelichtingen geven concrete vragen mee voor de verdere uitwerking. Een ondernemer met één groot project werkt anders dan iemand met tientallen kleine klussen. En wie naast een baan onderneemt, kan al voorzieningen hebben geregeld. Ook voorstanders vragen aandacht voor die verschillen.
- Lange opdrachten en intermediairs. Hoe krijgen ondernemers zekerheid als één project lang duurt of meerdere eindklanten via hetzelfde bureau worden bediend?
- Betaling per uur. Hoe blijft de nieuwe route bruikbaar voor werk waarvan het resultaat of de benodigde tijd vooraf lastig vaststaat?
- Voorzieningen die al geregeld zijn. Hoe tellen bestaande pensioenopbouw, eigen buffers en ondernemen naast een baan mee?
- Toegang tot opdrachten. Hoe blijft de bestaande beoordeling ook in de praktijk bruikbaar voor ondernemers en opdrachtgevers buiten de veilige haven?
Met deze peiling brengt Knab de ervaringen achter de percentages in beeld. Juist die voorbeelden maken duidelijk waar nieuwe regels aansluiten op het werk van zzp’ers en waar ondernemers knelpunten zien.
Over het onderzoek
Knab peilde van 1 tot en met 5 oktober 2026 de mening van zzp’ers. Zij deden vrijwillig mee via Knab-kanalen en kregen vooraf een korte uitleg van het wetsvoorstel. Ook hun open toelichtingen zijn meegenomen in het artikel.
Toelichting bij de cijfers
De resultaten zijn niet gewogen en zijn niet representatief voor alle Nederlandse zzp’ers. De tabellen tonen de antwoorden binnen de betreffende groep; kleinere sectoren zijn niet afzonderlijk weergegeven. Percentages zijn afgerond op hele getallen en tellen daardoor soms niet op tot 100%.
De peiling uit april 2025 ging over de toenmalige initiatiefplannen. De doelgroep is dezelfde, maar de deelnemers, voorstelversies en antwoordopties verschillen. Het gaat niet om dezelfde personen die door de tijd zijn gevolgd.
Bronnen
- Knab-peiling Zelfstandigenwet, antwoorden van 1 tot en met 5 oktober 2026.
- Knab-peiling april 2025 over de toenmalige plannen.
- Officiële internetconsultatie Zelfstandigenwet.
- Memorie van toelichting bij het nieuwe voorstel.
- Ipsos I&O, Onderzoek wetsvoorstel zelfstandigen, samenvatting p. 5.
Wat staat er precies in het voorstel?
Lees onze uitleg met voorbeelden voor lange projecten, starters en ondernemers die per uur werken.
Bekijk de uitlegHandig artikel? Deel dit met een andere ondernemer
Stuur de uitkomsten eenvoudig door via WhatsApp, LinkedIn of e-mail.
Dit artikel komt uit de Knab Bieb. Dé online verzamelplek met honderden praktische artikelen die ondernemers helpen hun geldzaken slim te regelen.





